Op het Strandeiland staat in het zand een industrieel ogend gebouwtje dat van levensbelang is voor de buurt, in de toekomst 8000 woningen. Dit is het onderstation van Liander ontworpen door Powerhouse Company. Het oogt als een reusachtige radiator – hoe blij zullen de bewoners op IJburg hiermee zijn?
Minigebouwen zijn het, een kleinschalige vorm van architectuur die als een noodzakelijk kwaad in het stedelijk weefsel gedoogd worden. Eigenlijk niet eens een gebouw maar een object zijn de enorme afvalcontainers die de gemeente wil plaatsen zodat de stad het zonder zak moet stellen. Daarvoor worden bijvoorbeeld parkeerplaatsen opgeofferd en moeten ondernemers/bewoners een grijs gevaarte voor de deur dulden. Mooi is anders.
Gebouwtjes. Transformatorhuizen komen al in de buurt. Ook dat aantal wordt in de nabije toekomst opgeschroefd tot 2500 in totaal om de behoefte aan stroom op te kunnen vangen. Opnieuw is de veel gehoorde klacht dat het stomme dingen zijn, waar nauwelijks een ontwerper aan te pas is gekomen. Helaas verstoren ze het straatbeeld en frustreren daarmee elke poging de openbare ruimte te verfraaien. Er ligt een toezegging dat het leeuwendeel inpandig in nieuwe complexen wordt verwerkt.
Daar is dan nu een onderstation bijgekomen. In de hiërarchie van stroomvoorziening is er eerst het hoogspanningsstation (tussen 380 en 150 kv) en dan het onderstation (tussen 50 en 10 kv). Bekende bunkerachtige onderstations staan op de Hoogte Kadijk, op het Rhijnspoorplein en de Marnixstraat/Groenmarktkade. Er zijn er naar schatting 25 van in Amsterdam. Daarin wordt het hogere voltage omgezet in een lagere waarde die vervolgens de naburige huishoudens kan voeden. Dat zullen er op het Strandeiland in de loop van tijd maar liefst 8000 worden. Gewoonlijk zou zo’n onderstation niet opvallen maar omdat Strandeiland op Ijburg nog volop in ontwikkeling is, staat het bouwsel daar als een buitenaards gevaarte in het zand. Je zult zelf een huis gebouwd hebben in de buurt, want dat is het uitgangspunt van het Centrum- en Strandeiland, en dan uitkijken op dit station. Dat er op loopafstand bovendien een veld vol met zonnepanelen is aangelegd, is ook al even slikken, hoewel dat wellicht een tijdelijke oplossing is.
Dit onderstation is beslist geen tijdelijke aanwezige. Powerhouse Company ontwierp in opdracht van Liander een gebouw met een plint van oranje baksteen. Horizontale steenstrips regelen de ventilatie in het gebouw. De plint – dat moet gezegd – is een aantrekkelijk gemetselde band van puntige stenen (hergebruikt en nieuw) die elke graffiti-belager moet afschrikken. De vrees is natuurlijk dat een met spuitbus gewapende jongeman zich gaat uitleven, niet afgeschrikt door straling of hoogspanning.
Bovenop die plint torent een geribde zwartgrijze opbouw, al net zo hermetisch als de onderkant. Tja, stroom is nu eenmaal geen visueel materiaal zoals water. Ramen of deuren zijn daardoor geen uitgangspunt bij de opgave. Die geribde opbouw wordt onderbroken door verticale schijven waardoor het station veel wegheeft van een ouderwetse cv-radiator.
Duurzaam moest het station volgens Powerhouse zijn, en bovendien ingebed in de couleur locale van de wijk. Zo lang die nog niet klaar is, is er eerder sprake van een scherp contrast omdat de nabijgelegen woonblokken grotendeels zijn opgetrokken uit hout. Het stralingsgevaar maakt het onwaarschijnlijk dat het station wordt opgeslokt door woningen.
Nabij het onderstation ligt er een pumptrack
Op zich is het bijzonder dat zo’n utilitair complex – het station bestaat uit twee delen met een plein ertussen – door een architect is ontworpen. In die zin grijpt het concept terug op de tijd van de Amsterdamse School toen transformatorhuizen en zelfs brievenbussen een signatuur kregen. Dat is te prijzen, alleen is het resultaat wat hardvochtig en opdringerig. Over de ligging kun je ook twisten. Aan de oostkant strekt zich het IJmeer uit: wat een idyllisch uitzicht had kunnen zijn, is nu door een industrieel ogend gebouw ‘bedorven’. Dan heeft de gemeente bij het nabijgelegen Tagorepark, een skatebaan, voetbalveld en kabelbaan, het beter begrepen. Daar is een heuvel opgeworpen waarvandaan je heerlijk over het water naar Almere kunt kijken.
Wat Strandeiland in vergelijking met het Haveneiland tot een verrijking van de stad maakt, is de diversiteit aan architectuur. Collectieve opdrachtgevers hebben zich uitgeleefd in allerlei soorten materialen en stijlen. De Makerskade wordt omringd door uitnodigende woonblokken met veranda’s, loggia’s en allerhande erkers. De welstandscommissie heeft – terecht – een oogje dichtgeknepen. Het Strandeiland profiteert bovendien van zijn ligging, als een schiereiland in het water met stranden rondom. Het is onbegrijpelijk dat tram 26 nog altijd niet is doorgetrokken naar het eindpunt. Tot die tijd zijn bewoners aangewezen op de auto, en dat is met de smalle, enkelvoudige toegang nog een hele toer. Die bereikbaarheid zal in de toekomst alleen maar ingewikkelder worden, lees onmogelijk.
Logistiek en verkeerskundig is de ene brug een flessenhals, maar gelukkig is daar dan het onderstation van Liander. De bewoners kunnen het licht aandoen, de wasmachine laten draaien en de wifi laten werken. Als dat afkomstig is van een curieus soort station, moet dat dan maar. En die ziet er beter uit dan de bunkers waar de stad tot dusver mee werd opgescheept.