•  

    Takken van prefab beton

    De architect René van Zuuk werkte tot dusver met glas, met aluminiumprofiel, net glas, betonpanelen, hout, maar nog nimmer met prefab beton. Dat is nu aan het veranderen: aan de Zilverparkkade in Lelystad verrijst van zijn hand een kantoorpand waar het prefab beton bepalend is voor de gevel; hij is er zelf zo enthousiast over dat hij het materiaal wil herhalen, bij een villa voor een particulier in Heiloo. Gewoon prefab platen paste hij al wel toe, in het appartementenblok The Wave aan het Almeerse Weerwater, maar dat waren ‘eenvoudige vloerdelen’.
    Van Zuuk is vooral bekend geworden van zijn trainingsgebouw voor Ajax-jongeren op het terrein van De Toekomst en het gebouw van Arcam in Amsterdam, waarin hij zijn liefde voor een expressief uiterlijk in de praktijk heeft gebracht. De aard van het materiaal is meestal richtinggevend voor zijn manier van ontwerpen, en omdat in het recente verleden gewoonlijk gewelfde of golvende gebouwen waren, koos hij voor een houtskelet waarom hij aluminium of zink heen drapeerde. In Lelystad diende een andere koers gekozen te worden.
    ‘Supervisor Adriaan Geuze bedacht een masterplan waarin verticaal gelede gebouwen naast elkaar staan met een prachtig uitzicht op het park. Mijn gebouw staat tussen een ontwerp van Erick van Egeraat en Meyer & Van Schooten in. Het is in feite een doos. Hoe maak je die interessant? Wat ik wilde voorkomen dat een glazenwassersinstallatie het ontwerp zou bederven omdat de gevel dan iets terug moet springen. Trouwens zo’n installatie zat er budgettair ook niet in. Wat ik wel wilde was een glasoppervlak dat van vloer tot plafond reikte, omdat je zo het beste kunt profiteren van het uitzicht. Bovenin ruimde ik plaats in voor twee penthouse-achtige etages die weer uitkijken op het Ijsselmeer.’
    Maar glas alleen vond hij te kil. En zo groeide het plan om een filter voor de gevel aan te brengen, waarbij hij uitkwam op prefab beton. Een zwart kader met witte takken van beton, om precies te zijn. Zo is Van Zuuk weer terug bij zijn uitgangspunt, het streven naar een expressieve gevel.
    Waarom takken? ‘Dat is een tijdloos patroon. Ze lopen bovendien door, of wekken de suggestie dat ze doorlopen. Dat effect bereik je niet met een stempelpatroon, dat als postzegels op een gevel lijkt te zijn aangebracht.’ Maar niet alleen het aanzicht van de gevel was bepalend. Computersimulaties van het interieur toonden aan dat takken een bijna natuurlijk scherm voor het glas vormden, mooier en organischer dan rechte of schuine stangen. ‘Ik zie het als een filter. Je ziet Lelystad wel, maar de stad staat tegelijk op afstand.’ Dat prefab ‘gordijn; is ook nog ergens goed voor: het geeft degenen die lijden aan hoogtevrees niet het gevoel dat er een afgrond voor hen achter het glas gaapt.
    Het zwarte kader met het grillige takkenmotief is in een mal gegoten bij het bedrijf Westo in Rijssen. Om een zo maximaal mogelijk effect te bereiken, moest bij de prefabricage worden opgelet dat op het zwarte kader geen witte cementvlekken zouden komen en omgekeerd op de witte takken geen zwarte spetters. Want nu lijkt het alsof de takken voor de gevel met zijn zwart kader hangen. ‘Het was lastig dat goed in een mal te krijgen’, vertelt Van Zuuk, en bovendien om daar een betonfabriek voor te vinden die het voor een acceptabele prijs wilde doen.
    De takken zelf zijn15 centimeter breed en dankzij een bewapening sterk genoeg om scheuren te voorkomen. Angst voor vervuiling Van Zuuk niet. Over tien jaar zal het wit er wel van af zijn, maar dat hoort nu eenmaal bij veroudering. En een ideale landing- of schuilplaats voor duiven? Die weten Lelystad niet te bereiken, redeneert hij optimistisch. Bovendien houden die toch meer van rechte richels, meent hij te weten.
    Nu hij het prefab beton heeft beproefd, smaakt de ervaring naar meer. Na Lelystad volgde onmiddellijk een villa in Heiloo waarvan de gevels ook uit een takkenpatroon worden opgebouwd, maar dan wel volgens een andere techniek. Van Zuuk studeert erop hoe je het prefab beton computergestuurd kunt fresen. ‘Een geveloppervlak als beeldhouwwerk.’ Dat leent zich het beste voor strakke geometrische gebouwen: ook de villa in Heiloo is in feite een doos die zich schuin vanaf het maaiveld verheft.
    Zo is Van Zuuk in feite terug bij de oude manier van betontoepassing van voor en na de Tweede Wereldoorlog, toen het ook nog als een decoratief element diende. Daarna werd beton alleen maar geschikt bevonden als constructief massaproduct. Het leasekantoor in Lelystad, waarvoor nog geen huurder gevonden is, laat zien dat prefab ook nog andere mogelijkheden toelaat. Toch neemt hij zich voor niet uitsluitend takken in prefab te produceren. ‘Voor je het weet ben je de takkenarchitect.’