• Zeeuwse gemeentehuizen: ambivalentie alom

    Aan de rand van een aardappelveld of aan een kanaal: waar wil het hart van de democratie zich ophouden?

    15-12-2005 / lezingen, debatten en jurering

  •  
    • Den Bosch
    • Goes
    • Middelburg

    Laten we om te beginnen de spraakverwarring introduceren. Nederland , en Zeeland is daarop geen uitzondering, kent stadhuizen, maar ook raadhuizen, gemeentehuizen en stadskantoren. En dan kom je binnen en dan zie je in het ene stadskantoor burgerzaal en in de andere raadzaal. Zit daar enige logica in? Misschien toch wel: op een stadhuis trouw je maar kun je geen paspoort kopen, en op een stadskantoor haal je je rijbewijs maar kun je weer niet trouwen. In het stadhuis vergadert de raad en in het stadskantoor zetelt de ambtenaar. Fout! Neem het stadskantoor van Middelburg: daar zit toch de raad, omringd door gemeenteambtenaren. Het oude stadhuis aan de Markt heeft alleen nog een ceremoniele functie.

    Als expats in Nederland klagen over de ondoorgrondelijkheid van bestuur en zorg, zou je hier nog een hoofdstuk aan kunnen toevoegen. Wie wijst mij de weg naar het gemeentehuis en voor welke dienst? Zeker in samengevoegde gemeenten, zoals hier in de provincie is gebeurd, lijkt het me voor buitenlanders lastig.

    Vandaag wil ik het met U hebben over de plaats van het gemeentehuis en de uitstraling. Daarvoor bezocht ik zes gemeenten die alle min of meer nieuwe gemeentehuizen of stadskantoren hebben laten bouwen. De aparte vleugel van Koen van Velsen voor Terneuzen is de oudste, die staat er al weer een jaar of tien, dit stadskantoor van Rudy Uytenhaak in Goes is de nieuwste, net betrokken door bestuur en ambtenarij. Toevallig heb ik ook nog even het oude stadskantoor bij de haven gezien, dat de gemeente begin jaren tachtig van een marktpartij heeft afgenomen. Een typisch marktconform kantoor dat wil zeggen kraak noch smaak. Ik wens de architect succes met het herontwikkelen van dit complex.
    Er is tussen 1980 en 2005 wat veranderd zou je kunnen concluderen; was de stemming 25 jaar geleden doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg en ‘een les in nederigheid aan het stadsbestuur’, nu is de tendens ‘transparantie’, ‘allure’, representativiteit en iets van huiselijkheid. Goes, Veere/Domburg en Zierikzee blinken uit door warme interieurs, vaak met blank houten stoelen en gele pasteltinten waardoor de burger zich op zijn gemak kan voelen.

    Monumentaliteit mag weer, is de conclusie die je kunt trekken. Grote atriums, vooral dat van Vlissingen, zetten de toon. Ingenieuze trappen – waarvan die in Vlissingen de kroon spant maar ook in Zierikzee en Domburg mogen de trappen er zijn. In Goes is de trap naar de raadszaal daarentegen wat weggedrukt.
    De architectuur is expressief en onderscheidend; een groter verschil tussen de zes nieuwe gemeentehuizen is niet denkbaar. Oneerbiedig gezegd zou je Domburg foto Domburg kunnen gelijk schakelen met de boerenschuren in de Walcherse omgeving. Het is een ontwerp van B & D Architecten. Een groen koperen dak verbindt een paar gemetselde vleugels – het is van alle gemeentehuizen het laagst en het gevolg is dat de ambtenaren van de ene naar de andere vleugel afstanden moeten afleggen. Je zou het een boerderette kunnen noemen, dat in schril contrast staat met dit blok in Goes. Dat robuust, strak en stedelijk is, een blok dat je niet gauw over het hoofd ziet.

    De ligging van het gemeentehuis in de stad

    Hoort een gemeentehuis in het hart van de gemeente? Ik zou zeggen van wel maar hier dient zich een probleem aan bij de gemeentelijke herindeling. Waar een gemeentehuis te plaatsen als een paar gemeenten zijn samengevoegd? In de grootste kern, dat is het antwoord en zo gebeurt het dat Schouwen-Duiveland in Zierikzee is vertegenwoordigd en Veere in Domburg, maar opmerkelijk genoeg aan de rand, op 100 meter afstand van de eerste pataten en juin-boerderij.

    In feite is ook het stadskantoor in Middelburg naar de stadsrand verbannen: even voor bij het stadskantoor begint een niemandsland, en in Goes zijn we maar een stappen verwijderd van een bedrijventerrein en woonmall. Als ik een aanmerking zou moeten maken op Goes is dat de entree juist van de stad is afgekeerd. Dat is de reden dat ik het gemeentehuis aanvankelijk over het hoofd zag. Ik kan dit besluit alleen maar begrijpen in het licht van toekomstige ontwikkelingen – als daar een nieuw stadsdeel ligt het gemeentehuis goed, nu is een vreemde positie.
    Alleen Vlissingen en Terneuzen hebben een kantoor in het hart van de democratie. Daar wandel je vanaf de winkelstraten en pleinen als vanzelfsprekend het gemeentehuis binnen. Vlissingen biedt de burgers zelfs een cafe naast de wachtruimte voor de loketten.
    En zo hoort het volgens mij ook. Het is misschien even slikken voor de dorpen op Schouwen-Duiveland en op Walcheren die hun gemeentehuis hebben moeten opofferen, maar het is beter het in een centrum te plaatsen dan aan een uitvalsweg: het lijkt op een vorm van ambivalentie, niet goed kunnen kiezen. En het maakt een stadskantoor voor mensen zonder auto ook domweg slecht bereikbaar. Met name in Zierikzee vind ik het een gemiste kans dat het gemeentehuis niet binnen in de vesting is geplaatst. Het staat nu een beetje verloren op een stuk grond buiten de singelgracht.

    Vergelijking tussen de raadzalen

    Bakema heeft ooit gezegd dat de bestuurders niet afgeleid moesten worden door de fraaie Zeeuwse luchten en gefixeerd moesten blijven op de burgerij. Dus ontwierp hij robuuste betonnen luifels boven de loggia die in het verlengde van de raadzaal in Terneuzen. Ze zijn te vergelijken met de klep van een pet. De raadsleden kijken door een soort spleet richting de stad. Bakema zal zich in zijn graf omdraaien want in Terneuzen zijn sommige betonnen kolommen blauw geschilderd – natuurlijk om het gezellig te maken – en de raadszaal is onlangs gemoderniseerd. De stevige houten stoelen met de wollen bekleding uit 1971 zijn verdwaald nog te vinden in het gebouw maar niet meer in de raadszaal. Die ziet er nu uit als de gemiddelde raadszaal, in stemmig geel.

    Van de raadszalen is die van Vlissingen degene met de meeste allure, door het prachtig ingelegde hout in de tafels en het patroon van het plafond. De onderkant van deze zaal hangt als een soort boeg in de vergaderzaal eronder. Daarmee is het Vlissingse stadhuis een mooie referentie naar de haven en de scheepvaart. Architect Wytze Patijn heeft de gesloten voorgevel laten openen zodat de raad zicht heeft op de stad en omgekeerd de burgers op de raad. Als ik een aanmerking zou kunnen hebben, is dat de publieke tribune nogal krap is. Men zit om de raadsleden heen.
    Hoe anders is het in Domburg en Zierikzee. Ze hebben gemeen dat het in beide gevallen raadszalen betreft die in zichzelf gekeerd zijn – ze deden me denken aan een gereformeerde kerk, dat bleke hout en die kale muren – er is geen opsmuk, afgezien dan van de fraaie vazen van Bert Frijns in Zierikzee. Het is een van de weinige kunstwerken die ik tegenkwam.

    Raadsleden mogen in Domburg en Zierikzee kennelijk niet worden afgeleid. In Zierikzee moeten ze opstaan om door een spleet over het land heen te kijken; wat me verbaast is dat de architect het stadhuis niet heeft georienteerd op de oude stad, maar juist op een lelijk stuk randweg. In Domburg moet men juist bukken om naar buiten te kijken en dan ziet men de vijver voor de deur.
    Het meest bizarre uitzicht heeft de raad van Middelburg. Het stadskantoor ligt al een beetje vreemd aan een uitvalsweg, op de plek waar de stad ophoudt. Waar kijkt men op uit? Op een discount pompstation. Dat kun je verdedigen door te zeggen dat daar de burgerij komt tanken als de raad vergadert maar vreemd blijft het wel. Alleen vanuit een hoek is het kanaal door Walcheren zichtbaar. De zaal zelf is uitgerust met alle moderne elektronica maar ontbeert net als die in Zierikzee of Domburg sfeer. Het lijkt wel een squashhal. De wapens van de Zeeuwse gemeenten hangen ergens verloren op een muur, en verder zijn alle muren opnieuw kaal. Weinig uitnodigend is ook de publieke tribune – het publiek moet door een soort noodingang bij dat pompstation naar binnen.

    Dus ligt de nadruk bij de hal – als het accent niet ligt bij de raadszaal

    Vlissingen en Goes gaan aan kop als het om royale, monumentale hallen gaat: in Vlissingen is de binnenhof veranderd in een atrium met kleurrijke meubels op een gevlekte natuurstenen vloer. Chiq en voornaam zou je kunnen zeggen. Matglas scheidt de balies van elkaar. En voor de huiselijk sfeer zorgen de reusachtige lampenkappen. Smaakvol gedaan, met een zeker effectbejag.
    Goes is ook ruim, een atrium met trapsgewijze gaanderijen. Jammer is dat de vloer zo vol is gezet met borden, zitjes – als het maar niet te leeg lijkt moet er zijn gedacht. Hier wreekt zich dat het UWV dat bij het stadskantoor in ingetrokken, een totaal andere huisstijl heeft. Het goedkope oranje concurreert zeer met de fotografie in de balies.
    Goede derde is de hal van Domburg als een geribd werveldier met hoge houten spanten. Vooral in aanbouw was dat een spannende gezicht. Nu het klaar is, stelt het een beetje teleur: misschien had het nog wat breder, nog wat extremer gekund. De gaanderij op de eerste verdieping is nu eerder een galerij, smal maar wel met mooie uitzichten op Domburg.

    Zierikzee; allereerst de buitenkant. Thomas Rau heeft het kostbare titanium gebruikt. Dat is een fraai materiaal om de welvingen en krommingen te benadrukken, maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat het er na vier jaar wat sjofel uitziet. Alsof de platen niet goed op elkaar aansluiten en licht zijn vervormd. Dat leidt de aandacht af van de vorm van het gebouw – de ogen blijven gefixeerd op de gevelbekleding. Eigenlijk zou dat niet mogen. Je moet je vooral door de vorm laten imponeren. Ik heb bovendien moeite met het grijze titanium, dat zal op een zonnige dag wel mooi staan te glanzen maar is bij somber weer wel erg grijs – het gemeentehuis cijfert zich daardoor bijna weg.

    Het atrium in Zierikzee is domweg wat te benepen om een royale indruk te maken en ook hier is de vloer vol gezet met zitjes, automaten en een speelhoek voor kinderen. Dat moet er allemaal zijn, natuurlijk, maar gevolg is wel dat de ruimte is dichtgeslibd. Ik vraag me trouwens af wat de noodzaak van een atrium is als een gebouw als het gemeentehuis van Schouwen zo vrij in de ruimte staat. Gewoonlijk heeft een atrium nut als er alleen van boven af licht valt te ontvangen, dus als een gebouw is ingebouwd. Dan is een atrium een ideaal middel om kantoren aan binnengangen te leggen.

    In Terneuzen is de receptie ook wat smalletjes en kleintjes maar daar staat het split level model tegenover die tot spannende uitzichten naar boven leidt. Mooi is de combinatie van donker hout, dat chic afsteekt bij het beton en kalkzandsteen, voor zover dat niet is overgeschilderd. En in Terneuzen was ook in de gangen naar de nieuwe vleugel van Van Velsen veruit de meeste kunst te zien.
    Middelburg stelde me teleur. Eigenlijk is de hal een matige ruimte voor de grootste stad van Zeeland. Diagonaal tegenover elkaar de loketten weer met die modieuze wafelvorm en een groot receptieeiland in het midden. Waar ik moeite mee heb is het veelvuldig gebruik van de plectrumvorm voor afscheidingen en balies: goed beschouwd is dat een weee vorm. Het lijkt erop alsof je een intiem gesprek met je gedetineerde partner moet voeren, zo hoog en storend zijn de schotten. De hal mist hoogte en verrassing.
    Wat niet bepaald bevorderlijk is voor de allure is wat de Vlamingen zo mooi de inkom noemen: men gaat over een hellingbaan van asfalt het houten gebouw binnen. Asfalt associeer je toch vooral met een expeditiestraat en zeker deze straat heeft daar veel van weg. Alsof je zo op bedevaart moet naar je paspoort of geboorteaangfite.
    Met de ingang van Vlissingen is er trouwens ook een probleem – dat is altijd als je een bestaand gebouw door elkaar husselt wat daar min of meer is gebeurd. Zo is een zijdeur tot hoofdentree verheven. De oude entree teruggebracht tot een ceremoniele deur, alleen voor bruiloften en partijen open. Daardoor lijdt de voorkant van het stadhuis enigszins aan ambivalentie – wel zicht op de stad maar geen echt contact met de stad. De metamorfose van het Vlissingse gemeentehuis heeft ook het kunstwerk op de muur in een vreemde positie gebracht – dat hangt er nu een beetje bij.
    Nu we het toch over ingangen hebben – architecten hebben daar in Nederland moeite mee. Ik hoorde laatst een beroemde Deense architect beweren dat de entree pas het laatst wordt ontworpen, omdat men zo gefocust is op de gevel en de vorm. Een ingang maken is maar lastig – die doorbreekt het hermetische gesloten karakter van een gebouw waar architecten zo dol op zijn. Eigenlijk zijn alleen de entrees van Domburg en Goes markant en duidelijk. In Domburg foto entree Domburg word je begeleid door gedesignede lantarenpalen, langs een vijver met een kunstwerk dat refereert aan meerpalen. En ook in Goes tekent een vijver de entree, een duidelijke inkeping het vierkante blok.

    In Terneuzen laat Bakema de burger binnenkomen onder een wel erg lage luifel – duidelijk gemarkeerd maar niet erg uitnodigend - en waar de ingang van de toren van Van Velsen is? Ik heb hem niet kunnen vinden – je zult wel ondergronds onder het parkeerdek door moeten. Middelburg is zoals gezegd een ontluisterende grijze asfaltbaan aan de zijkant van het gebouw. Die ingang kun je niet missen, maar is ook niet erg gastvrij of bijzonder. Tenslotte bleek ook de ingang in Zierikzee ergens in een hoekje te liggen. Je moet door een ecologische tuin heen om de receptie te bereiken.

    Vlissingen en Terneuzen hebben met elkaar gemeen dat het in beide gevallen monumentale gemeentehuizen uit de jaren vijftig en zeventig betreft die zijn uitgebreid en veranderd. Vlissingen is helemaal binnenste buiten gekeerd door Wytze Patijn, Terneuzen is door Koen van Velsen behoedzaam benaderd. Hij heeft op afstand een kantoortorentje gebouwd. Dat is alleen met een parkeerdek en ondergrondse gangen met het monument van Bakema verbonden.
    Wat is de beste oplossing? Ik zou daar niet goed het antwoord op kunnen geven. Beide ingrepen deugen: het introverte en nogal streng klassieke gebouw in Vlissingen is dankzij Patijn opengegooid en wat frivoler gemaakt, zeker in en rondom de raadzaal. Bakema in Terneuzen duldde geen rigoureuze verbouwing, dat heeft Van Velsen goed begrepen. En zijn antwoord is een bijna abstract soort toren naast het schip van Bakema met al zijn uitsteeksels en verspringingen.

    Waar ik blij om ben is dat er een einde is gekomen aan de mode om een oud raadhuis te koppelen aan een nieuwe vleugel middels een luchtbrug of een glazen corridor, zoals ik onlangs in Arnhem zag. Ook dat is een tweeslachtige oplossing: nieuw hoort er bij maar eigenlijk ook weer niet. En eigenlijk levert het nooit bevredigende architectuur op.

    Wat voor conclusies kun je aan de nieuwe stijl in gemeentehuizen verbinden? Vooral dat ze mogen opvallen en uitblinken – in dat opzicht doet het woord stadskantoor gedateerd aan. Dat de onderscheidende architectuur gewenst is in binnensteden – maar helaas zie je dat de gemeenten juist de stadsrand hebben verkozen.
    Ik zou hier willen pleiten voor een duidelijke keus, een duidelijke plaats in de stad omdat een raadhuis naar mijn mening de trots van de bevolking moet weerspiegelen – en misschien ook wel het geloof in bestuur en politiek. De architectuur hoort daar op in te spelen. Thomas Rau heeft eerder een schitterend stadhuis in het oude hart van Zutphen ontworpen dat als het ware vergroeid is met de binnenstad – en met een even logisch als ruimtelijk atrium. Het heeft me dan ook verbaasd dat hij dat met twee gemeentehuizen in Zierikzee en Middelburg niet heeft herhaald – je kunt in de oude stad ook eigentijds bouwen, dat heeft hij bewezen.

    En ik wil pleiten voor een duidelijke naam; gemeentehuis, huis van en voor de gemeenschap, een plek waar de burger gemakkelijk naar toe kan gaan en aangenaam kan verblijven. Om te trouwen en te vergaderen, om formulieren in te vullen en een paspoort aan te vragen. Publieksvriendelijk dat zijn de nieuwe Zeeuwse gemeentehuizen zeker, dat heb ik bij mijn bezoek gemerkt – en het is een feit dat de architectuur aan bijdraagt. Waar je prettig werkt is het ook prettig ontvangen.