De kunst van het herbestemmen
Nieuw Crea-gebouw laat de kansen zien
11-12-2011 / artikelen
De geschiedenis is in steen gebakken
Het was een diamantslijperij die joodse ondernemers en ambachtslieden halverwege de 19e eeuw lieten bouwen op het Roeterseiland in Amsterdam. Een langwerpig complex dat vanwege het egaal invallende licht uiteraard op het noorden was georiënteerd. Zo lieten en laten de diamanten zich immers beter slijpen. Boogvormige ramen, nauwelijks ornamentiek, maar wel met uitzicht op de Nieuwe Achtergracht hoewel het daar de slijpers niet zozeer om begonnen was, mogen we aannemen.
Het ligt in een verborgen hoekje achter universiteitsgebouwen die daar in de jaren zeventig en tachtig zijn neergestreken, hoewel neergestreken het verkeerde woord is: neergeploft eerder, gezien hun omvang. Ze worden, zoals zoveel relikwieën uit die periode, nu ontmanteld en opnieuw vormgegeven.
Dat is ook gebeurd met de diamantslijperij. Hij biedt onderdak aan het creatieve centrum van de Universiteit van Amsterdam, met een café als ontmoetingsplaats, kantoren voor studentenorganisaties erboven en in de vleugel ernaast nieuw op de buitengevel na werkplaatsen voor musici, dansers en beeldend kunstenaars. Architect Joos Glissenaar mocht na een Europese aanbesteding dit kenmerkende pand, een monument dat refereert aan de joodse industrie, voor Crea verbouwen en uitbreiden. Met 6000 vierkante meter is het een volwaardig cultureel centrum geworden, van een muurbloempje op het Roeterseiland tot een parel aan het water. Glissenaar heeft het industrieel gehouden met H-profielen als constructieve ondersteuning in de binnenpuien, met zilverkleurige leidingen en buizen in het trappenhuis, en soms luxueus in de vorm van een bamboevloer in het café.
Baksteen is de rode draad in het pand, de rauwe steen met grijze voegen uit de 19e eeuw, met zichtbare sporen van leidingen, met restanten stucwerk: het zit op de binnenplaats, het verlevendigt de centrale ruimte. Glissenaar wijst op de gevel in de binnenplaats waar eens een trappenhuis heeft gezeten. Om de lacunes in het metselwerk te ondervangen zijn er kriskras nieuwe stenen tussengevoegd, zodat er een fantasierijk patroon is ontstaan. Een clash annex ontmoeting tussen oud en nieuw.
Het Crea-gebouw is daarmee een opmerkelijk staaltje van eigentijdse herbestemming. Het is niet de enige diamantslijperij in Amsterdam die aldus een tweede leven heeft gekregen, soms als showroom (Gassan Diamonds, Nieuwe Uylenburgerstraat), dan weer als bedrijfsverzamelgebouw (Asscher in de Tolstraat). Een dieprode verblendsteen werd er gebruikt door de bouwers en architecten in de 19e eeuw, met uitzondering van die in het Crea-gebouw. Het is een steen die met zijn diepbruine tint afsteekt bij de ruiten die in de gevel zijn geperst en de gladde betonnen muren in het centrale trappenhuis. De crux tot een geslaagde herbestemming bewijst zich maar weer eens in de contrasten, tussen de materialen, maar ook tussen heden en verleden, tussen licht en dicht. Natuurlijk is baksteen een gewoon en misschien wel alledaags materiaal maar juist door die combinatie met glas en hout, verandert een muur ineens in patchwork en zelfs in een Kiefer.
Ruw en rauw, zo hoort dat eigenlijk ook bij een centrum dat door studenten bevolkt wordt, maar het is misschien wel de conditio sine qua non voor oude (industriële) complexen die een nieuw leven zijn ingegaan. De Westergasfabriek in Amsterdam, de Dru-fabrieken in Ulft, de Enka in Ede, zij allen getuigen van een nieuwe cohabitation (een verstandhouding) tussen de geschiedenis en de tegenwoordige tijd. Dat al deze complexen uit oer-Hollandse steen zijn opgetrokken, is iets dat we vergeten zijn, net zoals de fabrieken die ze ooit geleverd hebben. Klei uit de rivier, getransformeerd door ambachtslieden in de 19e eeuw tot bouwstenen voor de toekomst. Nijverheid heette dat in die tijd. Al is die nijverheid verdwenen of geëxporteerd, de bewijzen ervan zijn gebleven en ze zijn geherinterpreteerd. Ze zijn symbolen van de nijverheid van nu die wordt gevoed door leden van de creatieve industrie, icters, thuiswerkers, of gewoon bewoners en studenten.
Je zou willen dat de baksteen uit de diamantslijperij op het Roeterseiland het verhaal kon vertellen: wie er werkten, het alledaagse leven, het gezwoeg op de stenen en uiteindelijk de misère. De slijpers die niet meer terugkwamen, het einde van de diamantslijperij na de Holocaust. Stenen als getuigen. Het patina, de kleur en de uitslag vormen een soort bovengrondse archeologie. Opgegraven door architecten en opdrachtgevers van nu. Dat maakt de noodzaak van herbestemming en hergebruik zo groot: het verhaal gaat verder, er wordt weer een hoofdstuk aan gebreid. Het wordt gesymboliseerd in de oude muur die is opgevuld met nieuwe stenen. Want de geschiedenis is een proces waar geen einde aan komt.