• Een kathedraal onder Amsterdam Centraal

    Hoe de Noord-Zuidlijn vorm krijgt onder het station

    05-02-2017 / artikelen

  •  
    • de nieuwe metroperrons

    Het is een magisch moment, de overgang van de donkere tunnelbuis onder het IJ naar de metershoge hal aan de IJzijde op het nieuwe station Amsterdam Centraal. Slechts een groen streepje licht werpt schijnsel in de buis en als de metro daaruit tevoorschijn piept arriveert hij in een kolossale ruimte. Je kunt tot aan de overkapping van het busstation kijken. Hier worden in een gebaar verschillende lagen overbrugd, het metrostation op het laagste niveau, het platform daarboven en de autotunnel erachter, daarboven de IJhal en de toegangen naar de treinperrons en het busstation daar weer boven. Een gigantische lasagne is het, het vernieuwde Amsterdam Centraal.
    Hoe complex het ook lijkt, het resultaat ziet er bedrieglijk overzichtelijk uit. Logisch, zoals een metrostation hoort te zijn. De dolende en zoekende passagier mag niet in verwarring raken. Dat ligt om te beginnen aan de grijstinten. Benthem Crouwel Architecten zijn niet van het exuberante of barokke. Grijs is volgens hen de perfecte basis voor een omgeving die dankzij het publiek al genoeg kleur inbrengt. Een glanzende diepe kleur grijs is voorbehouden aan de A-vormige ‘staanders’ die de perrons als het ware uit elkaar drukken - en die tegelijkertijd het gebouw van Cuypers torsen. A-vormig is een bewuste keus omdat de metrotoestellen hier eventueel van spoor kunnen wisselen. Dan is die brede strook rails nodig.
    De wandpanelen neigen naar groengrijs, wat te danken is aan het glas dat een licht hallucinerende werking heeft als je er met de neus op staat. Deze glasplaten moeten de potentiele graffitispuiter ontmoedigen en zijn ook nog eens makkelijk vervangbaar. En dan hebben we natuurlijk nog de grijze vloertegels met een spikkeltje rood erin, op CS gelegd in een Wybertjes-patroon. Geintegreerd in de wand is het naambordje van het station met de doorverwijzing naar de Oostlijn en de trams bovengronds. Er is ruimtelijk gezien zo min mogelijk ruis of ballast. Letterlijk wordt die ruis onderdrukt door de geperforeerde platen in het plafond.
    De makers zelf hebben voor de hal een naam in petto: de Kathedraal. Daar is niets te veel mee gezegd. Afdalend van het stationsplein betreed je eerst een driehoekige hal waar de roltrap aan de oostkant leidt naar de ‘Bijlmerexpress’. De trap aan de stationskant duikt de grond in naar de Noord-Zuidlijn. Dat is een overweldigende ruimte die op termijn een verbinding krijgt met de Oostlijn. Dat moet ook wel. Dit hele ondergrondse circuit kan in 2020 bijna 89 duizend reizigers per dag aan. Wat het GVB per dag vervoert staat gelijk met de NS in het hele land.
    De oorspronkelijke toegang naar de metro, begin jaren tachtig gebouwd, was een gek makend parcours van gangen, trappen en liften. Daarvan is veel opgeruimd, tot genoegen van Jan Benthem met name het obstakel naast het Noord-Hollands koffiehuis.
    Het metrostation lijkt gereed voor gebruik. Het wachten is op de kunst van Jennifer Tee en David Claerbout. Tee heeft 100 duizend tulpenblaadjes verwerkt in haar wandschildering, die enerzijds verwijst naar haar jeugd in de bollenstreek, anderzijds naar haar Sumatraanse achtergrond. Claerbout brengt met zijn Weather Engine een typisch Hollands landschap tot leven in zijn videoinstallatie op de vensterwand onder de IJhal. We zullen een man zien die dat landschap onderhoudt, klungelig, tergend. De verveling van de wachtende wordt verbonden met het ploeterende bestaan bovengronds.
    Het is een wereld vol contrasten, de kleuren en het baksteen van Cuypers bovengronds, en de moderne ingenieurskunst eronder. De metro doorboort dat alles - hij glijdt vanaf hier het Damrak in, zonder dat we daar iets van merken. Op weg naar Station Rokin.