Alleen de auto is de grootste tegenvaller op Papendorp
Een polder veranderd in een chique kantorencampus
19-01-2007 / artikelen
19-01-2007 / artikelen
Het is nauwelijks voorstelbaar dat ze er nog niet eens zo lang geleden hebben gestaan: boerderijen onder de rook van het verkeersplein van Nederland, Oudenrijn. De Papendorpse polder heette de enclave tussen de A2/A12 en het Amsterdam-Rijnkanaal, een gebied met knotwilgen, populieren, dijkjes en sloten. Van die plattelandswegen is er een bewaard gebleven, de Groenewoudsedijk, die een slinger maakt door het huidige Papendorp, een hoogwaardige kantorenwijk in een parkachtig landschap. Geleidelijk aan vult het ene na het andere karakteristieke gebouw de voormalige polder, waarmee Papendorp zich aan het ontwikkelen is als voorbeeldig bedrijvenpark. Zo wijkt het Utrechtse park nadrukkelijk af van de gemiddelde zichtlocatie in Nederland, die vanwege de gemiddelde architectuur geldt als hèt symbool van horizonvervuiling.
De lat ligt dan ook hoog, vertelt Nira Hugenholtz, hoofd commercieel vastgoedontwikkeling, op het projectbureau Leidsche Rijn. Het is al een paar keer voorgekomen dat architecten hun werk moesten overdoen als het verwachte resultaat ondermaats leek. Of dat het projectbureau een voorgestelde architect afwees om dezelfde redenen. Het hoofdkantoor van een autofabrikant werd naar een ander terrein verwezen omdat men wilde vasthouden aan de huisstijl. Dat zou niet passen in de opzet en filosofie van Papendorp. Hetzelfde nee trof een ontwikkelaar die een gebouw in antroposofische stijl wilde vormgeven. In Papendorp kunnen dergelijke eisen ook gemakkelijk gesteld worden, want dit is veruit de meest centraal gelegen bedrijfslocatie van Nederland. Het ministerie van Economische Zaken maakte zich daarentegen ongerust over de koers van het projectbureau. Zijn jullie niet te streng voor bedrijven die zich willen vestigen? Worden hierdoor geen potentiële investeerders ontmoedigd? Die vrees is niet geheel ten onrechte. Tot dusver zijn het vooral ondernemingen geweest die hun bedrijfshuisvesting verplaatst hebben, en nauwelijks, zoals EZ liever had gezien, nieuwkomers.
Al vijfendertig jaar geleden liet de gemeente Utrecht zijn oog vallen op de polder, lang voordat er sprake was van de Vinex-locatie Leidsche Rijn. Maar pas vanaf 1996 werd er vaart gezet in de ontwikkeling toen formuleerde het bureau van Rem Koolhaas, OMA, een masterplan, waarin de contouren van een kantorenwijk werden aangegeven. Dat vertaalde zich in mogelijke ontsluitingswegen naar Papendorp, referentiebeelden van het type landschap (gebouwen gebed in het groen) en schemas van water en wegen. De centrale as moest de Taats worden, ook een overblijfsel van een vroegere dijk, die als ruggengraat voor de wijk zou dienen. Daarlangs zouden zich stevige bouwblokken aaneenrijgen met vestigingen van grote bedrijven, terwijl de wat kleinere kantoren juist daarachter een plaats zouden krijgen. De filosofie van Papendorp is dat elk gebouw goed waarneembaar is vanaf de snelweg alsof je afzonderlijke stukken uit een bijzondere collectie bekijkt. Rijdend over de A2/A12 wisselt het perspectief daardoor steeds.
Overkapt
Na de aftrap van OMA namen twee andere gerenommeerde bureaus het estafettestokje over: bureau Wissing als supervisor van de uitvoering en West8 voor het landschappelijk ontwerp. Met de gemeente Utrecht werd afgesproken dat er maar liefst 340 duizend vierkante meter kantooroppervlak zou worden gerealiseerd en dat Papendorp deel zou gaan uitmaken van Leidsche Rijn. De logica van dit besluit schuilt in de verschuiving van de A2 naar het westen waardoor er een strook aan het Amsterdam-Rijnkanaal vrijkomt voor woningbouw. Omdat de A2 ook grotendeels wordt overkapt, ontstaat er een synergie tussen de twee helften van Leidsche Rijn. Papendorp wordt dus een gemengde wijk, met kantoren aan de zuid- en westrand, en woningen in de noordoostelijke hoek. Er is zelfs op aandringen van Adriaan Geuze van West8 een volkstuincomplex in het plandeel Groenewoud gespaard gebleven waarin kleine bedrijfsvillas worden gestrooid tussen de huisjes. Want waarom zou je volkstuintjes verwijderen als ze tegelijk kunnen dienen als openbaar toegankelijk park? Dat beantwoordt aan de geest van het stedenbouwkundig plan: Papendorp heeft dan weliswaar zijn polderuiterlijk verloren, het moet zoveel mogelijk een campus worden. Hoewel het bedrijvenpark nog niet helemaal klaar is, is dat zichtbaar, niet alleen dankzij het volkstuincomplex maar ook door de rietkragen waarachter de stenen muren van Atos Origin oprijzen maar ook door de bomenrij die de twee groen-glazen kantoortorens van architecten Meyer & Van Schooten vanaf de A2 deels aan het zicht onttrekken.
Uit de mofologische geschiedenis zijn, als enige, waterlopen overgenomen, die volgens stedenbouwkundige Peter Verschuren van Wissing de hoosbuien van tegenwoordig moet opvangen. Wat OMA nog in het stedenbouwkundig programma van eisen tekende als een langwerpige plas, is uitgewerkt tot een grillig bekken waar loopbruggen de oevers met elkaar verbinden. Hier zullen verspreid door het park, kantoren in de vorm van paviljoens gebouwd worden, een scherp contrast met de stedelijke as de Taats die er naast ligt. Papendorp, zoals het er uiteindelijk moet gaan uitzien, is een mengeling van een open landschap met weiden en velden enerzijds, en een bos anderszijds, waarin de gebouwen wegvallen.
Het landmark van Papendorp is overigens geen gebouw maar een brug, de Prins Clausbrug van UN Studio (Ben van Berkel) die het kantorenpark verbindt met Kanaleneiland aan de oostkant van het Amsterdam-Rijnkanaal. De tuibrug lijkt door zijn lichtblauwe kleur bijna op te gaan in de lucht. De brug verbindt twee totaal verschillende werelden, het keurig aangeklede en ingerichte Papendorp en het schotelantennepark dat Kanaleneiland in feite is. Op den duur moeten de oevers van het kanaal zo bebouwd zijn dat Kanaleneiland van de achterkant van Utrecht verandert in een etalage, aangeraakt door de toverstaf van de Prins Clausbrug.
Twee grote ICT-bedrijven hebben het park wind in de zeilen gegeven, nadat de ontwikkeling tijdelijk werd afgeremd door een terugval in de economie vanaf 2001. CapGemini besloot het terrein in Rijnsweerd te verruilen voor een locatie aan het Amsterdam-Rijnkanaal goed voor ruim 40 duizend vierkante meter -, daarna gevolgd door Hewlett Packard dat met hetzelfde oppervlakte een centrale plaats heeft ingenomen aan de Taats. CapGemini bracht architect Frits van Dongen mee, HP de meer klassiek georiënteerde stijl van O3 Architecten. De angst van Hugenholtz was aanvankelijk dat CapGemini en het tegenoverliggende complex van Atos Origin (van het Zweedse bureau Niels Torn) te contrastrijk zouden zijn: een zwarte versus een witte steen. Black and white als entree van Papendorp leek me geen wervend beeld. Op verzoek pasten de architecten de steensoort aan in het plandeel De Cope: Van Dongen verzachtte zijn kantoorvillas met een donkerbruine steen (met aluminium kozijnen), Torn ging over op een zachtgele die hij combineert met een grijze beplating. Een van de opvallendste gebouwen ligt meer in het hart van de wijk. Dat is het hoofdkantoor van het pharmacologisch bedrijf Prismant, ontworpen door het Britse bureau Swank Hayden Conell. De Britten bekleedden de gevel met een veelkleurig mozaiek van stenen, onderbroken door langwerpige aluminium raamkozijnen.
Geen knallers
De architecten moesten in alle gebouwen uitgaan van natuurlijke materialen, en daardoor is het bedrijvenpark een staalkaart van baksteen, hout, glas, aluminium en beton. Duurzaamheid was een andere eis, evenals het gebruik van natuurlijke kleuren, zoals terra, oker en naturel. Het mochten, zegt Verschuren, geen knallers worden, reden waarom hij moeite had met de ellipsvorm bij het hoofdkantoor van Daimler Chrysler. De architectonische hoofdvorm is eenvoudig, dat wil zeggen niet doorgefragmenteerde gebouwen maar volumes waarvan delen verschoven zijn, onderbroken worden of waar een hoek uit is gehaald. Dat maakt de collectie bedrijfsgebouwen weliswaar heel divers maar zorgt ook voor onderlinge verwantschap. Hieraan draagt zeker de landschappelijk setting bij; Adriaan Geuze vond dat de gebouwen als het ware uit een glooiend terrein tevoorschijn moesten springen. Het mooist gebeurt dat bij CapGemini waar de heuvels soms openscheuren ten behoeve van een beschut plein. Dat geaccenditeerde terrein wordt doorsneden door fietspaden, terwijl het autoverkeer wordt afgeremd door een slingerend parcours. Alleen de Taats is een duidelijk gemarkeerde langwerpige boulevard. Hugenholtz: We zien dat als een tegenhanger van de Maliebaan, een mooie stedelijke as met twee rijen bomen waaraan prominente gebouwen liggen.
Ondanks de hoge architectonische ambitie heeft de realiteit ook tegenvallers opgeleverd. Wie door Papendorp rijdt, kan het niet ontgaan: hoewel er gestreefd is om de autos onzichtbaar onder heuvels weg te werken, is niet gerekend op het autorijdend bezoek. Dat parkeert zijn wagens nu in de berm bij gebrek aan parkeerplaats. Papendorp heeft nog steeds te lijden van de provinciale richtlijn van zes jaar geleden waar men uitging van een auto op 125 vierkante meter bruto vloeroppervlak een veel te voorzichtige raming voor een
park dat omringd is door snelwegen. Verschuren noemt de houding van de provincie belachelijk. Het projectbureau heeft de blaren van zijn tong gepraat om het aantal parkeerplaatsen te verdubbelen. Wie verlangt nu van ICT-bedrijven dat ze met de bus komen? Want van een hoogwaardige openbaar vervoerverbinding waarvan in het stedenbouwkundig plan nog sprake was, is nog altijd niets gekomen, en de vraag is of die er überhaupt komt. Wat het projectbureau onderschat heeft is dat de ondernemingen Papendorp ook gebruiken als centrale vergaderlocatie. Dat is natuurlijk logisch als je de gunstige ligging bekijkt. Om daar aan tegemoet te komen, wordt er naast het kantoor van Atos Origin een parkeergarage gebouwd, een spectaculair ontwerp van JHK Architecten verwacht Verschuren, in alle opzichten beter dan de hagen en pergolas waarachter het Atos-personeel nu zijn autos moet verstoppen.
Als ergens de auto gecamoufleerd kan worden, is het op Papendorp, vindt Verschuren, vandaar zijn irritatie over de gebrekkige visie van de overheid. Verder staat of valt het succes van een kantorencampus met parkmanagement: de landschappelijke en architectonische condities houden het in de tijd alleen goed bij zorgvuldig onderhoud. Dat in veel gebouwen is gekozen voor baksteen, heeft daar ook mee te maken dan weet je zeker dat de architectuur beklijft. Daarnaast moet Papendorp het hebben van een juiste selectie van ondernemingen. Geen showrooms, geen op consumenten gerichte zaken. Wel een hotel (op het toekomstige Taatsplein, ontwerp: Jo Coenen), geen anonieme dozen. Van Gend en Loosachtigen zijn vriendelijk doch beslist doorverwezen naar De Wetering in Leidsche Rijn-Noord, waar het spectaculaire geluidsscherm meer doet dan alleen geluid weren.