Job Cohen over de Creatieve Stad
verliest Amsterdam het van Rotterdam en Barcelona?
15-12-2004 / Prullenbak
15-12-2004 / Prullenbak
Job Cohen: Laten we de stad vooral ruim opvatten.
Intro: Amsterdam wil zich profileren als creatieve stad, en daar is ook alle aanleiding toe, nu uit een TNO-rapport is gebleken dat de creatieve industrie in belangrijke mate bijdraagt aan de economie. En dan wandelt af en toe nog de cultuursocioloog Richard Florida ten stadhuize die de gemeente heeft geadviseerd oog te hebben voor de culturele elite. Die is onontbeerlijk voor een aantrekkelijk imago van de stad. Over de spin-off van cultuur praten we met burgemeester Job Cohen. Wat verstaat hij onder de creatieve stad? En moet de gemeente niet iets meer doen dan afwachten? Zijn motto: faciliteren. Daarna volgt de invulling (bijna) vanzelf.
Tekst:
Als het gesprek is afgelopen en de handen al zijn geschud, komt de grote subsidiewisseling ter sprake die de Amsterdamse kunstwereld treft in de komende periode van het kunstenplan. Sommige gerenommeerde instellingen worden zeer gekort, terwijl andere juist extra geld krijgen. Burgemeester Job Cohen bekent dat hij niet rouwig om die beslissing is. Het is ook goed dat je er een keer de bezem doorhaalt en kritisch kijkt naar gevestigde belangen. Dat niet alle geldverstrekkingen aan de automatische piloot worden overgelaten. Zo kan er ook weer iets nieuws opbloeien.
Niks is voor de eeuwigheid wil hij maar zeggen, en zelfs een historische stad als Amsterdam dient zich te vernieuwen. Dat zijn de consequenties van de creatieve stad, het imago dat de gemeente wil uitdragen. De creatieve stad en het culturele klimaat zijn de aanleiding voor een interview met Cohen die er trouwens op voorhand via zijn voorlichter bij aantekent dat niet hij maar zijn wethouder Hannah Belliot de aanspreekbare persoon van het gemeentebestuur is als het om de kunsten gaat. Inhoudelijke ontboezemingen over kunst en cultuur zijn daarom van hem niet te verwachten, maar wel een algemene visie op de betekenis van kunst voor de stad.
Dat die zelfs een economische reikwijdte heeft, werd weer eens duidelijk toen bekend werd dat het kunstbedrijf voor stads economie zeer relevant is. In een onderzoek van KPMG vertelden 70 procent van de buitenlandse en 40 procent van de binnenlandse bezoekers dat de cultuursector een zeer belangrijke rol speelde bij de keuze om naar Amsterdam te komen. Dat heeft dan weer zijn weerslag op horeca en de vestiging van bedrijven. Een onderzoek van TNO in 2004 bevestigt dat beeld. De creatieve industrie is verantwoordelijk voor 32.500 banen in de stad, bijna zeven procent van het totaal aantal banen. Daarmee is die tak van industrie een van de middelgrote sectoren in de Amsterdamse economie. Veel meer dan elders in Nederland speelt cultuur een rol van betekenis in Amsterdam, en dat niet alleen: het is een kern van innovatie, bijvoorbeeld in samenhang met ICT en nieuwe media. De creatieve industrie, zo concludeerde TNO, heeft tussen 1996 en 2002 ook nieuwe banen opgeleverd: 9,9 procent van de totale groei om precies te zijn.
Tegelijkertijd was er in 2004 ook een onrustbarend bericht: dat de positie van Amsterdam in de toptien van meest bezochte Europese steden werd bedreigd, voorbijgestreefd voor Dublin en op de hielen gezeten door Barcelona en Madrid. Heeft de stad misschien te weinig geïnvesteerd in kunst, heeft het bestuur zelfgenoegzaam achterover geleund de afgelopen jaren met een houding van ach, de toeristen komen toch wel? Cohen bestrijdt dat beeld met verve. Er is geen sprake van de verwaarlozing van de culturele infrastructuur. Kijk maar naar het geld dat we gestoken hebben in de verbouwing van Carré, de restauratie van de Stadsschouwburg en de miljoenen die gemoeid zijn met het Stedelijk Museum. En ik verwijs ook naar de Zuidas en de ontwikkeling van de IJ-oevers. Het is fantastisch te zien hoe het zich allemaal voor onze ogen aan het ontrollen is en al nationale faam heeft verworven. Er is naast de oude binnenstad een nieuwe trekpleister bijgekomen. Daarbij doel ik bij uitstek op de architectuur. Akkoord, de ontwikkeling van het waterfront is begin jaren negentig wat moeizaam op gang gekomen en Cohen is de eerste om te erkennen dat niks vanzelf gaat, maar nu de torens, inclusief het Muziekgebouw aan het IJ, de steigers van zich afschudden, weet een nieuw en nieuwsgierig publiek die toevoeging aan de binnenstad te vinden en te waarderen.
Emancipatiemachine
Hij is er de man niet naar om te somberen, wuift eventuele negatieve geluiden weg, omdat Amsterdam altijd nog meer mensen trekt die in het klimaat geloven en de stad gebruiken als emancipatiemachine dan eventuele concurrenten als Antwerpen en Rotterdam. We hebben altijd de neiging om te kijken naar wat er niet goed gaat, terwijl er juist ook dingen goed verlopen. We moeten ervoor oppassen dat er zo een disbalans ontstaat in de beeldvorming.
Toch is het nuttig om te vernemen wat de burgemeester zelf vindt van het concept creatieve stad. Hij begint met een correctie. Ik geloof niet in een tegenstelling tussen ontwerpers-kunstenaars enerzijds en de gemeente of mijn persoon anderzijds. Ik ben maar een klein stukje Amsterdam. Als de gemeente al iets over de creatieve stad kan zeggen, is het dat ze faciliteiten moet scheppen. Meer kun je en moet je ook niet doen. Waarbij ik me realiseer dat de creatievelingen zeer belangrijk voor Amsterdam zijn. Ik kan nog zoveel vinden wat ik wil, het zijn toch echt de kunstenaars die het leuk moeten vinden om in deze stad te verblijven.
Socioloog Richard Florida, die naar verluidt door de stad Amsterdam is uitgenodigd om er te komen wonen, neemt de creatieve klasse graag ruim, brengt daarin zowel creatieve werkers als werkers in de creatieve sector onder, dus ook juristen en financieel managers. Als uitvinder van het begrip creatie stad hanteert hij de hypothese dat de aanwezigheid en concentratie van een creatieve klasse in een bepaald gebied een milieu of omgeving schept die andere getalenteerden of individuen met een hoge opleiding aanzuigt. Dat menselijke kapitaal op zijn beurt werkt als een katalysator voor innovatieve en op technologie gebaseerde ondernemingen.
Levensvreugde
In de ogen van Cohen is de creatieve stad eveneens een breed begrip, een paraplu waarvan alles onder valt. Hij zoekt in zijn zonnige bestuurskamer in de hoek van het stadhuis naar zijn definitie. De creatieve stad moet aantrekkelijk zijn voor mensen die op een niet voorspelbare, nee beter niet gestandaardiseerde manier met hun talenten omgaan. Ik zie dat graag breed, want je hebt het over mensen die wetenschap beoefenen, maar ook over degenen die zich met design, kunst en cultuur bezig houden. En ik reken er ook de advocatuur en de financiële markt onder. Mensen die een achtergrond, kennisbestand en vaardigheden hebben waarmee ze telkens weer iets nieuws verzinnen. Dat maakt nou juist in economische zin het verschil. Dan zijn er ook nog mensen die iets doen of kunnen doen waar ze goed in zijn en daar levensvreugde uit halen, terwijl het hun geen bal interesseert of ze er veel of weinig geld mee verdienen. Misschien dat je daar als gemeente iets aan wil of kunt doen, hoewel ik daar heel voorzichtig mee om wil springen.
Cohen twijfelt er aan of het de taak van de gemeente is om verschillende groepen met elkaar in aanraking te brengen. Ook hier graag gepaste afstand, wat hem betreft. Dat de financiële sector zo graag in Amsterdam wil zitten, komt doordat het goed toeven is in de stad die rijk bedeeld is met cafés om de koersschommelingen weg te drinken en anderzijds met musea, galeries, theaters en concertzalen. Dat al die facetten van creativiteit bestaan en bestaansrecht hebben, maakt Amsterdam aantrekkelijk als vestigingsplaats. Daarom is het in de ogen van Cohen ook nodig dat de Zuidas, de economische melkkoe aan de A10, een culturele component krijgt in de vorm van een designmuseum. Wij vinden dat je niet een Zuidas moet maken die louter bestaat uit business kolossen. Er moet gewoond worden en er moet iets te beleven zijn. Kijk maar naar soortgelijke centra elders in de wereld, die zijn clean en dus niet interessant. Is kunst en cultuur dan, om een oude term te gebruiken, het glijmiddel om een prettige entourage tot stand te brengen? Cohen veert op uit zijn stoel. Niet alleen een prettig entourage. Kunst en cultuur dragen bij aan de kwaliteit van de stad, en die wordt niet alleen uitgedrukt in pret, maar ook in kritiek, dynamiek, ontwikkeling en inspiratie. Voor creativiteit is inspiratie hartstikke belangrijk.
Dat met name op de Zuidas juist de grote financiële instellingen als de ING en ABN Amro de trekkers zijn, vindt Cohen dan ook niet bezwaarlijk. Derden, of het nu rijke instituties zijn of avontuurlijke pioniers, moeten het doen. Ik ben langzamerhand wel zo ver om te weten dat als een gemeente zoiets onderneemt, het dan moeizamer van de grond komt. Wij zijn als gemeente goed in het organiseren van bureaucratie en dat moet je nu juist voorkomen. Hij zal het in het gesprek regelmatig herhalen. Ik heb liever dat we dingen proberen te faciliteren, waarna anderen het vervolgens uitvoeren. Amsterdam profiteert daarbij van zijn van oudsher sterke positie waarin kunst geworteld is. De aantrekkelijke historische binnenstad, die we van onze voorouders geërfd hebben, werkt daarbij als een magneet op uiteenlopende talenten. Daarom vind ik het concept van de creatieve stad ook zo interessant. Als zoiets from scratch moet beginnen, ben je decennia bezig. Rotterdam heeft er een groot belang bij dat zijn imago verbetert waar inspirerende mensen op afkomen. Maar je moet constateren dat zowel Antwerpen als Rotterdam het slechter hebben gedaan dan Amsterdam. Dat zeg ik niet met een soort trots maar als feit.
Neemt niet weg, dat een groep klaagt over hoge atelierhuren, gebrekkige afzetmogelijkheden en ontbrekende contacten. Voor de happy few is keurig gezorgd in de vorm van een vernieuwd Stedelijk Museum en een stralend Muziekgebouw, maar hoe is het met de ontwerpers? Ze hebben immers werkplaatsen nodig om te experimenteren met prototypes en zijn afhankelijk van hun netwerken met collegas, de industrie of het galeriewezen. Er verschenen berichten in de pers dat sommigen de stad verlieten omdat ze bijvoorbeeld de hoge huren niet meer konden betalen. Cohen duikt in de recente geschiedenis. Toen het twintig, dertig jaar geleden met Amsterdam niet goed ging en de binnenstad was vervallen, kropen kunstenaars in de bouwvallige panden. Tradities kregen daardoor ineens een ander accent. Het gevolg was dat iedereen het weer hartstikke leuk vond om in de binnenstad te wonen, waardoor de prijzen stegen en het onbetaalbaar is geworden voor de opvolgers van de groep die ermee begonnen is. Dat is de paradox. Datzelfde patroon zie je nu bij de Pijp. Je kunt voorspellen hoe het verder gaat. De huren gaan omhoog en de bewoners trekken verder.
Laten we niet vergeten, denk ik dan, dat Amsterdam een torenhoge ambitie heeft en zich graag meet met internationale metropolen als Londen en Parijs. Maar daar hebben we het over een omvang die tien keer zo groot is als Amsterdam. Zou het niet verstandig zijn om die blik over te nemen en een terrein in Zaandam evengoed als deel van Amsterdam te beschouwen? Kijk, we willen allemaal wonen in een boerderijtje op de Dam, zeg ik wel eens vaker. Waarom willen we dat? Omdat je dan midden in de stad zit met alle steedse voorzieningen om je heen, hoge en lage cultuur, sex, drugs en rockn roll. Maar liefst wel in een boerderijtje waar je rustig kan zitten en de tuin kan inzaaien. Hoor eens, dat kan dus niet allemaal.
Verlagen van de huur
De verruiming van het begrip Amsterdam, daar is Cohen een sterk voorstander van, zodat een kunstenaar in een pakhuis aan de Zaanstreek zich niet verloren of verbannen hoeft te voelen. Intussen is het voor de gemeente vooral zaak te investeren in de hardware. Vergis je niet, we pompen honderden miljoenen in de gebouwen. Natuurlijk duurt het even voordat het Muziekgebouw helemaal loopt, maar het stààt er, waardoor er weer een aantal dingen meer kan. In het sturen van de software, bijvoorbeeld het stimuleren van netwerken, gelooft de burgemeester niet, en in het verlagen van de huur voor kunstenaars/ontwerpers al helemaal niet. Als de gemeente iets goedkoop aanbiedt, is er altijd iemand die denkt ha daar kan ik een subclubje inzetten zodat ik er weer een hoop aan kan verdienen.
Laisser faire dus
Een beetje wel, ja. Het beste dat je als gemeente kunt doen is het klimaat zo goed mogelijk beïnvloeden.
De campagne I Amsterdam is in de strijd geworpen om de stad internationaal beter te profileren, want de concurrentie, zo erkent Cohen, is hard. Intussen bevat de campagne ook een nationale en zeer actuele boodschap, namelijk dat mensen de stad maken. De conclusie ontlokt bij Cohen een spontaan now you are talking! Maar welk elan zit er in besloten en op welke ontmoetingen is de stad Amsterdam uit? Kijk, die campagne heeft alleen succes als het gebaseerd is op iets wat daaronder ligt. We hebben eerst gekeken naar de belangrijke facetten die Amsterdam maakt tot Amsterdam. Je moet dus vooral niet denken: dit is wat we graag willen en dat gaan we vervolgens uitvoeren.
Hij vindt I Amsterdam een goed motto omdat het aansluit bij de atmosfeer in de stad, een nieuwe trots zou je kunnen zeggen. Ik heb het idee dat het individualisme mensen aantrekt, het gevoel dat ze iets van hun verlangens hier kunnen realiseren omdat de context aanwezig is. Je hoopt dat mensen in een T-shirt met die tekst rond gaan lopen. Hoe zeer ook I Amsterdam aansluit bij het beginsel van de creatieve stad, Cohen ziet wel een aantal donkere wolken aan de hemel komen aandrijven. Ten eerste is het wonen te duur, waardoor burgers wegtrekken naar de periferie of verder. De oplossing is min of meer kunstmatig: alleen door de gemeentegrenzen te verleggen, verruim je het perspectief. Maar een nog serieuzere bedreiging vindt hij de arbeidsmarkt, waarvan het creatieve deel een belangrijk facet is. De afstand tussen de Amsterdamse beroepsbevolking en de bedrijvigheid is groot, met name in grote delen van Oost en West, of in de Bijlmer, terwijl daar ook waanzinnig veel talent aanwezig is. In termen van onderwijs denk ik dan: hoe breng je dat talent tot ontplooiing?
Modeontwerpers
Heeft hij er niet aan gedacht om de link tussen modeontwerpers en de textielbranche in de stad te stimuleren, omdat mode met name bij allochtone jongeren sterk leeft? Ik heb daar niet veel zicht op, maar ik kan me er wel iets bij voorstellen. Er zijn inderdaad vanuit de designkant wel mogelijkheden. Maar om dat als gemeente te stimuleren? Wie weet. Ik sluit het niet uit. Opnieuw verkiest hij de faciliterende taak. Als er eenmaal een podium is, treedt de broedplaats vanzelf in werking. Om dezelfde reden is hij ook geen voorstander van een loket dat de initiatieven en prachtige plannen in ontvangst neemt. Ontmoetingsplaatsen zijn er, in de vorm van de Balie of de Rode Hoed, voldoende en die zouden zich ook kunnen openstellen voor anderen dan intellectuelen. Als je het gevoel hebt dat er in dat opzicht te weinig podia zijn in Amsterdam, moet je er een oprichten. En anders zijn er genoeg cafés in de stad waar spontane ontmoetingen plaatsvinden.
Cohen wordt geregeld aangetroffen in het culturele circuit van de stad. Met zijn echtgenote bezoekt hij concerten, musea en voorstellingen. Heeft hij de ervaring dat er in de stad iets ontbreekt, iets wat de gemeente meer zou moeten stimuleren? Ik zeg dat niet omdat jullie hier nou toevallig zitten, maar ik vind dat we wel meer het spotlicht zouden moeten zetten op de designkant, want dat kringetje hoort in Amsterdam. Van oudsher is het sterk aanwezig in de stad, denk maar aan de zetters, boekbinders en typografen. Ik vind het ook een gunstig teken dat Mexx hier is gekomen, omdat dat goed bij de stad past. Daarvan zou ik wel meer willen hebben. En het initiatief voor een Design Museum van de groep waarin de ING zit, is natuurlijk prachtig. Het past op die plek. Tuurlijk moet zon museum er komen. Ook de manifestatie Amsterdam Design-stad vond hij een prima initiatief. Vrij plotseling en spontaan besloot een aantal organisaties en instellingen september 2004 uit te roepen tot designmaand, met een preview van de nieuwe vestiging van Droog Design, exposities in galeries en bijeenkomsten. Het idee leeft om dat te herhalen. Cohen zag het met plezier aan. Wat mij betreft mag er best een manifestatie bij, mits je de balans tussen wonen, werken en recreëren niet gaat verstoren. Dat idee was snel opgekomen en snel uitgevoerd, en we konden er als gemeente ook snel op inhaken.
Beleeft U dat U in dat opzicht in een concurrentiepositie zit met andere steden? Ja, en ik kijk ook met bewondering naar steden als Barcelona en Madrid die echt aan het opkomen zijn vanuit een positie die beduidend zwakker was dan Amsterdam. Vooral Barcelona is een prachtig voorbeeld van investeringen die hun rendement hebben opgebracht. Dat triggert me en dan brengt me tot de uitspraak: kom op! We hebben ook een hoop te bieden. Dat de stedenstrijd toeneemt is nu eenmaal het gevolg van de globalisering en de verbeterde verbindingen, dat besef ik terdege.
Voor 39 euro vlieg je naar Barcelona om design te bekijken. Waarom zou je dat doen als je het ook in Amsterdam kunt bekijken?, antwoordt hij, een reactie die bijna geen tegenspraak duldt. Hij is en blijft een rasoptimist, met een rotsvaste overtuiging dat de creatieve mens zijn vleugels wel uitspreidt mits de overheid hem de ruimte gunt. En Cohen ziet ruimte graag als ruim.