• Noorderpark steekt zijn tong uit

    De bijnaam luidt al De Cobra

    29-01-2017 / artikelen

  •  
    • Avondopname van het station Noorderpark

    Beetje vreemd om te zeggen maar station Noorderpark is het oudste van de nog te openen Noord-Zuidlijn. Het balkon, een uitsteeksel van de Johan van Hasseltweg, werd al bijna tien jaar geleden gebouwd. Inmiddels draagt de halte niet meer de naam van de Van Hasseltweg meer, maar is het Noorderpark gedoopt, entree naar het nabijgelegen park. Dat bekt lekkerder. En dat niet alleen. Ook de klep, die je zou kunnen vergelijken met een brutale baseballpet, heeft een wijziging ondergaan. Vloeiender en organischer dan het oorspronkelijke ontwerp dankzij de verbeterde techniek om glazen kap en raamwerk in een beweging te construeren. Dat verklaart de bijnaam die op de bouwplaats wordt gebezigd: de Cobra. Als een slang glijdt die kap vanuit de middenberm van de Nieuwe Leeuwarderweg naar de stationshal. De vergrote kap beschermt de reizigers beter tegen regen en sneeuw, maar daarbuiten zullen ze de wind voor lief moeten nemen. (Halverwege het perron vormen twee glazen panelen met leunstangen de beschutting).
    Het besluit voor de aanleg van de Noord-Zuidlijn werd genomen in 1996, waarna vier bureaus een competitie aangingen voor het ontwerp van de stations. Hans van Heeswijk, Zwarts & Jansma, Movares en Benthem Crouwel Architects gingen met elkaar de strijd aan - met BCA als uiteindelijke winnaar. Wat meespeelde was hun ervaring bij de omvorming van Station Schiphol tot Schiphol Plaza en de bouw van sommige terminals. De RAI was en is verder een belangrijke opdrachtgever.

    Familie

    Uitgangspunt bij de stations is de gedachte dat ze samen een familie vormen maar wel van elkaar kunnen verschillen. Bij de Oostlijn dragen feitelijk alleen de ondergrondse stations een eigen stempel en vormen de kubusvormige betonnen gebouwtjes bovengronds de rode draad. De Noord-Zuidlijn wijkt nog op een ander punt af van de oostelijke tegenhanger. Een station als dat van Weesperplein werd te veel als een ondergronds labyrint beschouwd, waar de reiziger slecht de uitgang wist te vinden. Station Weesperplein was (en is) niet alleen een overstaphalte maar ook een passage onder de drukke Weesperstraat. Winkeltjes zijn over het algemeen verbannen in ‘het reisgedeelte’. Onoverzichtelijkheid, zoiets mocht zich niet herhalen bij de Noord-Zuidlijn te meer daar de stations een stuk dieper liggen met lange roltrappen die afdalen ‘in de onderwereld’. Ergens moet de reiziger een glimp opvangen van de buitenwereld, in de vorm van een lichtvlek bovenin.
    Het bovengrondse Noorderpark is de eenvoud zelve met een perron dat alleen vanuit de verdeelplatform aan de Johan van Hasseltweg bereikbaar is. De verlichting zit vernuftig verstopt in de kap, geintegreerd zijn verder de camera’s die de portieren van de metro observeren.

    Bakstenen poorten

    Margit Lucacs en Persijn Broersen verzorgen de kunst van Noorderpark. Ze zijn bij hun werk te rade gegaan bij de Amsterdamse School die in Noord veelvuldig voorkomt. Hun bakstenen poorten vertonen, hoe nieuw ook, al sporen van verval, alsof het opgegraven archeologische vondsten zijn. Betonnen polygonen imiteren de werking van klimop of gras. Wie straks het station voorbijzoeft, vangt een glimp op van deze verweerde Poorten van Noord, een eerbetoon aan de metselaars en bouwvakkers die zo sporen hebben achtergelaten in de Vogelwijk en omgeving.
    Over ruim een jaar zullen hier naar schatting 33 duizend personen in de metro stappen en ondervinden dat de Albert Cuyp dichterbij is dan ze hadden gedacht. Maar eerst zien ze in de verte de kap van Amsterdam Centraal gloren, de eerstvolgende halte zuidwaarts.