Jaap Huisman is journalist/publicist met als specialisme architectuur, ruimtelijke ordening en design. Hij heeft 30 boeken op zijn naam staan en schrijft momenteel in Het Parool.

Parijs kan gaan plonsen tussen het hout

Het Centre Aquatique van de Olympische Spelen in Parijs 2024 is een Nederlands ontwerp. Bureau VenhoevenCS (Amsterdam) kreeg de eer om dit zwemstadion te ontwerpen: de architect heeft er iets buitenissigs van gemaakt met een gewelfde houten buitengevel. Verrassend genoeg ligt het bassin zelf dwars op de houten constructie. Begin april wordt het overgedragen aan president Macron en het IOC.

 

Eigenlijk is slechts een zwemslag nodig om van het Olympisch zwembad in Parijs te genieten. De rugcrawl. Achteroverliggend laat het imposante plafond zich het beste bekijken. Bezwaar is hooguit dat er dan geen toptijd gezwommen kan worden, zo groot is de afleiding.

 Dat plafond van het Centre Aquatique bestaat namelijk uit golvende houten balken, liggers is een beter woord, van maar liefst 90 meter lengte. Een overspanning die vermoedelijk nergens in de wereld gehaald wordt, althans niet in hout. Dit hout is afkomstig uit Frankrijk zelf en uit Finland. De Douglas sparren zijn gekromd, gelijmd en gemonteerd met als resultaat een onwaarschijnlijke constructie en dat in de klamme omgeving van een zwembad. Daar kan het hout tegen verzekert Cecilia Gross van het Amsterdamse bureau Venhoeven CS. Rusten de huizen in de Amsterdamse grachtengordel immers ook niet op houten palen in het moeras? Nou dan. Een eeuwenoud bewijs dat hout tegen vocht bestand is.

 Het Centre Aquatique in het Parijse Olympische kwartier oogt als een walvis op het droge met zijn houten baleinen rondom, en de concave welving van het dak. Architect en aannemer waren benieuwd of het verzonken dak de enorme regenval van februari aankon. Dat lukte. Het hemelwater vloeide via pijpen vanaf het laagste gedeelte af: het was de ultieme testcase voor deze ongewone constructie.

 Voor deze Olympische opgave werkte VenhoevenCS samen met Ateliers 2/3/4 landschapsarchitecten en dat betrof niet alleen het zwemstadion maar ook de voetgangerstraverse tussen het Stade de France en de nieuwe wijk in wording. Dat is geen simpele passerelle maar een opgetild plein. Meer westwaarts ligt het Olympisch dorp. Dat het Amsterdamse bureau de opdracht kreeg mag een wonder genoemd worden in het chauvinistische Frankrijk en al helemaal bij een prestigieus project als dit. Concurrent was het Rotterdamse bureau MVRDV en een Frans bureau dat expert is in stadions. Alleen Rem Koolhaas ging de Nederlanders voor met villa’s en het stationsgebied van Lille.

 VenhoevenCS is geen onbekende met sportaccommodaties. In Amsterdam ontwierpen ze het Jan van Galenbad – met een begroeide buitengevel – en elders in het land meer zwembaden. Dit Centre Aquatique is er een van de buitencategorie. Parijs 2024 dat eind juli begint, heeft zich als doel gesteld dat alle bouwwerken duurzaam zijn en langer meegaan dan een festijn. Vorige edities van de Spelen hebben immers aangetoond hoe het verval kan toeslaan en hoe weinig rekening is gehouden met duurzaamheid. De zieltogende stadions in Athene en Rio zijn daarvan de voorbeelden.

 Dus wordt als atletiekstadion het bestaande Stade de France gebruikt. Het sympathieke aan het Olympisch zwembad is dat het een vervolg krijgt als stedelijke accommodatie voor de bevolking, in Saint Denis zijn dat overwegend jongeren van kleur, klein behuisd en zonder veel armslag. Een op de twee Parijse jongeren is het zwemmen niet machtig en ook het aantal voorzieningen schiet in dat opzicht te kort. Een bad voor internationale competities bestond zelfs in heel Frankrijk niet.

 Zodra de Olympische equipes zijn vertrokken wordt de westkant van het zwembad ingericht als woonwijk met een park. Dat park moet een biotoop worden van wilde planten, wadi’s, en hoog opschietend gewas. Hier stonden niet lang geleden fabrieken, loodsen en bedrijven. Een daarvan is bewaard gebleven: l’Usine is een centrum voor start ups en evenementen. Saint Denis, ten noorden van Gare du Nord, verandert in een levendige stadswijk waar nu  snelwegen en kantoren (het hoofdkantoor van SNCF) het beeld bepalen. Onderdoorgangen onder de snelwegen zullen de wijken beter op elkaar aansluiten. Want die massieve kantoren en studio’s met hun afgesloten binnenterreinen geven nu een onvriendelijke afstotende indruk.

 Het zwembassin zelf kent een ingenieuze en ook uitzonderlijke constructie. Het ligt om te beginnen dwars op de lengterichting, anders dan je zou verwachten gezien het silhouet. Het wedstrijdbad loopt over in het duikcentrum, de bodem kan desgewenst aangepast worden. Overdwars liggen twee bruggen die de bassins van elkaar scheiden; zo kan er ook waterpolo gespeeld worden of het synchroon zwemmen. Met hendels zijn de bruggen verplaatsbaar.

 Uiteraard is het natte gedeelte van keramiek, maar de wanden zijn van hout dat dankzij een perforatie een hol geluid voorkomt. De kunststof stoelen op de tribunes kennen ook een bijzonderheid: hierin zijn allerlei plastic- en petflessen verwerkt. Tijdens de Spelen zijn er aan de zuidkant op de tribune extra stoelen bijgeplaatst, die daarna weer verwijderd worden om plaats te maken voor een padel-court. Elders in het gebouw zijn een klimwand, terrassen en recreatiebaden voor alle leeftijden: het maakt het Centre Aquatique tot een jaloers makend complex. Het besef dringt door dat zo’n ambitieus centrum alleen in een metropool als Parijs met zijn overdaad aan ruimte tot stand kan komen, waar Amsterdam alleen van mag dromen. Het besef dringt ook door dat de Olympische droom onbetaalbaar en onwezenlijk begint te worden, hoe duurzaam de gebouwen ook mogen zijn.

 Intussen is het wel duidelijk dat dit zwembad met zijn houten louvres de potentie heeft een icoon te worden zoals meer olympische complexen in het verleden. Bijzonder is verder dat het daglicht tussen de spanten en via enorme glazen ruiten tot binnen doordringt. Dat lijkt bezwaarlijk voor de televisieregistratie van de wedstrijden die afhankelijk is van kunstlicht. Het zal  dan ook geen verbazing wekken dat de kijkers van de zwemwedstrijden straks nauwelijks iets meekrijgen van het spectaculaire interieur. Zo zullen de randen van het bad vol gezet zijn met camera’s en het plafond met roterende verlichting en dronebeelden. Als dat feest voorbij is, kan de Parijse jeugd zijn kans grijpen.

 

 

 

Een lady op hoge hakken in de PC

Holocaustmuseum: respect voor beladen geschiedenis