Jaap Huisman is journalist/publicist met als specialisme architectuur, ruimtelijke ordening en design. Hij heeft 30 boeken op zijn naam staan en schrijft momenteel in Het Parool.

De vernieuwde raadzaal is oh zo beschaafd

In april 2026 kon de Amsterdammer kennis maken met de vernieuwde raadzaal. Die werd ook ingewijd door de oude en nieuwe raad. Er is rekening gehouden met de versplintering in de politiek en ja hoor, de VVD zit rechts en PRO links. Maar hoe is het interieur?

 

Hoe modieus wil  je het hebben? De raadzaal in het Amsterdamse stadhuis heeft zijn rode accenten afgelegd en gaat nu verder in taupe, crème, beige, lichtgrijs – met een toefje rood erin – en blank gewaxed hout. Zo ongeveer zoals tegenwoordig bijna alle hotels eruitzien, een vleugje Scandinavisch, een beetje Japans. Toe Halsema, trek een rood jurkje aan, dan krijgt de zaal kleur op de wangen. Het interieur had best wat tegendraadser, rebels Amsterdams mogen zijn.

 Dat de zaal toe was aan renovatie en herinrichting was zonneklaar. In 1985 leverde de Oostenrijkse architect Holzbauer een stadhuiscomplex af met kantoren en raadzaal, waar geen lachje van af kon. Nou hoeft dat misschien ook niet met de ambtenarij, en het is verbazingwekkend dat in die slaapverwekkende zaal nog een verhit debat heeft kunnen plaatsvinden. Desondanks, na bijna 40 jaar mocht er wel wat gebeuren. Dat is in goed overleg gedaan met Diederik Dam wiens vader Cees de opera heeft ontworpen.

 De opdracht is gegund aan het Bossche architectenbureau De Twee Snoeken. Het won negen jaar geleden de tender voor de herinrichting van de kantoren en vergaderzalen aan de kant van de Zwanenburgwal en Waterlooplein. Het spelletje Ontdek de verschillen hoeft niet te worden gespeeld. Van tergend saai en kleurloos zijn die vleugels veranderd in een woestenij of speeltuin, met veel planten, kleurige zitjes en kletshoekjes, niveauverschillen en coffeebars. Er is alles aan gedaan om de ambtenarij naar dat deel te lokken – en dat er vervolgens niks meer uit hun handen komt, is tot daar aan toe: ze worden te zeer afgeleid.

 Dat zal met de verbouwde raadzaal niet gebeuren. Want die is heel beschaafd, heel keurig en zonder frivoliteiten. Of het moeten de subtiel geplaatste andreaskruisen zijn op de kop van de banken van de publieke tribune. The devil schuilt weer eens in the detail. Dat begint al met de opgang naar de zaal. Dat is een keurige hellingbaan met visgraat-parket – wel een makelaarsding tegenwoordig, maar ja. Een voorportaal scheidt de publieke ruimte af van de zaal

  De Twee Snoeken hebben de zaal licht en hoog gemaakt. Dat was hij natuurlijk al, hoewel een enorme luchter in het hart het zicht benam op het frame onder het plafond. Dat steunt op goudkleurige consoles die nu tevoorschijn zijn gekomen. De luchter is vervangen door een lichtsculptuur van Joost de Bey die ook de Eerste Kamer lichtkundig heeft gedecoreerd. In een cirkel hangen de lichtarmaturen boven de fracties en daartussen en omheen glinsteren zilverkleurige ‘blaadjes’, als een soort mobile. Zij vangen en weerkaatsen het zonlicht op, dat nu via de metershoge ramen aan de zuidwestkant naar binnenvalt. Dat licht kan getemperd worden door zonneschermen.

 Verder zitten de raadsleden in een cirkel voor de burgemeester aan tafels met een chipwood-bekleding. Opnieuw een detail; op de kop van de tafels kan de burgemeester via een scherm het debat in de gaten houden. Halsema – en haar opvolgers – zitten voor een gebogen scherm met zilverkleurige andreaskruisen – dat slanker is dan vroeger en bovendien enigszins opgetild.

 De publieke tribune bevindt zich achter een stevige balustrade, die elke verstoring van het debat moet tegengaan. Voor rolstoelrijders en scootmobiels is er een ruimte gereserveerd aan de linkerkant van de ingang – geen verdomhoekje maar een nette parkeerplaats.

 Niet onbelangrijk zijn de akoestische voorzieningen in de zaal: een geribde wand boven de publieke tribune. De vroegere zaal klonk te hard. Frisse lucht wordt via een rooster onder in de balustrade ingeblazen en bovenin afgevoerd. Zweetlucht zullen we niet meer ruiken en ook het gekuch wordt gedempt.

 De architecten en het presidium hebben diverse raadzalen in het land bezocht om inspiratie op te doen. Daarbij diende die van Den Bosch als voorbeeld, wat inderdaad een fraaie zaal is. Almere? Ze moeten er niet aan denken. Amsterdam kan dus weer een paar decennia vooruit met de raadzaal, en dat alleen al is een geruststellend gedachte. En laat de ingetogenheid de debatten niet sussen, dat zou funest zijn voor een lokale democratie.

Vooral de stegen profiteren van het opgeknapte Renaissance Hotel

Een daverend slotakkoord in Houthavens