De geneugten van de keetwoning
20-08-2006 / columns
20-08-2006 / columns
De studentenflat waarin ik dertig jaar geleden enige tijd woonde, bleek een tweedehandsje. De Nijmeegse Dienst Studentenhuisvesting had, zo ging het verhaal, een ontwerp overgenomen dat de TU Eindhoven eerder voor zijn studenten had afgekeurd. Wat merkt een student daarvan als het leven voornamelijk bestaat uit leren studeren en leren drinken? Dat de bierkratten niet op het benepen balkon pasten, vervolgens ook niet in de douchecel en uiteindelijk evenmin in de keuken. Je moest een slalom maken van je kamer naar de keuken door een veel te nauwe gang: de brandweer zou het ogenblikkelijk hebben afgekeurd.
Tweedehands is in zekere zin ook de nieuwe generatie studentenflats, zoals die onlangs tegenover de Bijlmerbajes en in de Amsterdamse Houthavens zijn gebouwd. De zeecontainers bij de Bijlmerbajes zijn bijvoorbeeld uit China aangevoerd, compleet ingericht met gordijnen, badkamer en keukentje. En tevreden dat de gebruikers zijn, met uitzondering van het gemis aan een internet-aansluiting; tja, dat is veelal de keerzijde van Made in China. Het lijkt perfect.
In eerste instantie meende ik dat het complex in de Houthavens een asielzoekerscentrum betrof, maar dan de kleurige variant. Zo gek was die gedachte niet, want in Leiden zijn vorig jaar 136 voormalige asielzoekerswoningen omgetoverd tot studentencomplex. Die kleurige panelen zijn een afleidingsmanoeuvre. Of moeten we verleidingstruc zeggen? Zo wordt elke associatie met een container voorkomen.
Container. Het woord heeft zijn reputatie niet mee. Een grove transport- of een afvalbak berg je daar nu de toekomstige intellectuele elite in op? Alles beter dan legertenten op een camping, zullen we maar zeggen. Begrijpelijk dat er bij de oplevering van de eerste studentenwoningen nieuwe termen opdoken, zoals woondoos, spacebox en keetwoning. Vooral de laatste bijnaam lijkt me passend voor een studentenflat: dat benadert zon beetje de flat die ik van vroeger ken. Veel keet in weinig woning.
Een ouderpaar beklaagde zich in Het Parool dat hun dochter zo moest leven, in een marmottenwoning, terwijl ze zelf over een comfortabel doorzonhuis in Hoofddorp beschikken. Toen ze de keetwoning eenmaal bezocht hadden, waren vader en moeder om. Best prettig allemaal, met hooguit als bezwaar dat hun dochter de Hells Angels als buren moest dulden. Zolang die in een andere tijdelijke huisvesting vertoeven, is er niets aan de hand.
Uit de eerste enquetes van de woningbouwvereniging stijgt louter gejubel op. De studenten in de Houthavens zitten op fietsafstand van de Jordaan, nemen genoegen met een huur van ongeveer 300 euro per maand (waarvoor ze ook nog huursubsidie krijgen van 100 euro) en voelen er zelfs wel voor de woondoos na de studie te kopen. Je hebt helemaal niet het gevoel dat je in een container woont, zegt ene Iona Delince. Woonkamer, keuken, douche, toilet, alles zit erin. Toch een minpuntje, moppert een ander. Er mag in de wanden niet geboord worden, en schilderen is ook taboe. De makelaar zelf, ooit ook student geweest, sjouwde in zijn kamer nog en pickupje naar binnen, en ziet nu hoe een nieuwe generatie met moeite een complete muziekinstallatie, een pc, een surf- of skateboard probeert te bergen in zijn container. En dan klagen, dat het niet past. Gelukkig dat er dan nog een vader en moeder met een garage in Hoofddorp bestaan.
Hoe inventief deze oplossing voor de woningnood ook is en hoezeer er ook alternatieven worden aangedragen, zoals de verbouwing van oude gevangenissen en cruiseschepen, er lijkt een gemis: het begrip gezamenlijkheid. Uit een enquete in Delft verklaarde 65 procent van de eerstejaars het liefst onzelfstandig te willen wonen, dus met gemeenschappelijke keuken en douche. Want kankeren op de berg haar in het doucheputje en de kakkerlakken in de keuken hoort ook bij de studententijd.