Woonbootbewoners zijn masochisten
12-01-2007 / columns
12-01-2007 / columns
De woonboot-bewoner
Niets legt zo genadeloos de schaduwzijde van de stad bloot als een rondvaart door de grachten. De ene woonboot ziet er nog gammeler uit dan de ander, de roest op de kiel vraagt om een grondige inspectie op de helling, maar het schrikbarendst zijn wel de verzakte terrasjes of balkonnetjes aan het water. Toch verdiende de woonark aan de Zeeburgerkade in Amsterdam wel de prijs voor de ongelukkigste aller schepen. Twee jongemannen waren die zaterdag bezig te redden wat er te redden viel, met panelen van chipwood die het wrakkige spaanplaat moesten vervangen. Het leek dweilen met de kraan open. Want de ark hing zo scheef tegen de kade aan, dat hij elk moment slagzij leek te maken.
Een woonboot-bewoner moet iets van een masochist zijn. Wetende dat je het voormalige binnenvaartschip een keer per jaar naar de helling moet brengen, wetende dat het onderhoud nooit verzaakt mag worden ik hoor nog dat snerpende geluid van de ijzerschuurmachine waarmee de overbuurman zijn Concordia probeerde op te lappen. Hij deed er jaren over.
Als je de brochures van de arkenbouwers doorbladert, lijkt de droefenis ver weg. Vensters van vloer tot plafond die uitzicht bieden op schilderachtige plassen, eikenhouten parket waarop zelfs een vleugel prijkt, badkamer met ligbad dat is wel een ander verhaal dan het roefje waar je bukkend je leven moet slijten. Het woonbootmuseum in Amsterdam tracteert de toerist op die meewarige omstandigheden. De bewoners op de fotos illustreren daarentegen het paradijselijk bestaan op het water: steevast lachende gezichten en gelukkige kinderen met een beer die nooit in het water valt. Wat doe ik nog op het vaste land?
Ijburg krijgt zon drijvende wijk, waarbij je mag hopen dat alle ligplaatsen verantwoord worden ingevuld. Want je kunt nog zon fraai designschip bestellen, als de buurman niet verder komt dan een roestbak, is je uitzicht grondig verpest. Wild wonen op het water is zo mogelijk nog riskanter dan op het land. Toch is de drijvende wijk een prijzenswaardig initiatief. Als we bedenken hoe hard de poolkappen smelten, kan alleen een woonboot nog redding brengen: we kunnen nu al voorspellen wie de laatst lachende is op Ijburg.
Maar die watervillas van de arkenbouwers zijn een uitzondering. Het beeld van afgedankte buurtschepen overheerst, net zoals dat van wilde tuinen op een plak piepschuim. Bij de rondvaart passeerden we het schip van een collega. Hij had een hekje van kippengaas op het dek gespannen om te voorkomen dat de kleine een onfortuinlijke duikeling zou maken. Zelf had hij een onprettige ervaring achter de rug toen hij haastig de boot wilde verlaten op weg naar een afspraak, stapte hij mis en viel naast de loopplank. Laptop, gsm en Armani-pak verdwenen mee het water in. De afspraak kon hij afzeggen.
Een week later passeerde ik op de fiets de ark aan de Zeeburgerkade. Nu waren er geen twee jongemannen aan het werk, maar hadden ze kennelijk hulp van een timmerman. Het schip lag nog schever en bouwvalliger bij dan bij de eerste kennismaking. Masochisten zijn het, die zich zo op het water begeven.