•  
    • De miniatuurstad van Scarzuola in Italie is een verbeelding van de droom.
    • Een reusachtig oog, vormgegeven in baksteen.
    • Trappen en poorten in Scarzuola

    De droom van Poliphilus

    Dit is een grotto in de tuin van het Wallensteinpaleis in Praag. Een grotto is een kunstmatige grot, opgebouwd op metselwerk en met nep-stalactieten en druipsteenelementen. In deze Praagse kunstgrot huizen uilen en vleermuizen.
    Zo’n grotto komt ook voor in het beroemde Boboli-paleis van Florence, maar was bij mijn vorige bezoek helaas dicht vanwege restauratie. De grotto is een folly, dat wil zeggen een gebouw zonder nut, zonder functie, een gekkigheid die uitsluitend is bedoeld voor het vermaak, als versierend element in een tuin. In de 18e en 19e eeuw werd het mode dit soort speelse elementen in tuinen te verwerken: je komt behalve grotto’s ook doolhoven, tempeltjes, prieeltjes, belvederes en kunstmatige heuvels tegen, allemaal bedoeld om de wandelaar in de tuin te verrassen en te verleiden. Een van de beroemdste voorbeelden in Nederland is het park De bedriegertjes in Velp waar je wandelt langs schelpengrotten en wordt overrompeld door een plotseling spuiteinde fontein.

    Waarschijnlijk zijn de tuin- en landschapsarchitecten verleid door het boek van de Venetiaanse monnik, Francesco Colonna met de ingewikkelde titel Hynetrotomachia Poliphili, dat hij in 1499, dus nu 5 eeuwen geleden heeft geschreven. Het is beroemd geworden onder de naam De droom van Poliphilus. Ik heb dat boek de afgelopen week doorgenomen voor zover dat mogelijk, want het is een omvangrijk geval – en het is een minutieuze beschrijving van een wandeling door een arcadisch landschap waar de schrijver herhaalde malen nimfen tegenkomt waarvan hij in opwinding geraakt zodra hij hun ontblote tepels ziet – heel bijzonder voor een geestelijke uit de 15e eeuw. Al die nimfen staan model voor de vrouw die hij begeert maar niet kan krijgen, Pollia. Het is een gepassioneerde tocht die we volgen, een die leidt door valleien, langs rivieroevers, een onderaardse crypte. Intussen ziet Poliphilus tempels met friezen waarop ook weer allercharmantste nimfen voorkomen. Hij ziet een vreemde piramide en een olifant die een obelisk torst.
    De nauwgezette beschrijvingen van deze gebouwen, ornamenten maar ook pleinen, schijnen allerlei kunstenaars en architecten hebben geinspireerd. Bramante zou hieraan de stedenbouwkundige opzet van het Sint Pietersplein hebben ontleend. En de grotto in Florence en Praag zouden er vermoedelijk ook niet zijn geweest zonder de droomwandeling. De schrijver schiep een soort paradijs met de mooiste bouwwerken en vrouwen die hij in de werkelijkheid niet kon krijgen. Droom, nee natte droom, zou je mogen zeggen.
    Wat heeft de architectuur daarvan meegekregen? Dat is verrassend veel, te veel misschien om in dit kort bestek op te noemen. Ik schetste al de mode van de folly’s in de 19e eeuw. Een folly in uitgebreide zin is vanaf 1958 gebouwd bij een klooster in Umbrie door de architect Tomaso Buzzi. Buzzi overleed in 1981 en bepaalde toen dat deze fantasiestad zou moeten worden afgebroken – misschien geneerde hij zich voor zijn stenen droom, deze ideaalstad, die vermoedelijk niet op serieuze kritiek van zijn vakgenoten kon rekenen. Het was het persoonlijk universum van de architect, bedoeld voor hem en zijn vrienden, onder wie de schilder Dali.
    La Scarzuola heet deze stad, die trouwens nog niet af is. Buzzi liet zich inspireren door de Droom van Poliphilus en vooral op de houtsneden die in dat boek voorkomen. De landschappen en gebouwen lijken zo tot werkelijkheid te zijn gekomen. In het boek komen drie deuren in een rots voor met opschriften. Daar heeft de architect drie paden van gemaakt, waarvan een naar het klooster leidt, het andere naar de stad terwijl het derde is gewijd aan de liefde. Ze komen alle drie uit bij een vijvertje dat letterlijk is ontleend aan de houtsnedes uit het boek.
    La Scarzuola is een soort openluchtmuseum of misschien beter een collage van architectuurstijlen die we kennen uit het boek. Zuilenrijen, galerijen, bogen, koepels en duizelingwekkende trappen komen in deze omsloten tuin voor – wat dat betreft lijkt de architect niet alleen geinspireerd door het boek maar ook door de schilderijen van Dali en De Chirico. Het is een vervreemdende, surrealistische wereld die uit steen is tevoorschijn gekomen, belichaamd in een oog dat in een van de muren is gemetseld. Het derde oog dat je als bezoeker moet hebben om de zintuigelijkheid te ervaren.
    Zintuigelijkheid, sensualiteit, droom – het ligt ook allemaal ten grondslag aan de wijk Kattenbroek in Amersfoort, het tweede voorbeeld dat ik wil geven van de invloed van de Droom van Poliphilus. De wijk ontstond nadat Amersfoort in de vierde nota was aangewezen als groeistad aan de noordkant. Daarvoor werd de van oorsprong Indiase stedenbouwkundige Ahsok Bhalotra aangetrokken als ontwerper en inspirator. Zijn taak bestond eruit om een wijk voor 13 duizend mensen te ontwerpen die er niet anoniem of massaal mocht uitzien. Bhalotra komt de eer toe dat hij de stedenbouw in Nederland van het strakke modernistische juk heeft bevrijd. Het is een en al variatie in kattenbroek.

    Kattenbroek is de huiselijke vertaling van de wandeling van Poliphilus. Bhalotra heeft de seizoenen verbeeld in bijvoorbeeld het herfstveld en in wintertuinen. Hij laat de mensen dwalen door smalle stegen, langs een fort, langs boerderijwoningen, door een collage van stijlen en sferen. Straten heten er Villabos, het Masker, de Laan der Hoven, het Hof der gedachten, het Hof der Liefde en de Ring. Centraal door Kattenbroek loopt de Verborgen Zone – het is een langwerpige as die de wijk doorsnijdt. Daarin is de kunst opgenomen, zijn er voorzieningen zoals een buurthuis, creche, sporthal en een multfunctioneel centrim. De Verborgen Zone lijkt Kattenbroek open te breken, werkt als het ware geestverruimend, net zoals de paradijstuin waarin Poliphilus rondwandelt. Zoals Poliphilus van alles ontdekt, zo moet ook de bewoner van suburbia zich laten verrassen. De droom van P. betreft een zoektocht naar wijsheid vol allegorieen van de verschillende levensstadia. De reis, die ziel en zintuigen prikkelt, leidt langs grotten, ruines, paleizen en tuinen. Zo moet de held het Labyrint overwinnen, treft hij op zijn pad de Levensweg, een rivier die hij de rest van zijn leven zal volgen en stuit hij op de Boomgaard waar in keurige rijen opgestelde citroen- en limoenbomen de ordening van de natuur tonen. Vervolgens ontdekt Poliphilus de Grot van de Initiatie, het moment dat hij de volwassenheid binnengaat.
    In de renaissance diende het boek van Colonna als inspiratiebron van parken en tuinen, maar ook van pleinen en zelfs van stedenbouw. De tuin uit het boek is gevuld met fonteinen, beelden, bouwsels, perspectieven en intieme hofjes. Dat is ook vertaald in de Verborgen Zone: de hedendaagse wandelaar moet zich laten verleiden door beelden, door kleine ornamenten in de gevel, door natuur en vreemde objecten. Zo moet er een symbiose ontstaan tussen architectuur en kunst, tussen landschap en stedenbouw.
    Kattenbroek is nu twaalf jaar klaar, is volgroeid en helaas ook gevuld met gamma-schuttingen, caravans op de stoep. Het groen is weelderig gaan groeien. De lak springt hier en daar van de kozijnen, het stuukwerk is vlekkerig gaan worden. Dat druist in tegen de volmaaktheid die Poliphius beleefde en die Bhalotra nastreefde. Kennelijk is het toch moeilijk om de verbeeldingskracht overeind te houden en te blijven stimuleren.
    Niettemin heeft het idee om wijken te stichten op basis van gevoel, associatie, fantasie wortel geschoten. Zonder Kattenbroek geen Brandevoort, of Haverley, de eerste een nieuwe vestingstad, de tweede een verzameling van kastelen. Je zou zelfs kunnen zeggen dat er een ommekeer in de Nederlandse stedenbouw heeft plaatsgevonden. Tien jaar geleden zouden we dat geweten hebben aan het postmodernisme, maar nu het boek van Colonna op het punt staat te verschijnen in een Nederlandse vertaling, durf ik de stelling aan dat vooral de filosofie van de monnik een nieuwe wending aan de stedenbouw heeft gegeven. De fantasie is geprikkeld, misschien zelfs wel te zeer geprikkeld, als je sommige uitwassen ziet. Het belangrijkste is dat er iets nieuws is geslopen in de Nederlandse architectuur dat ik mysterie zou willen noemen. Mystiek en mysterie: als tegenhangers van transparantie. Daar heeft de reflectie uit het boek van Colonna toe bijgedragen. Poliphilus laat zich leiden door toeval, laat zich verwonderen en verbazen.

    De droom van P. is uitgekomen.