• De onstuitbare opkomst van de provinciestad

    Hoe Middelburg, Arnhem en Amersfoort in vijf jaar tijd zijn veranderd

    02-01-2006 / documenten

  •  
    • Een hellingbaan van asfalt naar het nieuwe stadskantoor van Middelburg
    • Het kantoor van waterschap Zeeuwse eilanden in Middelburg, te bereiken via een boardwalk.

    Wie zich jaren niet in de provincie heeft gewaagd, komt voor een verrassing te staan. Niets is meer wat het was. Oude vertrouwde entrees naar historische binnensteden zijn omgelegd of omgewoeld, tunnels en rotondes brengen je in verwarring, stedelijke trofeeën zoals kerktorens en stadhuizen zijn omringd door nieuwe torens. De provinciestad is aan een inhaalslag begonnen, die zijn weerga niet kent. Natuurlijk, Amsterdam mag dan in het jaar 2005 een record aantal bouwputten kennen, maar de hoofdstad heeft daarop niet als enige het patent. Ook daarbuiten wordt gesloopt, gebouwd, gepland, ontwikkeld en geworkshopt bij het leven.
    Provinciestadje, smaalt de wethouder van economische zaken in Arnhem, Inez Pijnenburg. Ze ziet de kop al voor zich bij het artikel en heeft enige moeite met het uitgangspunt, geformuleerd als ‘de emancipatie van de provinciestad’. Arnhem is dat niet en wil dat niet zijn ook, met zijn 150 duizend inwoners en zijn tomeloze ambities. Een middelgrote stad met de drang om zich te profileren, zegt de in paars broekpak gestoken wethouder ferm. De provinciehoofdstad kan bovendien bogen op een ijzersterk imago, als stad in het groen die zijn burgers belangrijke culturele voorzieningen voorzet, van Introdans tot het Museum voor Moderne Kunst.
    Het is niet allemaal halleluja. Als het enigszins kan, wil ze bij haar terugkeer in het college na de gemeenteraadsverkiezingen – Pijnenburg voert de VVD aan – het aantal arbeidsplaatsen opgevoerd hebben van 94 duizend naar het mooie ronde aantal van 100 duizend. Dat zal moeilijk worden, want de economische dip heeft ook de Gelderse hoofdstad parten gespeeld. In dat licht bekeken heeft Arnhem het dan nog niet eens zo gek gedaan, de afgelopen jaren. Essent heeft er zijn hoofdkantoor gevestigd, Arcadis idem dito. De investeringen in grote kantoorgebouwen beginnen hun vruchten af te werpen. Pijnenburg en haar collega Sander van Bodegraven (Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening, PvdA) reppen onbeschaamd van een successtory als het om Arnhem Centraal gaat. Van Bodegraven ziet collega-steden ‘groen van jaloezie’ kijken naar de spin-off die Arnhem Centraal nu al heeft, terwijl de sloop van het oude en de bouw van het nieuwe station nog moet beginnen. Van alle kanten melden zich bedrijven die zich op deze strategische plek tussen west en oost, noord en zuid willen vestigen. Want hier, op het breuklijn van de oude stuwwal, komen binnen afzienbare tijd alle verkeersstromen bij elkaar, de hogesnelheidslijn naar Duitsland en de lightrail rond 2010 van de Veluwezoom naar het Rijk van Nijmegen.
    Het verhaal van de bloei van Arnhem staat niet op zichzelf. Net zo hard gaat het in Groningen en Zwolle, Helmond en Apeldoorn. Maar we besluiten behalve Arnhem voor twee andere booming steden te kiezen, Amersfoort en Middelburg. Ze zijn verschillend in grootte, kennen uiteenlopende impulsen, liggen geografisch verspreid door het land maar hebben alle drie gemeen dat ze in het fin de siècle van de 20e eeuw zich in een opwaartse spiraal bevinden. Het is te danken aan voortvarende en visionaire gemeentebesturen die bijvoorbeeld de strategische ligging hebben uitgebuit. Het resultaat is een complete metamorfose, met name in de nabijheid van het station. Vooral in die omgeving zijn Arnhem, Middelburg en Amersfoort onherkenbaar veranderd. In Amersfoort staat op een kale vlakte een lege lijst met op de rand geschreven ‘Amersfoort wordt steeds mooier’. Een subtiel bericht aan de toeschouwers die aangeeft: hier, in dit luchtledige, gaat het allemaal gebeuren. Achter de lijst wordt binnenkort de eerste paal geslagen voor het hoofdkwartier van de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumentenzorg, dat omringd zal worden met promenades, een jachthaven, leisure- en culturele voorzieningen. Zo krijgt de historische binnenstad van Amersfoort een eigentijds pendant en wordt er een groot gat gedicht tussen dat centrum en de Vinex-wijken aan de noordkant. De D66-burgemeester Albertine van Vliet heeft zich als taak gesteld de groeistuip van de stad in goede banen te leiden met de vraag hoe een cohabitation te bereiken tussen de nieuwe en de oude Amersfoorter, tussen binnenstad en Vathorst dat op 15 fietsminuten ligt. Anders verslikt Amersfoort zich in zijn eigen groeistuip die in 30 jaar tijd leidde van 85 naar 155 duizend inwoners rond 2015.
    Het water, in de vorm van het Kanaal door Walcheren, vormde een eeuw lang de barrière tussen twee stadshelften van Middelburg en leek de groei van de stad te remmen. Totdat een fris aangetreden gemeentebestuur in 1998 besloot de stedenbouwkundige Riek Bakker te hulp te roepen. Zij toverde een kwaliteitsatlas te voorschijn, een visionair plan voor Middelburg waarvan de eerste fase bijna is voltooid. Tachtig procent van Rieks onstuimige plannen is uitgevoerd. En dat is niet misselijk voor een stad van 46 duizend inwoners – waarmee Middelburg te klein is om lid te kunnen zijn van de 30 grote steden club. Het Kanaal door Walcheren is in krap vijf jaar tijd gepromoveerd tot een soort stadsgracht met appartementsblokken op de walkant, een nieuw stadskantoor, het hoofdkantoor voor het Waterschap Zeeuwse Eilanden en de Zeeuwse vestiging van Rijkswaterstaat, een ultramodern blok van glas en staal. Net als in Amersfoort is dit het hedendaagse antwoord op de fraaie monumentale binnenstad; Middelburg is in grootte de vijfde Monumentenstad van Nederland, een imago dat de toerist moet verleiden als die zich bij slecht weer zit te vervelen aan de Zeeuwse kust.

    Maar we beginnen onze tournee in Arnhem. Wethouder Sander van Bodegraven is de eerste gekozen wethouder. Hij kwam van buiten de raad en ook nog van buiten de stad – voor zijn wethouderschap was hij directeur van een ingenieursbureau in Rheden. Zijn opvolger heeft de loper voor Van Bodegraven uitgerold; het was namelijk Henri Lenferink, thans burgemeester van Leiden, die Arnhem uit zijn winterslaap wilde verlossen. Lenferink liet vijf jaar geleden een ring rondom de binnenstad aanleggen, terwijl de noord- en zuidkant van het station werden kaal geslagen voor een parkeergarage, NS-terminal en kantoren. Arnhem anno 2005 vertoont een Indrukwekkende hoeveelheid gaten en bouwputten.
    Rust kan het nooit zijn, in een stad die werkt aan zijn toekomst, merkt collega Inez Pijnenburg laconiek op. ‘Maar we hebben de projecten wel zo over de stad verdeeld dat je ze niet tegelijk als last ervaart.’
    Van Bodegraven is en was het met Lenferinks motieven van harte eens. De stad teerde op oude roem als het Haagje van het Oosten, zag zoals zoveel steden de hogere inkomens wegtrekken bij gebrek aan aantrekkelijke woningen, terwijl de laagste inkomensgroepen samenklonterden in eenvormige wijken als Malburgen en Presikhaaf. In vergelijking met grote steden heeft Arnhem ook nog eens relatief veel goedkope huurwoningen: 70 procent. Dat moet wat Van Bodegraven betreft omlaag naar 65 procent.
    Herstructurering van Malburgen ten zuiden van de Rijn had dan ook een hoge prioriteit, de ontwikkeling van de Vinex-wijk Schuytgraaf kwam daar direct achteraan, bedoeld om de middenklasse en hogere inkomens over de Rijn heen te trekken met zijn retro jaren dertig-woningen. Beide operaties lijken wonderwel goed te verlopen. Schuytgraaf kreeg in december 2005 als een van de eerste Vinex-wijken zijn eigen station, Arnhem-Zuid. Maar het is vooral Arnhem Centraal dat de aandacht trekt. Van verre zijn de blauwe en groene torens te zien die als iconen van de nieuwe stad concurreren met de Sint Eusebiustoren. Je houdt ervan of je walgt ervan, zo extreem zijn de reacties op het ontwerp van Ben van Berkels UN Studio (ooit verantwoordelijk voor de Erasmusbrug in Rotterdam). Een toren maakt nog geen wereldstad – dus heeft Van Berkel bedacht dat op de stationsterminal meer torens moeten komen. Ze staan nu wat alleen in de wereld.
    In een van de torens is het World Trade Center gevestigd, na Amsterdam, Rotterdam en Eindhoven de vierde van Nederland. Een WTC voor Arnhem? Daarvoor heeft de stad de licentie moeten kopen ter grootte van twee ton per jaar. Wat voor baat kan een middelgrote stad daar eigenlijk bij hebben? Het is in regionaal verband een ontmoetingsplek, het kan de spreekwoordelijke brug zijn voor kleinere Gelderse bedrijven met ondernemingen in andere werelddelen. Fysiek is het een goede locatie, heeft het bestuur gemerkt. In no time stroomden de blauwe en groene toren vol met grote en kleinere bedrijven, die hier hun kans ruiken als Arnhem straks halteplaats is voor hogesnelheidstrein tussen Randstad en Duitsland.
    In vergelijking met de industrie- en universiteitsstad Nijmegen profileert Arnhem zich als dienstenstad met een belangrijke creatieve industrie. Dat heeft zijn voor- en nadelen. Een laag opgeleide allochtone bevolking vindt dan moeilijker emplooi omdat er voor haar geen geschikte productiebedrijven zijn. Hooguit zijn de automatisering en het toerisme alternatieven. Jongeren trekken op hun beurt na de opleiding aan de kunstacademie weg. Pijnenburg: ‘Ik kan me dat wel voorstellen. We doen er alles aan om startende kunstenaars faciliteiten te bieden. Wat creatieve bedrijvigheid betreft zijn we de tweede stad van het land na Amsterdam, dus zo slecht doen we het niet. Het imago van Arnhem-Modestad begint nu vorm te krijgen. Culturele evenementen, daarvan moeten we het hebben.’
    Pijnenburg gelooft heilig in citybranding, omdat de aantrekkelijkheid van een stad in een cirkel van 100 kilometer wordt herkend. Allure, glamour, daarmee heeft de wethouder geen moeite, als invulling van de bijnaam ‘Haagje van het Oosten’. Met Arnhem-Modestad heeft de stad zich afgelopen zomer prima gemanifesteerd, maar er is meer waarmee de stad kan geuren zoals de ondergrondse kunstacademie Artez of Burger’s Zoo. Zelfs de eerste boot voor drugsverslaafden kan bijdragen aan een innovatief imago. Die ligt met zijn zwartwit geschilderde hutten afgemeerd aan de kade en is het levend bewijs dat drugsverslaafden ook verantwoord kunnen worden opgevangen. Op de nieuwe kaart van Arnhem staan de speerpunten gemarkeerd. Zodra de operatie Arnhem Centraal is voltooid, verschijnt de Rijnboog op de agenda, het visionaire plan om de stad een binnenhaven te bezorgen aan de voet van de Eusebiustoren die met een nieuwe promenade van het station bereikt kan worden. Na de oorlog is de zwaar gebombardeerde stad herbouwd. Van Bodegraven: ‘Je zou kunnen zeggen dat we nu toe zijn aan de tweede wederopbouwperiode.’
    Met name in het stuk stad waar die binnenhaven is gepland, laat Arnhem zich van zijn schraalste kant moeten zien. Vlaktes die dienst doen als parkeerterreinen tussen anonieme blokken waarvan het merendeel dateert uit de jaren zestig, beheersen het beeld. De Arnhemmers zullen zich moeten voorbereiden op een jachthaven midden in de stad, waaraan grote culturele voorzieningen als een nieuwe schouwburg, een museum en megastores een plek moeten krijgen, naast 1200 appartementen. Dan moet er wel een gat gedicht worden van een slordige 60 miljoen euro, rekenen de wethouders. De ogen zijn dus gericht op beleggers en investeerders. Intussen heeft Arnhem afscheid genomen van het hemelbestormende plan om dat museum door Frank O’Gehry (bekend van Guggenheim Bilbao) te laten bouwen: dat zou zeker niet in het budget hebben gepast.
    In feite voelde Middelburg dezelfde urgentie tot actie als Arnhem. Er was decennia te weinig in de stad gebeurd. Achterstallig onderhoud, zou je kunnen zeggen. Middelburg, dat op zijn zeer schilderachtige binnenstad teerde, zag twee bewegingen: ontgroening en vergrijzing. Ouderen bleven zitten, jongeren vertrokken uit Zeeland omdat er voor hen geen toekomst lag. En dan keren ze vaak ook niet terug, zegt wethouder Hannie Kool van Ruimtelijke Ordening en Volkshuisvesting (CDA). Wat dat betreft kwam het als een opluchting dat de Universiteit van Utrecht er een dependance wilde vestigen die het eerste jaar al ruim honderd internationale studenten aantrok. De bachelor’s van de Roosevelt Academy hebben hun intrek genomen in het gotische raadhuis en spoeden zich inmiddels door het stadsverkeer. De gemeente studeert nu op mogelijkheden om vrijkomende bejaardenhuisvesting te veranderen in studentenappartementen.
    Kies je voor stilstand of laat je de stad exploderen? Met dat dilemma kampte het gemeentebestuur en men besloot tot beheerste groei. Wonen, werken, recreatie en cultuur mogen dan het imago invullen, maar is het genoeg? Mag het ook iets meer zijn? In haar kwaliteitsatlas gaat Riek Bakker ver. Heel ver. Ze propageerde nieuwe ontwikkelingen langs de kanaalzone (inmiddels gerealiseerd), een lightrail langs de Walcherse kust en opperde zelfs in de periode tot 2030 het Veerse Meer tot aan de stad te leggen, zodat Middelburg beter aangesloten zou kunnen worden op de watersportgebieden. Het laatste wordt in Zeeland met de herinnering aan 1953 met argusogen bekeken. Dat revolutionaire plan zal het wel niet redden. Daarentegen werkt de stad wel aan twee nieuwbouwwijken, Veerse Poort en Mortiere, waarvan de eerste naar een ontwerp van Herman Hertzberger opzien baart. Delegaties van andere gemeenten hebben de woonblokken rondom binnenhoven en soms met de poten in het water al bezichtigd. Gedurfde architectuur volgens een nieuw – autoluw – concept. Tot vreugde van het Middelburgs bestuur trekken de nieuwe wijken ook voor een kwart niet-Zeeuwen aan. Die richting moet de stad op.
    Interessante woningbouw was een medicijn dat Bakker adviseerde. Ze waarschuwde voor de opkomst van Goes dat nu eenmaal centraler ligt en de afgelopen jaren grote vestigingen binnenhaalde. Dat is wel zo, tempert Kool de tegenstelling maar dit is en blijft toch de plaats voor provinciale en rijksdiensten en met het meest gevarieerde winkelaanbod. Wat zowel Goes als Middelburg wind in de zeilen heeft gegeven is de opening van de Westerscheldetunnel. Eerst was Rotterdam de referentie, nu is Middelburg sterker georiënteerd op Gent en Antwerpen. Dat leidt vooralsnog vooral tot meer Vlaamse toeristen in het straatbeeld, maar misschien zit er in de toekomst ook een uitwisseling van bedrijven in.
    Voor Henk de Vlaming, strategisch adviseur ruimtelijk beleid, was het enkele jaren duidelijk dat hij zijn positie bij de Vereniging Nederlandse Gemeenten alleen wilde opgeven als het alternatief een dynamische gemeente was, een stad die zijn handen uit de mouwen stak. Hij overziet met zijn helikopterview dat Middelburg voortvarender te werk ging dan andere gemeenten die hier nu kennis willen opdoen. Die dynamiek, zegt zijn hoofd ruimtelijk beleid Hans Schild, is rond 1998 ingezet, toen een frisse wind door de gemeente begon te waaien. Men realiseerde zich bijvoorbeeld dat er inmiddels evenveel Middelburgers ten zuiden van het kanaal woonden dan daarboven, wat verkeerstechnisch begon te wringen. De les die Riek Bakker gaf, kwam er op neer dat water en spoor geen scheiding hoefden te vormen maar ook kansen konden bieden. Daarmee gingen stedenbouwkundigen aan de slag. Kantoren vulden de smalle walkant, verbonden met een pergola en boardwalk. Ze worden verdedigd door een stevige pijp in het water die berekend is op rammende oceaanstomers voorzover die het Kanaal kunnen bereiken. En in het zuidelijke stadsdeel regeerde de slopershamer. Schild en De Vlaming laten ons zien wat er is gebeurd – scholen, armzalige winkelcentra en flats uit de jaren zestig zijn gesloopt en vervangen door nieuwe complexen. We passeren bejaardenflats die hetzelfde lot wacht.
    De dynamiek stokte toen het rijk de aanvankelijk beloofde N57 plotseling uit het programma schrapte. Deze driebaansweg zou de Westerscheldetunnel noordelijk van Middelburg verbinden met de ‘dammenroute’. De schrik was groot. Want nu zou de verwachte aanhechting van twee stadshelften uitblijven en de verkeerscongestie over de bruggen vooral ’s zomers alleen maar toenemen. Gelukkig voor de Zeeuwse hoofdstad is die ontbrekende schakel terug op de kaart en kunnen nieuwe wijken beter bereikt worden dan nu. De charme, maar tegelijk de zwakte van Middelburg is dat tot dusver alleen opgekalefaterde landwegen de buitenwijken ontsluiten.
    Als we op een winteravond door een uitgestorven Middelburg wandelen – op dat moment horen we wel koorzang maar geen studentengebral – vragen we een voorbijganger naar het ‘gat van Middelburg’. Hij barst in schaterlachen uit. Ach ja dat gat: we hoeven maar even de hoek om te slaan, dan zie je de vijver gelijk. Twee wethouders hebben inmiddels moeten aftreden vanwege deze gapende bouwput waar de bouw van een nieuwe schouwburg al lang had moeten beginnen. Nee, opknappen van het bestaande theater werd niet overwogen. Ga maar eens kijken, had Kool geadviseerd en bezoek vooral de toiletten. Dan weet je genoeg. Toch zal Middelburg het nog even met dat theaterwrak op de vestingwal bij het Molenwater moeten doen, want uit de natte bouwput zal nimmer een schouwburg verrijzen nadat omliggende huizen begonnen te verzakken en de omwonenden terecht moord en brand schreeuwden. Wie had dit gedacht? Met enige spijt denkt Schild terug aan de kazerne die er voor gesloopt is. Was restauratie niet beter geweest?
    Middelburg had er na het museum voor moderne kunst van Aldo van Eyck een nieuw schandaal bij. Een braakliggend veld tegen het centrum aan getuigt van ambities die bij gebrek aan een goed museumprogramma en voldoende politieke steun moeizaam van de grond kwamen. Het museum is na drie pogingen onlangs van de agenda afgevoerd; met de schouwburg zal het beter aflopen: Kool denkt aan nieuwbouw op de plek van het bestaande theater.

    Wat wethouder Kool een verborgen schat noemt, is voor burgemeester Albertine van Vliet van Amersfoort het geheim: de hoeveelheid monumenten, waarvan het merendeel in puike staat. Ook Amersfoort zocht een balans tussen zijn gave binnenstad binnen de singels en de uitdijende woonwijken aan de noordkant. Op de kaart is dat vertaald in een onevenwichtig vormgegeven stad – een decentraal gelegen centrum en een ‘woonpuist’ met inmiddels nationaal bekende wijken als Kattenbroek, Vathorst en Nieuwland, waarop ‘architectuurtoeristen’ afkomen.
    Net als in Middelburg en Arnhem worden we in Amersfoort door een stevige delegatie onthaald. Voor burgemeester Van Vliet, strategisch adviseur Jasper Hoogland (en kenner van de ontwikkelingen van de afgelopen 25 jaar) en directeur stedelijke ontwikkeling en beheer Nico Kamphorst ligt de kaart van Amersfoort op tafel. En ze beamen dat de stad groeipijnen vertoont, grote nieuwbouwwijken aan de noordkant waardoor de historische binnenstad excentrisch is komen te liggen. Maar aan de zuid- en oostkant waar de Utrechtse Heuvelrug begint, ontbrak de ruimte domweg. Van Vliet, pratend over het imago, vergelijkt de stad met een puber waar alle ledematen nog niet met het lichaam in harmonie zijn.
    In tegenstelling tot de Arnhemse wethouder kan Van Vliet wel leven met de term provinciestad (‘een geuzennaam’), waar de mensen betrokken zijn, eigen initiatieven ontplooien en een saamhorigheidsgevoel kennen. Als we suggereren dat dat samenhangt met een christelijke signatuur, landt een vuist op tafel. ‘Dat zijn we niet meer.’ Amersfoort is uitgegroeid tot een duiventil voor heel Nederland, waar men wil wonen en werken. Want onder die voorwaarde is door vorige gemeentebesturen ingestemd met de status van groeikern. Voor alle bewoners moeten er ook arbeidsplaatsen zijn: de werkloosheid lag dan ook doorgaans onder het landelijk gemiddelde.
    Bedrijven die slechts een grote doos in het weiland willen neerzetten, ‘de grote ruimtevreters’ ziet Amersfoort ongaarne komen – zoiets past meer bij Schiphol of Almere – omdat de stad eisen stelt aan de architectuur. Als het enigszins kan, wordt standaard vermeden. Zelfs Ikea dat binnenkort een vestiging opent bij het knooppunt Hoevelaken, heeft daar rekening mee te houden, hoewel aan het blauw-geel van de huisstijl niet valt te ontkomen. Ikea zal zich minder prominent dan elders kunnen manifesteren.
    Vanwege zijn strategische ligging hoeft Amersfoort niet actief bedrijven te werven. Twijnstra Gudde, KPN, de zorgverzekaar Agis, de Amersfoortse: de hele spoorstrook is er mee gevuld. Van Vliet: ‘Men komt automatisch. We zijn daardoor een welvarende stad. Wat helpt is dat we het personeel van de bedrijven ook meteen kunnen huisvesten.’ Dat trok Philips over de streep toen het een vestiging van Groningen naar Amersfoort wilde verplaatsen. Huizen en mensen met een hoge opleiding bleken de gouden lokkertjes. Waar vinden dan de laag opgeleiden emplooi? Kamphorst: ‘Ik ga er vanuit dat de zakelijke dienstverlening ook werk in de schoonmaak, bevoorrading en dergelijke genereert.’
    Logisch dat een stad die in korte tijd zoveel nieuwe inwoners heeft gekregen, van karakter verandert. Dat leidde tot tegengestelde reacties, burgers die juichten dat er wat gebeurde, en anderen die graag aan het kleinschalige wilden vasthouden en vreesden dat de sfeer er onder zou lijden. Bij groeistuipen horen pijnen. De burgemeester somt op: drugsverslaving, daklozen, jongeren die zich vervelen in de nieuwbouwwijken en dus vervelend zijn, alle grotestadsproblemen ondervond Amersfoort ineens ook.
    Is het misschien niet allemaal te snel gegaan? Is de stad bij die groei over zijn benen gestruikeld? Burgemeester Van Vliet wil haar voorgangers terecht niet afvallen. Ze hebben slim geopereerd door niet alleen aandacht te besteden aan het nieuwe maar ook aan het oude, zoals de binnenstad, door wonen aan werk te koppelen en door oog te hebben voor de cohesie. Niet voor niets werd de stad twee jaar geleden uitgekozen als de prettigste woonomgeving van Nederland, omdat men gelukkig was met de voorzieningen en de parkeerplaats voor de deur. Dat neemt niet weg dat de nieuwkomers zich misschien minder verbonden voelen met de stad. ‘Die gaan winkelen in Laren of in Hilversum. Dat kan. Ik sluit trouwens evenmin uit dat de oud-Amersfoorters dat ook doen, maar dan in Amsterdam. Wat ik belangrijk vind is dat de oorsprong er nog is, een stad met een herkenbare historische kern, wat ik wel eens het geheim van Amersfoort noem. De Muurhuizen, de Koppelpoort, daaraan ontleent de stad zijn identiteit.’
    Maar dat is niet meer het enige. Aan de noordkant van het station ligt de grond al jaren braak, in afwachting van grootschalige kantoren en centrumfuncties zoals bioscoop, popcentrum, een discotheek, muziekschool en bibliotheek. Dat het zo lang duurt, heeft te maken met de ambities er iets goeds van te maken. Kamphorst: ‘De megabioscoop hadden we al drie keer in een geluidswal langs de snelweg kunnen bouwen, maar dat wilden we niet. Die moet hier.’ Omdat er ‘boven het spoor’ inmiddels 60 procent van de Amersfoorters woont.
    Wandelend door het gebied kun je het verzet van de bewoners ook voorstellen, omdat kleine huizen, karakteristiek voor de jaren dertig, platgewalst lijken te worden door de city-ambities. Er is een muur van gebouwen langs het spoor opgetrokken onder de naam Eempolis, listige vondst van een ontwikkelaar. Kamphorst is blij dat een ander project, Trapezium, in omvang naar beneden is bijgesteld. ‘Het werd me te grootstedelijk. Stedelijk mag wel.’
    De schommels en de barbecue staan te huiveren in de winterwind op het zand van Zandfoort aan de Eem, herinneringen aan een lange zomer. Het stadsstrand van Amersfoort dat bestaat uit een verbouwde Romneyloods met speeltoestellen in het zand, is alleen nog in het weekeinde open. Niet lang zal het meer duren of Zandfoort zal moeten plaatsmaken voor de Eemshaven voor jachten. De verderop gelegen fabrieksgebouwen waarvan een met schoorsteen, hebben meer geluk. Dat industriële erfgoed kan moeiteloos worden opgenomen in deze annexatie van de binnenstad, volgens de burgemeester en haar stedenbouwkundigen nodig als gebaar naar de noordelijke stadsbewoners. Het centrum kruipt als het ware naar hen toe.

    Het lijkt de verbindende schakel tussen de drie steden die we bezochten. Door de onstuimige groei uit het recente verleden zijn de verhoudingen tussen voorstad en het centrum scheef komen te liggen. Spoor-, snel- en waterwegen leidden steeds meer tot een onacceptabele tweedeling in de stad. Verbindingen worden nu geheeld en uitgebreid. De kleine, pittoreske binnenstad is steeds minder berekend op de wassende stroom bewoners en toeristen. Om dat te corrigeren wordt nu van alles uit ondernomen om de concurrentieslag met andere steden te winnen. Wat is het unieke, bijzondere, waarmee onderscheiden we ons? Met citybranding en het aanbieden van faciliteiten bestoken steden bedrijven. En het wordt als een overwinning gezien ‘als een onderneming worden binnengehaald’.
    Tegelijk beseffen bestuurders dat het voor burgers niet meer uitmaakt waar ze wonen, mits de stad maar strategisch is gelegen. Amersfoort en Arnhem voldoen daar in hoge mate aan, Middelburg na 2010 ook als de N57 een schakel wordt tussen noord en zuid. Waar je woont is waar je de auto kunt parkeren of de hogesnelheidstrein kunt nemen. Maar het hoe is minstens zo belangrijk. Dan gaat het om de kwaliteit van de woning en de wijk, tegenwoordig veelal vertaald in een retro jaren dertig-stijl, en de zekerheid dat kinderen in rust kunnen spelen.
    Is de hele wereld niet footloose geworden, mijmert burgemeester Van Vliet hardop. ‘Zijn we niet allemaal wereldburger geworden?’ Om die zwervende burger weer grond onder de voeten te geven, zul je ze aan een omgeving moeten binden die hen wat te bieden heeft. Historie, in alle drie gevallen aanwezig, en afleiding, daarmee kan het worden samengevat. De droom van de burgemeester sluit daarop aan: in het nieuwe Eemkwartier zou ze graag een nieuwe schouwburg bouwen. Dat is te begrijpen wie ooit De Flint heeft bezocht, door Jan Mulder nog eens oneerbiedig weggezet als ‘thuisbasis van de konijnenfokvereniging’.
    Een schouwburg, waar hebben we dat eerder gehoord? Is de burgemeester al in Middelburg wezen kijken?
    Je moet voor je oriëntatie ergens beginnen.