Drie harpen in de polder
04-04-2001 / columns
04-04-2001 / columns
Drie harpen in de polder
De architect die deze zomer de aandacht op zich zal vestigen omdat hij het Olympisch Stadion van Athene op zijn naam heeft geschreven, is dezelfde die drie bruggen in de Haarlemmermeer heeft ontworpen. Waarin twee werelden elkaar kunnen raken. Zijn naam: Santiago Calatrava.
Rem Koolhaas liet in een interview met de Volkskrant weten verbaasd te staan over de drie bruggen. Zijn kritiek kwam er op neer dat het veel design was voor een slootje in de polder, overigens nog altijd de hoofdvaart in de grootste droogmakerij van Nederland. Daar is iets voor te zeggen. De sculpturale constructies van Santiago Calatrava staan, om het mild uit te drukken, in een moeizame verhouding tot de calvinistische liniaal van water die in de 19e eeuw door de Haarlemmermeer is getrokken. Het is een wedstrijd tussen een machismo en een kleikneuter, en de vraag is wie er gewonnen heeft.
Op een grootse show, vijf jaar geleden, in Hoofddorp werd de Spanjaard geïntroduceerd als de bruggenmaker van Europa en als redder voor de Haarlemmermeer. Calatrava heeft geschiedenis geschreven met zijn eenpiloonsbrug voor de Wereldtentoonstelling van Sevilla in 1992, waarvan boze tongen beweren dat die model heeft gestaan voor De Zwaan (De Erasmusbrug) van Ben van Berkel in Rotterdam. Het systeem vertoont gelijkenis. Een piloon trekt de kabels (de tuien) strak, die op hun beurt het wegdek verankeren. Zo is er een harp in de infrastructuur geboren.
Calatrava maakt sinds Sevilla niet alleen bruggen, hij is een rasconstructeur van technische gebouwen zoals het science and arts center in Valencia en het Olympisch Stadion van Athene. De vraag rijst of het wel gebouwen zijn. Calatrava verkent en dat is een prestatie van belang de grenzen bij zijn stalen of betonnen constructies. Wat kan de spanbreedte zijn zonder ballast? Dat leidt tot imposante skeletten, ribbenkasten van uitgestorven diersoorten lijken het wel, waar licht door spleten naar binnenvalt. Dat is het geval bij het TGV-station Satolas van Lyon geen gebouw maar een gewelf.
Het Atheense concept is een variant op een variant. Twee reusachtige bogen omspannen het stadion met daartussen een verzonken stalen netwerk. Dat dak is eerder een esthetische toevoeging, een beeldmerk voor de Spelen, dan een noodzaak, want de atleten kunnen ook best zonder die bombast hun rondjes draaien. Schaduw bijvoorbeeld lijkt dat dak niet te geven.
Dat is ook de keerzijde van de medaille in de Haarlemmermeer. De bruggen hebben geen ander doel dan sieraad te zijn. Natuurlijk, ze worden gecombineerd met ronde verkeerspleinen, en met royale op- en afritten aan weerszijden van de Hoofdvaart, maar dat had ook gekund met een betonnen overbrugging. Er is maar een reden te bedenken waarom de Haarlemmermeer de kunstwerken van Calatrava wenste: men wilde af van het anonieme imago. Men was, net als Rotterdam tien jaar geleden, toe aan een eigentijds symbool.
Eigenlijk is er niks mis met die bruggen van Calatrava, want ze staan als witte speren in de klei van de polder geplant en zijn daarom vooral beeldhouwwerken. Ze overbruggen alleen de verkeerde waterweg (kent een Spanjaard het begrip vaart?) en staan dus op de verkeerde plek. Typisch een staaltje van miscasting. We zagen ze aan voor kranen, en dat is nou juist iets waar de Haarlemmermeer niet op uit was. Uitgerekend het meeste door infrastructuur omploegde gebied in Nederland is uitgerust met drie blijvende kranen je zou er als burgemeester van wakker liggen.