• Drijven of blijven, dat is de vraag

    Er is toekomst voor de amfibische wijk

    11-12-2011 / artikelen

  •  
    • De vrije kavels

    • De drijvende huizen van Marlies Rohmer

    Ik ging naar IJburg om de drijfwijk te bekijken. En ik zag een wonderlijk ensemble dat zowel in Bangkok als in Seattle had kunnen passen. Eerder Seattle trouwens, hoewel Bangkok op het ogenblik meer gebaat zou zijn met zo'n wijk van drijvende huizen. Waarom Seattle? Omdat daar in de baai al ruime tijd geleden huizen in het water zijn afgemeerd, bereikbaar met boardwalks en plankiers. Nederland loopt in dat opzicht achter, nogal verwonderlijk voor een dichtbebouwd land in de delta. Daar hadden we als de kippen bij moeten zijn, na 1953.
    Het wijkje op het Steigereiland in Amsterdam heeft toeristische en ecologische potentie, dat zeker, maar daarover zo meer. Want waarom zou je woningen in het water leggen als er ook land is? Ik zeg niet genoeg land, want Nederland heeft misschien meer wateroppervlak dan land, zodat amfibische woningen eerder regel dan uitzondering zouden moeten zijn. Maar op de een of andere manier is het er niet van gekomen: vanwege een psychologische weerstand, het gemis aan geschikte plekken en daaraan gekoppeld een fatsoenlijke infrastructuur. Ook waterwoningen moeten nu eenmaal op het riool zijn aangesloten, en van gas en elektra worden voorzien. Als dan ook het waterpeil op en neer pleegt te gaan, ontstaat er gevaar voor breuken in de leidingen. Er is dus een flexibele toevoer geboden.
    Dat een drijvende wijk uitkomst kan bieden in tijden van wateroverlast, bewees het recreatie-eiland Olderhuuske bij Roermond in 1995. Terwijl de rest van Limburg bezig was woonkamers leeg te pompen of zandzakken aan te slepen, deinden de witte villa's van Olderhuuske mee met het peil van de Maas. Het was veruit de enige woonwijk langs de oever die geen last had van de overstroming. Het zou een signaal geweest moeten zijn voor ontwikkelaars die zo nodig in de uiterwaarden willen bouwen, maar Olderhuuske is een zeldzaamheid gebleven.
    Een paar jaar later, in 1998, kwam ik met het drijvend potentieel in aanraking in de gemeente Gouda. Die had kunstenaar Hans Venhuizen benaderd voor een creatief en uitdagend onderzoek. Titel van de manifestatie was De kunst van het vestigen. Venhuizen runt een project- en onderzoeksbureau op het gebied van culturele planologie en conceptmanagement. Er was werk aan de winkel in Gouda. Venhuizen liet sprekende foto's zien van verzakte woningen, waardoor deuren niet meer aansloten bij de stoep. Tuinen dreigden in de plomp te verdwijnen,als bewoners geen grondsuppletie toepasten. Gouda, zoveel werd duidelijk, is het putje van Nederland, de drassigste aller steden in de polder, en daardoor feitelijk ongeschikt om te bewonen. Het toenmalige kabinet had de euvele moed om in de nabijgelegen Zuidplaspolder woningen te bouwen, en de vraag kwam op: moet dat wel?
    In Gouda zou technisch gezien bouwen verboden moeten zijn. Om de zompige bodem voor bebouwing geschikt te maken moet er minimaal 15 meter diep geheid worden nadat er een flink zandpakket opgespoten is. Bij het heien verdwijnt een groot kapitaal onder de grond terwijl bij het opspuiten alle karakteristieken van het landschap worden verwoest. Juist dat landschapsschoon van het Groene Hart is één van de redenen waarom je uitgerekend in Gouda wilt wonen. Zie daar het gevecht met het veen: mooi maar ongenaakbaar.
    Venhuizen en zijn team kwamen dan ook tot de conclusie dat voor Gouda en omstreken onorthodoxe oplossingen nodig waren. Omdat je de bewoners moeilijk de stad kunt uitjagen en de bebouwing van de Zuidplaspolder een gelopen race bleek, stelde hij fundamentloze woningen voor. Op piepschuim, op palen, op pontons of op ander vederlicht materiaal. De ‘amfibische woning’ voldoet aan al deze voorwaarden. Daarbij gaat het om een woning die op een betonnen bak is gebouwd en zowel op het water als op het land of drasland wordt afgemeerd. De woning drijft en past zich daarmee optimaal aan aan de bodemomstandigheden. Omdat ze mobiel is, beschadigt ze de kwaliteiten van het landschap niet. Sterker: het landschap wordt optimaal benut. Zij kan als een ‘vrij liggende’ woning eenvoudig als cataloguswoning gefabriceerd en vervoerd worden. Venhuizen fantaseerde verder over hoe zo'n milieu er uit kan zien: overdekte parkeerboten, een drijvend pompstation, een SRV-boot, parkboten en een drijvende school. Door het ontbreken van fundamenten worden geen schaarse woningbouwcontingenten verbruikt - het quotum dat een gemeente van provincie of rijk mag bouwen.
    Het was een interessante gedachte. Alleen kwam hij waarschijnlijk te vroeg. Nooit meer gehoord of Gouda er iets mee heeft gedaan. Maar elders hebben initiatiefnemers - architecten en utopisten, realisten en pioniers - niet stil gezeten. Afgelopen zomer bezocht ik aan de Hollandse IJssel het project de Windroos. Architect is Kor Aldershoff, die een soort levenswerk in vervulling ziet gaan. Zijn ronde drijvend paviljoen kan geschikt gemaakt worden voor vergaderingen (het waterschap heeft uiteraard belangstelling), voor exposities en presentaties. Het is zelfs denkbaar het Windroos-principe te benutten als woning. De kracht van het ontwerp is, dat het licht is, dankzij een houtskelet-constructie en dat het meedraait met de zon, zodat je optimaal profiteert van de (zonne)energie.
    Verwant aan de Windroos zijn de 'drijvende bollen', een kosmisch ogend platform, dat vorig jaar in de Rotterdamse Rijnhaven werd afgemeerd. Ook die zijn bedoeld als promotieartikel voor het wonen op het water. De matglazen bollen van Deltasync/Public Domain Architects zijn opgebouwd uit honingraatvormige vensters. Het flink gesubsidieerde project was het afgelopen jaar een grote publiekstrekker en gaf een voorproefje van de mogelijkheden van 'bouwen op het water'. Op de site van Deltasync - een ingenieursbureau dat samenwerkt met de TU Delft - wordt een toekomstbeeld geschetst van een stad op het water die geheel bestaat uit koepelvormige gebouwen die per steiger bereikbaar zijn.
    Zover is het nog niet. Desondanks gaf de gemeente Rotterdam met de installatie te kennen een begin te willen maken met een wijkje van drijvende huizen in de Nassauhaven. Geen stand-alone villa's en evenmin woonboten, maar nadrukkelijk een ensemble, met een straatje en gemeenschappelijke voorzieningen. 'De tijd is er rijp voor', jubelde Hans Beekman van het project Stadshavens bij RTV Rijnmond. Een jaar later is het alleen nog bij goede voornemens gebleven - een bewijs dat het niet hard gaat. Dat heeft onmiskenbaar te maken met de crisis die de bouw als geheel treft.
    Crisis of niet, de amfibische wijk is alomtegenwoordig. In Monnickendam, buitengaats in het IJsselmeer, in Lelystad en in de toekomst ook in de Oost-Watergraafsmeer waarvoor een prijsvraag is uitgeschreven. Een belangrijke verklaring voor het potentiële succes is dat zo'n wijk flexibel is en betrekkelijk makkelijk (en dus goedkoop) te maken. Heien en funderen zijn niet aan de orde. De polder verdient het.
    Maar ziet het er ook uit? Op het Steigereiland op IJburg is een rechthoekig bassin gereserveerd voor de drijvende woningen , waarbij een diagonaal is uitgespaard voor de hoogspanningsleiding die daar loopt. De omstandigheden zijn dus suboptimaal - het is te hopen dat de bewoners gevrijwaard blijven van straling.
    Als je de steiger oploopt,is het eerste dat opvalt de reddingsboeien aan de reling. Aha, boeien, die vind je in een normale straat niet. Dat versterkt het nautische karakter van zo´n wijk. Het tweede dat opvalt, is het gebrek aan stallingmogelijkheden voor fiets of scooter. De links en rechts geparkeerde vervoermiddelen verstoren de idylle en ook de doorgang op de steiger. Was dat in het ontwerp niet voorzien of gedragen de bewoners van drijvende huizen zich net als woonbooteigenaren als hippies¬? Feit is wel dat het afbreuk doet aan de charme van de wijk.
    Wat is dan die charme? Het is het vakantiegevoel dat een wijk op het water uitstraalt, de easy going-sfeer die er van uitgaat. Bootje of surfplank naast de deur, het ontbreken van jachtigheid omdat er geen auto voorbijrijdt, en het gekabbel van golfjes dat je doorlopend hoort. Gelukkig dat de stormen ons dit najaar bespaard zijn gebleven, want dan moet de sfeer er beslist ruiger zijn.
    De amfibische wijk is in twee compartimenten verdeeld, een op elkaar afgestemd ensemble van witte kubusvormige huizen (koop en huur door elkaar heen), en een vrij kavel, voor zover je van een kavel kunt spreken. Laten we het op een ligplaats houden. Het eerste segment, ontworpen door Marlies Rohmer, heeft een metalen en dus koele uitstraling, in de vrije sector komen hout en gevelplaten voor. Overbodig te zeggen dat baksteen of beton het op het water niet houden. We hebben het letterlijk en figuurlijk over stedenbouw light. Tja, een tuin zit er natuurlijk ook niet in, hoewel een bewoner dat heeft opgelost door voor zijn huis een vlonder aan te leggen met een kunststof grasmat er op. Het leven op of aan de steiger kent zijn begrenzingen.
    Rohmer noemt haar wijkje ´hybride´, iets tussen een huis en een boot in, los, ongedwongen en gevarieerd. Mensen kunnen kiezen voor een torentje met dakterras, een serre of veranda. Alle woningen hebben een souterrain, dat hier een sous l´eau heet. No-nonsense is een andere kwalificatie van Rohmer, maar dan wel opgetuigd met de romantiek van de waterwereld. Daar zit wat in.
    Een algeheel bezwaar is dat de zelfbouwwoningen dicht op elkaar liggen. Bewoners van gefundeerde huizen op het land lossen dat op door Gamma-schuttingen te plaatsen, hier zijn geen reddingsmiddelen voor handen. De architecten van de vrije kavels hebben het gebrek aan privacy ontlopen door in de zijmuren zo min mogelijk ramen aan te brengen. Nee, de ruimtelijkheid die een amfibische wijk in Seattle uitstraalt, is op het Amsterdamse Steigereiland ver te zoeken. Het is gewoon Holland op zijn smalst en dichtst. En het is jammer dat het model beperkt blijft tot alle varianten op een kubus, met inkepingen en uitstulpingen. Het informatiepaviljoen voor IJburg, ontworpen door Art Zaaijer, hield in dat opzicht enkele jaren geleden een belofte in: schuine kappen die de zon lieten binnenvallen. Zo kan het blijkbaar ook. Alleen zijn dergelijke creatieve voorbeelden op het Steigereiland schaars. Kennelijk moeten we ons de drijfwijk nog eigen maken. Maar dat die toekomst heeft in een klimaat met veel verwachte regenval is onmiskenbaar.