Paleis Soestdijk onthult zijn geheim
09-11-2006 / artikelen
09-11-2006 / artikelen
De eerste gidsen krijgen instructies in de keuken van paleis Soestdijk. Belangstelllend bekijken ze de etenslift en het klapstoeltje voor de bediende, het soort stoeltje dat uit een trein lijkt te komen. Aan het eind van het jaar moeten ze op hun taak voorbereid zijn, op vragen de juiste antwoorden geven en misschien wel het belangrijkste de tijd in de gaten houden. Ze hebben niet langer dan 60 minuten de gelegenheid om een groep door het lege paleis te loodsen. Dus zullen de groepen ook hooguit vijftien mensen moeten tellen, anders ontstaan er verstoppingen en vertragingen bij de rondleiding. Zo ruim bemeten zijn de vertrekken in het paleis niet. Uitloop moet zoveel mogelijk vermeden worden, want de openstelling van paleis Soestdijk gaat gepaard met blokuren waarvoor belangstellenden zich kunnen aanmelden.
Voor bezoekers met kinderen zullen waarschijnlijk aparte uren worden ingesteld, vertelt Meine Bruinsma, kwartiermaker namens de Rijksgebouwendienst die de openstelling voorbereidt. We willen op die manier ook mensen met kinderen de kans geven het paleis te bezichtigen. De voorbereidingen zijn in volle gang. Bruinsma rijdt me over de grintpaden naar de westkant waar een parkeerterrein zal worden ingericht voor de bezoekers die per auto komen. Daarvoor zal een twintigtal bomen gerooid moeten worden, een karwei waar Bruinsma niet licht over denkt. Vermoedelijk is de zorg om het park nog groter dan die voor het gebouwde monument, zegt hij.
Vanuit die parkeerplaats onder de beuken, wacht de bezoekers een uiterst aangename en afwisselende wandeling over de paden naar de entree in de Soestervleugel. Ze passeren de kassen met de speciale lathyruskwekerij waarmee de hoveniers van de koninklijke familie al meermalen prijzen hebben gewonnen. Lathyrus was bovendien de lievelingsbloem van prinses Juliana.
Na de tuin met de kassen komt de lage watertoren in zicht, de oudste van Nederland (1680) waaruit het paleis zijn eigen leidingwater betrok. Deze toren zal worden ingericht als souvenirwinkel. Vervolgens slaat men de hoek om en krijgt men het paleis in het vizier, de Baarnse kant om precies te zijn, waar recht tegenover de orangerie ligt. Deze gaat dienst doen als café-restaurant, die door een aparte cateraar zal worden geëxploiteerd. In de tuinen, zegt Bruinsma, is het publiek niet gehouden aan de blokuren. Hier kan men naar hartelust wandelen en dolen langs de vijvers en rodondendron-bossen. Het park van Soestdijk is misschien wel het mooiste onderdeel, met zijn lange zichtlijnen en speelse aanleg in Engelse landschapsstijl.
Aan de Soester kant zijn voorbij de entree de werkzaamheden in volle gang om het publiek te kunnen opvangen. Er wordt getimmerd aan de garderobe, de heren- en damestoiletten. Deze voorzieningen liggen achter de eerste attractie het voormalige postkantoortje. Soestdijk beschikte over zijn eigen postagentschap, compleet met een getraliede balie, in de vleugel waar ook het personeel werkte. In de hoogtijdagen was de Soester vleugel de werkplek voor zon 70 mensen, na de dood van Juliana stonden nog altijd veertig mensen prins Bernhard bij, die zelf woonde in de Baarnse vleugel.
Bouwhistorie
Afgelopen voorjaar besloot minister Dekker van VROM Paleis Soestdijk drie jaar lang zes dagen per week open te stellen voor het publiek. In de tussentijd buigt een speciale commissie zich over de toekomst van het paleis daarna. Er zijn allerlei suggesties voor de herbestemming van Soestdijk ingediend, waarvan de vreemdste een luxe eroscentrum, lacht Bruinsma. Hij laat zich er niet over uit wat de meest passende functie voor het paleis zou kunnen zijn, want zijn taak bestaat er tot eind van het jaar vooral uit de openstelling in goede banen te leiden. Daaraan besteedt hij twee dagen per week, de rest van de week is hij als manager betrokken bij de vorming van het muziekkwartier in Enschede en bij het Investeringsbudget Landelijk Gebied.
De opdracht aan Bruinsma luidt het paleis zo aan het volk te tonen dat het een beeld krijgt van de bouwhistorie, de interieurs en de bewonersgeschiedenis . Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling dat alleen het leven van Juliana en Bernhard naar voren komt, omdat de geschiedenis van de Oranjes al is te zien in museum Paleis het Loo in Apeldoorn. Het oudste deel van Soestdijk, het corps de logis, werd rond 1650 jaar geleden gebouwd door de Amsterdamse burgemeester De Graeff in wat toen de lustwarande van het Gooi was, een lommerrijke omgeving die contrasteerde met het zompige Amsterdam. Enorme landerijen ter grootte van 160 hectare omringen het paleis. Er loopt een procedure om enkele hectares van de koninklijke familie bij te kopen die in 1971 merkwaardig genoeg buiten de boedel bleven toen het paleis overging naar de staat.
Na de Franse revolutie confisqueerde de staat het paleis. Toen kreeg het dankzij de architect Jan de Greef zijn kenmerkende gebogen vleugels met colonnades. Het was een van de eerste opgaven van de prille Rijksbouwmeester. Daarna werd het paleis aangeboden aan de kroonprins, de latere Willem II, las huldeblijk van het Nederlandse volk voor zijn prestaties in de slag bij Quatre-Bras. Toen Bruinsma informeerde hoeveel kamers het paleis precies had, wist niemand het exacte aantal. Inmiddels weet hij het wel: maar liefst 170, verspreid over het souterrain, beletage en bovenste verdieping. Het corps de logis bevat voornamelijk representatieve vertrekken, terwijl de familie zelf woonde in de Baarnse vleugel en de bovenste etages. Die vertrekken krijgt het publiek straks niet te zien, veel ervan is leeggehaald en gestript; bovendien stelt de koningin het niet op prijs dat privé-herinneringen openbaar worden gemaakt.
Ondiep
We wandelen de route die het publiek straks ook aflegt, langs vertrekken en zalen die nog gevuld zijn met meubilair, wat overigens rijkseigendom is. Alle bezittingen van de koninklijke familie zijn al uit het paleis weggehaald en op verschillende plaatsen opgeslagen.
Wat onmiddellijk opvalt is hoe ondiep Paleis Soestdijk in feite is, de beide vleugels meten hooguit zeven meter, het corps de logis meet het dubbele. Daardoor missen de zalen ook de ruimte en monumentaliteit die we kennen van de Franse kastelen of van het Paleis op de Dam. Het zijn eerder forse kamers dan zalen. Die geringe afmetingen worden gecompenseerd door het uitzicht: waar je ook loopt, altijd heb je zicht op de tuin en vanaf het bordes bijvoorbeeld op de naald die aan de noordkant zichtbaar is, een kilometer verwijderd van de hoofdingang. Dat bordes zal het publiek bij openstelling vermoedelijk het meest verbazen; dit was immers het symbool bij de defilés op Koninginnedag en de plek waarop de familie zich voor het volk presenteerde. Het moet een gedrang van jewelste zijn geweest, niet alleen voor maar ook op het bordes. En wat bevindt zich onder bordes? Dat is al net zo verrassend. Daar ligt een halfronde wijnkelder met nissen voor de flessen. Pal daarvoor is de wapenkamer waar de wapens in klemmen langs de muur hebben gehangen.
Het bordes en de gang zijn de centrale as in het corps de logis. Deze gang leidt naar de Stuc-zaal, een van de sierlijkste ruimtes in het paleis met zijn gebogen plafond dat met cassettes is bedekt. Achter de sfinxen in de zaal schijnt de indirecte verlichting. Hier lag prins Bernhard na zijn overlijden voor het personeel opgebaard.
Zoals overal in het paleis zijn de kamers en zalen uitgerust met haarden en schouwen, de een meer versierd dan de ander daarnaast was er gewoon centrale verwarming. Op de benauwd warme dag dat we het paleis doorkruisen is elke gedachte aan verwarming bizar. De galerijen achter de colonnade baden door het gebruik van glas achter de pilaren in een verzengende hitte het is bijna niet voor te stellen dat het hier op een zomerse dag aangenaam toeven moet zijn geweest.
Waterloozaal
De gang achter het bordes vormt de middenas van het strikt symmetrische paleis. Aan de linkerkant liggen de vertrekken van koningin Wilhelmina, recht daartegenover bevindt zich de Waterloozaal met een imposante wandschildering uit de Napoleontische tijd. Een veldheer op zijn paard kijkt ons aan. Nee, deze zaal is niet geklimatiseerd, zegt Bruinsma, vanuit de logica dat dit schilderij zich al 200 jaar goed heeft gehouden terwijl het paleis intensief werd gebruikt. Waarom zou je dan nu wel maatregelen treffen? De wanden schuin tegenover de muurschildering zijn leeg; ook daarop hebben taferelen uit de Napoleontische tijd gehangen. Ze zijn na de dood van Bernhard naar het groot depot in Lelystad gebracht, maar zullen voor de openstelling weer terugkeren, zodat het publiek zich een beeld kan vormen van een van de fraaiste zalen van het paleis.
Wilhelmina beschikte over een antichambre met een plafondschildering van Gerarde de Lairesse en twee kamers daarachter, de salon en een slaapkamer. Bruinsma opent een lijst naast de deur tussen de kamers. Daar treffen we, als een vorm van archeologie, de streepjes aan waarmee de groei van onder andere de kleine Juliana werd bijgehouden..
In 1937 trokken Bernhard en Juliana in het paleis, daarvoor werd het ook door koningin-moeder Emma en Wilhelmina bewoond. Sporen van Emma komen we tegen in de Witte Zaal, waar banketten werden gehouden. Het parket kraakt, de wild gebloemde gordijnen filteren het zonlicht. Bruinsma moet even zoeken en vindt dan waar hij naar op zoek was: het kleinste stoeltje van het meubilair met de letter E in de rugleuning gefreesd. Omdat Emma kleiner was dan de andere familieleden, was er voor haar speciaal meubilair. Je zou het omgekeerde verwachten. Dat mag een gids in de toekomst uitleggen.
Voordat het publiek de Witte Zaal binnenkomt, heeft het al kennis kunnen maken met de kanonnenkamer waarin enkele kanonnen zijn gericht op de tuin voor het bordes. De kamer staat propvol met Aziatische meubelstukken met ingelegd ivoor en dure houtsoorten zoals coromandel. Nu kunnen we nog tussen de kasten en tafeltjes doorlopen, straks zullen er koorden moeten worden gespannen. Bruinsma: Deze kamer die in feite niet zo groot is, is bepalend voor de groepsgrootte. Na de kanonnenkamer volgt de hoekkamer, een antichambre waarin de lakeien zaten te wachten. In de Witte Zaal achter de hoekkamer tast Bruinsma naar een lichtknopje. Als dat wordt ingedrukt komen de albasten vazen die in een slagorde langs de wand staan tot leven. De zaal in Empire-stijl bevindt zich nog steeds in de oorspronkelijke staat en het is goed voorstelbaar hoe het getik van het bestek en het geroezemoes moet hebben geklonken, terwijl de bediendes op stoeltjes naast de ramen wachtten.
Kluis
We laten het functioneren van het paleis zien, zonder museale bijbedoelingen, zegt Bruinsma. De relatie upstairs-downstairs hoort daarbij. Downstairs waar de bedienden aan het werk waren, boven waar het officiële, representatieve leven zich heeft voltrokken. Op een onbegrijpelijke plek, in de buurt van de grote keuken, komen we uit bij de kluis waarin de sierraden werden bewaard en lag daar misschien achter de dubbele deur de kroon? Wie zal het zeggen. Onbegrijpelijk is de indeling op sommige punten nog wel meer. Want tamelijk ver weg van de keuken lagen de vertrekken met het zilver en de serviezen waarvoor een vorstelijke uitstaltafel is opgesteld.
Boven arriveren we aan het eind naar de werkkamers van Prins Bernhard en koningin Juliana. De omtrekken op de wand in Bernhards kamer verraden de hoeveelheid fotos die hij heeft laten ophangen, getuigenissen van zijn ontmoeting met wereldleiders. Bij zijn leven stond de kamer vol met olifanten en andere exotica. Voor de rondleiding zal de kamer worden opgeknapt
Daarnaast lag het werkvertrek van Juliana, het bureautje, waaraan ze heeft zitten schrijven, afgewend van het venster. Er staat in travertijn de eenvoudigste schoorsteenmantel van het huis. Zij en Bernhard keken beiden uit op het park en zij hadden beiden ook het genot van een vinding die omstreeks 1937 in het paleis werd toegepast: een schuifpui die vanuit de vloer omhoog schuift, elektrisch en nog steeds zeer soepel.
Intussen zijn we een belangrijk moment gepasseerd: het hoekje in de Leuvenzaal waarvandaan koningin Juliana haar televisieboodschap de wereld in stuurde. Rijk geornamenteerd, met schilderijen van onbekende voorvaderen en opnieuw met een gebeeldhouwde schouw. Haar hebben we gezien, de omstandigheden waarin, daarvan kunnen we ons nu pas een beeld vormen, nu paleis Soestdijk zijn geheim openbaart.