Langzaam maar zeker krijgt Oostenburg inhoud. In juni werd het Liesbeth Listhuis geopend voor kunstenaar-senioren, de Oosterlingen kruipt uit de steigers en de Big Gym in de oude Werkspoorhal ontvangt de eerste sporters.
Het Liesbeth Listthuis, had gezelliger gekund
In de rouwadvertentie van de onlangs overleden schrijfster Marjan Berk werd gemeld dat ze haar laatste maanden sleet in het Liesbeth Listhuis. Heb het leven lief en wees niet bang staat er geschreven op de gevel van het huis dat begin juni door de dochter van Liesbeth werd geopend.
Het huis, bedoeld voor dementerende, chronisch zieke of bejaarde kunstenaars, staat op het Tonia Steltjesplein in de wijk Oostenburg. (Tonia Stieltjes is een film waard, zie haar levensgeschiedenis op Wikipedia, maar dat terzijde). Oostenburg is op een paar kavels na bijna voltooid. De Stichting Kunstenaarshuizen Amsterdam en de Zorggroep Amsterdam Oost gaven samen met Stadgenoot het bureau Maken de opdracht voor dit huis, in navolging van het Ramses Shaffyhuis aan de Piet Heinkade.
Architectenbureau Maken – wie verzint zo’n naam – ontwierp een gebouw met een industriële uitstraling. Een grijswitte metalen gevel, een zaagtanddak met waterberging en beplanting erop, en een beschutte tuin aan de achterkant. Het hele huis staat in teken van kunst en kunstenaars. In de sociëteit kunnen ze optreden; installaties en natte ruimtes liggen rondom de woonvertrekken. De bewoners kunnen op hun etage een rondje lopen en hebben vanuit alle hoeken zicht op het plein of op de tuin aan de achterkant.
The Big Gym, donker en mega
Dat het Liesbeth List een fabrieksachtig gebouw is, past wel bij het karakter van Oostenburg waar de geest van machine- en scheepsbouw zoveel mogelijk geconserveerd is in de nieuwbouw. Maar het is wel een onverbiddelijke en ongezellige vorm van architectuur, die buitenkant, bijvoorbeeld door de metalen raamkozijnen die iets naar binnen vallen. Fijn is daarentegen dat de plint een functie heeft, met een medische post en een inloop café waarmee iets lukt wat elders op Oostenburg moeizaam lijkt: levendigheid tot stand brengen op het plein in dit geval.
Dat zal ook de opgave zijn bij de Oosterlingen, een prestigieus project van ontwikkelaar Being en architectenbureau MVRDV. Het concept is op papier interessant. Hoewel het nog moet worden opgeleverd, is de opzet duidelijk. Zeven bouwblokken aan elkaar geschakeld met elk een eigen karakter. Het sympathiekste daarvan is een volledig houten complex aan de zuidkant met een getrapte gevel.
De Oosterlingen, geforceerd divers
Oostenburg is een hoog stedelijke en dus dichtbebouwde wijk en dat zullen we bij de Oosterlingen weten. Alsof er een stukje Jordaan is nagebouwd maar dan wel in de stijl van nu. De woonblokken lijken elkaar te verdringen, niet in de laatste plaats door de verschillende materialen. Niet uniform was de opdracht van Being aan MVRDV, en zo is er een gevel van hergebruikt hout, biobased lei en gestampte aarde, rode baksteen en een toren van keramiek. Bij een blok wacht een rooster op beplanting, maar als dat zo gaat als bij Valley – een dooie boel, ook van MVRDV – ligt een mislukking op de loer.
Wacht eens, presenteerde MVRDV op de gewonnen tender niet een glazen toren ondergedompeld in groen? Dat groen kan nog komen natuurlijk, nu staat er een rode keramische toren. Vanwege de technische en financiële randvoorwaarden schakelde de architect over van glas op keramiek. Wel in overleg met de gemeente, haast Beiing erbij te zeggen, maar het voelt een beetje als ‘cheating’: de tender (een prijsvraag) werd immers verleend op basis van een ander concept. Keramiek of glas, het maakt nogal verschil.
Het resultaat is dat het hoogste punt van de Oosterlingen nogal plomp overkomt en beslist geen contrapunt vormt met het rijtje blokken eronder en naast. Het gaat dan ook niet om de buitenkant: hier ligt net als elders op Oostenburg de nadruk op duurzaamheid (de geveldelen kunnen worden gedemonteerd) en op de (gedeelde) terrassen, balkons en tuinen in de patio’s en daken. Als er zo nodig in een hoge dichtheid gebouwd moet worden, valt hieraan niet te ontsnappen: de introversie verklaart de moeizame overlevingskansen voor de middenstand in de plinten.
De oosterlingen
Voor de levendigheid zijn we aangewezen op de Big Gym in de voormalige Werkspoorhal. Die beroept zich erop de grootste sportschool van Nederland te zijn wat zomaar zou kunnen. Over de invulling van die hal is veel te doen geweest. Eerst zou het een markthal worden, toen een padelbaan, waar de buurt tegen te hoop liep en nu is het een sporthal. Daarvoor werd een metalen frame in het interieur opgetrokken. De sporters trainen op verschillende niveaus, belicht door rode schemerlampen in een volkomen zwart interieur. Dat het oorspronkelijke industriële karakter van de hal is bewaard, compleet met roestige kolommen, pijpen en steigers langs de wanden, is een hommage aan het verleden. Hier werden immers locomotieven geassembleerd of gerepareerd.
Schemerlampen in de big gym
Wie de bedenker van dit interieur is, is een raadsel. Elke communicatie met het hoofdkantoor strandt. De eigenaar is dezelfde die ook het Gelredome bezit. Het maakt niet uit. De prachtige industriële hal valt weg in de bebouwing, hoe monumentaal de gigantische glazen schuifdeuren ook zijn. Het interieur is zo duister en zo ruim van opzet dat het moeite kost medesporters te ontwaren. Als een gym bedoeld was voor ontmoeting of interactie dan is dat in elk geval bij de Big Gym uitgesloten.
De buurt heeft intussen geen reden tot klagen meer. Overlast door getok van ballen blijft afwezig, hooguit de muziek uit de gym kan irritatie opwekken. Oostenburg is op een haar na gereed: het wachten is nog op de Van Gendthallen waarvan de opening na de zomer verwacht wordt. Een restaurant, een museum (van ontwerperscollectief Drift) en een verzameling startups. Hopelijk brengen die leven in de brouwerij.