Het Central District van het Bajeskwartier is zo goed als gereed met de torens The Martin en The Starling. Hoe vogels zijn vernoemd naar de woontorens, dat zou een vorm van ironie genoemd kunnen worden in een ommuurd terrein.
Toen Berlijn nog een gedeelde stad was, bracht Het Klein Orkest het lied uit Over de Muur over de narigheid die de Muur in de stad bracht. ’En alleen de vogels vliegen van Oost- naar West-Berlijn, worden niet teruggefloten, ook niet neergeschoten, omdat ze nu eens in het Oosten dan weer in het Westen willen zijn.’
Die muren, die vogels. De associatie is niet weg te denken bij het Bajeskwartier waar restanten van de muren als archeologische relicten op het terrein staan. Waar de gevelplaten van de vroegere gevangenis zijn hergebruikt als bestrating. En waar de nieuwe torens namen van vogels dragen. The Starling (de spreeuw), The Martin (de huiszwaluw) en al wat oudere The Robin (het roodborstje) of The Jay (de Vlaamse Gaai). Dat zou je een vorm van ironie kunnen noemen of een hommage aan de geschiedenis van het Bajeskwartier. Gevangen en toch dichtbij de samenleving.
Hoewel een enkele toren van de voormalige penitentiaire inrichting Overamstel bewaard is gebleven – en dienst zal doen als centrum voor creatieve ondernemers, slaat het Central District een andere toon aan. Dit is vol gezet met woontorens. Het onderscheid tussen sociale huur en koop is niet vast te stellen en dat alleen al is een verheugend feit. The Starling of The Martin, beide zijn hoogwaardig afgewerkt met brede en diepe balkons en met luifels die de valwinden moeten breken. Want hoog is het centrum van Central District, Dit is een plek geworden waar Amsterdam met recht metropolitain of internationaal genoemd mag worden. Zelfs de gedachte aan de grachtengordel komt hier niet op.
Acht jaar geleden bedacht OMA (het bureau van Rem Koolhaas maar tegenwoordig geleid door David Gianotten) het stedenbouwkundig plan voor het Bajeskwartier. OMA deelde het gebied op in een aantal districten, sferen eigenlijk, met een eigen signatuur. Het oostelijke deel is het Learning District met onder meer het Spinoza Lyceum, het Design District, waar de creatieve industrie zal neerstrijken, het Central District voor wonen en voorzieningen, en het Amstel District, dichtbij de Spaklerweg, dat is gereserveerd voor duurdere koopwoningen. Rode draad of liever de groene draad is het overdadig gebruik van beplanting, op de daken, de balkons, achter de oude gevangenismuren en naast het hoofdgebouw. Daar wordt een verhoogde tuin aangelegd met waterpartijen.
Het hart van het Central District is zo goed als klaar. Hier ontwierpen OMA en Arons & Gelauff respectievelijk The Martin en The Starling. Vorig jaar voltooide Kempe Thill hier de toren De Vrijheid die is genomineerd voor de Amsterdamse Architectuur Prijs, begrijpelijk want het gebouw is tot in de puntjes gedetailleerd. Een aaigladde pui van grijs terrazzo, binnen dikke houten dorpels en kozijnen en een atrium met een hoog opschietende boom: de huurder die hier woont, hoeft zich niet benadeeld te voelen.
Hartverwarmende of enthousiasmerende torens zijn The Martin en The Starling niet, hoewel het de vraag is of architectuur warme gevoelens kan oproepen. Ze zijn streng, zakelijk en functioneel met hun frame van aluminium en glas en een constructie van beton en staal. In die zin grijpen ze terug op de no-nonsense filosofie van de Bijlmerbajes. The Martin valt op door gestapelde en verspringende volumes, The Starling heeft een formidabel gedeeld dakterras op de vierde verdieping. Beide bieden commerciële ruimtes (winkels en zorgvoorziening) aan in de plint
De charme zit vooral binnen. De wanden van het atrium in The Martin zijn bekleed met mos en bij The Starling klimt een fuchsiakleurige wenteltrap omhoog, beneden omringd met een houten zitje. Dat fuchsiarose komt terug in de balustrades rond een lichthof aan de achterkant van The Starling. De appartementen (koop en huur), variërend van 45 tot 150 vierkante meter zijn aangenaam, niet in de laatste plaats door de royale balkons.
Wat in het voordeel van de woningen speelt is de knik in de Dijkmeerlaan. Die knik komt voort uit een gelukkig misverstand. In het eerste ontwerp tekende gemeente een rechte laan vanaf de Spaklerweg tot aan de Weespertrekvaart, totdat bij de uitvoering een vergissing werd gemaakt. Typisch een geval van ‘elk nadeel heb’ een voordeel. Zo is er een pleintje ontstaan op het kruispunt van die laan en de Meerluchtlaan (what’s in a name) dat de gedetineerden vroeger gekscherend de Kalverstraat noemden. Ook de bewoners profiteren: zij hebben een veel interessanter uitzicht door de knik, bijvoorbeeld op het park aan de Weespertrekvaart.
Het is duidelijk dat de begroeiing de harde kanten van het Bajeskwartier zal moeten wegnemen. Maar fijn is dat stukjes van de Bijlmerbajes bewaard zijn gebleven zoals de celdeuren die nu dienst doen als balustrade op de brug. En dat een gesloten gebied bij de stad is getrokken, bijvoorbeeld met een gedesignede tunnel onder het spoorviaduct bij de Spaklerweg.