Jaap Huisman is journalist/publicist met als specialisme architectuur, ruimtelijke ordening en design. Hij heeft 30 boeken op zijn naam staan en schrijft momenteel in Het Parool.

Vooral de stegen profiteren van het opgeknapte Renaissance Hotel

Met een rooftopbar en een boom met gebladerte in de lobby is het Renaissancehotel herboren. Het belangrijkste is de sloop van een onbenutte parkeergarage waardoor de aanpalende stegen veel aantrekkelijker zijn geworden.

 

 

De grootste verrassing openbaart zich naast de rooftopbar van het Renaissancehotel. Dieprode tegels, met ledlight omlijste wc-deuren en op de wand in neon: peepshow. Van deze knipoog zullen de buitenlandse gasten smullen. Groter kan het contrast niet zijn met de fragmenten van schilderijen van Rembrandt in de gangen met hotelkamers.

 Overbodig te zeggen dat het panorama vanaf dat rooftopterras uitzinnig is: de koepel van de kerk lijkt binnen handbereik, in de verte de Posthoornkerk en aan de noordkant het – minder fraaie – Ibishotel. Interessanter is echter de wirwar van steegjes en straatjes waar het Renaissancehotel zich tussen gewrongen heeft. Dit moet voor toeristen het walhalla zijn, Amsterdam op zijn smalst en pittoreskst, wat in de hand wordt gewerkt door het hoogteverschil tussen de Nieuwendijk en het Kattengat.

 Na een verbouwing van 2,5 jaar is het Renaissancehotel – voorheen Sonesta – als een feniks uit de as herrezen, met 500 kamers het grootste van Amsterdam. Daarmee overtreft het het Maritimhotel op Overhoeks in Noord dat nog steeds wacht op een opening. Architect van het immense complex is Kentie Architecten uit Halfweg die ook Rosewood op de Prinsengracht onder handen nam.

De rooftopbar met het uitzicht is een attractie

 Die verbouwing – de architect weet niet wanneer de vorige ingreep was – was hard nodig. Het oude Renaissance werd ontworpen door Gerard de Klerk in de jaren zeventig die korte metten maakte met het gebouw van het Vrije Volk/Arbeiderspers aan het Kattengat/Hekelveld. Sonesta was geen bijzonder gebouw met een gesloten façade inclusief plint. Je zag er niet aan af dat het een hotel herbergde, zo anoniem en gesloten was het. Kentie heeft het hotel binnenste buiten gekeerd met een uitnodigende begane grond en vooral aantrekkelijke stegen. De Smaksteeg, de Engelsesteeg en de Gouwenaarsteeg zijn in het complex opgenomen met een loopbrug en een tunnel. In een van deze ondergrondse ruimtes bevindt zich de gym, maar waar? In het doolhof is die niet een-twee-drie te vinden. De voorheen verlaagde vloeren van de begane grond zijn opgetild waardoor er contact met de straat is gelegd.  Hier en daar zijn historische gevelstenen in de nieuwbouw opgenomen en verder heeft een kunstwerk van Johan van Hell dat nog voorkwam bij het Vrije Volk een plaats gekregen.

 Helemaal extravert is Renaissance nog niet, hoewel de nissen met planten en de toepassing van een soort baksteen in allerlei vormen veel vergoedt. De in kuipen geplaatste planten worden via een irrigatiesysteem bevloeid.

 Om de uitbreiding van het hotel te realiseren is de parkeergarage aan de oostkant van de Engelsesteeg opgeofferd. Dat is geen gemis. Dat deel van het hotel was een spelonk, nat en donker en bovendien slecht benut. Waar moeten de gasten dan nu hun bolide parkeren? Gebleken is dat slechts vijf op de honderd gasten met de auto komt, omdat het openbaar vervoer plus de nabijgelegen parkeergarages de nood kunnen lenigen.

 Binnen hebben drie internationale bureaus zich uitgeleefd: er moesten immers drie restaurants inclusief lobby worden vormgegeven. En dan is er ook nog een ballroom voor recepties in congressen die in drie parten kan worden opgedeeld. Op de begane grond valt op hoezeer het Renaissancehotel inspeelt op de congres- en vergadermarkt met meetingrooms in allerlei vormen en maten.

De Koepelzaal van de Oude Lutherse Kerk is nu conferentiezaal.

 Maar het is de lobby die de show steelt, ook al staat hij vol met meubilair. Boven de bar rijst een boom met geperforeerde bladnerven. De bladnerf is sowieso een terugkerend decoratief element, een listige methode om de hoogte van het atrium te compenseren. Verrassend genoeg bevinden zich in de boom met als naam voor de bar De Specht, enkele hotelkamers. Ze zijn ruimer dan  de overige kamers en worden met een filter afgescheiden van de publieke ruimte.

 Terwijl Rosewood aan de Prinsengracht zich afzondert van de (binnen)stad, bewandelt het Renaissancehotel de tegenovergesteld weg. Er is contact gelegd met de omgeving die in dit deel met het intensieve bezoek van toeristen wel een upgrade kon gebruiken. In die zin is het een gelukkige transformatie geworden waarbij het niet opvalt hoeveel kamers achter de gevel schuil gaan.   

De vernieuwde raadzaal is oh zo beschaafd