Hoe bestrijden we de hitte in de stad
Onder het plaveisel ligt het moeras
21-10-2011 / artikelen
Summer in the city, de legendarische popsong van The Lovin Spoonful uit de jaren zestig, ademt een sfeer van dampend asfalt, waar de banden van autos aan vast lijken te kleven. Dat is het bijna stereotiepe beeld van een stad in de zomer. Uitgestorven straten en lege woonhuizen, omdat de bewoners liever de koelte buiten op het platteland opzoeken. Een paar jaar geleden, toen een hittegolf Parijs teisterde, bleken vele oudjes die de stad niet konden verlaten, het slachtoffer. Het journaal meldde een record aantal doden. We zagen filmopnamen van uitgedroogde en ontredderde ouderen in ziekenhuizen die nog net op tijd uit hun woning waren bevrijd.
De voorspellende kracht van de song van The Lovin Spoonful is uitgekomen. Onlangs meldde het KNMI dat de Nederlandse stad acht graden heter is dan het platteland, uitgaande van een windstille dag. Het stedelijk hitte-eiland is een feit. Niet de ouderen profiteren ervan maar de jongeren die het terras hebben uitgeroepen tot hun nieuwste hangplek. Akkoord, toen het KNMI dat vaststelde moest de natste en een van de koelste zomers nog zijn buien lozen. Laten we dus zeggen dat we de geblakerde stad dit voorjaar hebben kunnen ondervinden, toen er maanden geen druppel viel en het asfalt in bijna vloeibaar rubber veranderde.
De oorzaak van de verhitte stad is volgens onderzoekers van gezaghebbende instituten als TNO en de universiteiten van Wageningen en Delft de compacte bebouwing. Andere conclusie: het ontbreekt de Nederlandse stad aan voldoende groen. Rotterdam werd bij het onderzoek naar de verhitte stad als voorbeeld genomen, omdat men op voorhand dacht dat de Maas en de havenbekkens genoeg compensatie zouden bieden. Het tegendeel bleek waar. TNO en Wageningen kwamen met een glashard oordeel nadat ze met een bakfiets met meetapparatuur waren rondgereden: Het centrum en de Kop van Zuid, met veel hoogbouw op elkaar, bleken het warmst.
Heb je een Maas door de stad stromen, kom je toch van een koude kermis thuis.
De resultaten van dit onderzoek zijn in een paar opzichten belangwekkend. Dat Rotterdam en andere Nederlandse en Westeuropese steden warmer zijn dan het ommeland, is zo klaar als een klontje: je hoeft er Google Earth of andere satellietfotos maar op na te slaan, en je ziet dat er in de Randstad meer warmte (en licht) wordt geproduceerd dan elders. Veelbetekenend is in dat opzicht een onderzoek van het bureau AMO (het laboratorium van Rem Koolhaas) dat enkele jaren geleden de licht- en warmte-intensiteit in kaart heeft gebracht. De Randstad is wel eens genoemd als de lichtste plek op aarde, gezien de hoeveelheid kassen en wegverlichting. Logisch dat dat hitte produceert.
Nederland kampt met een prisoners dilemma. Licht en warm hebben we het al, als je het hebt over het stedelijk milieu. Anderzijds willen we het spaarzame groengebied eromheen handhaven en beschermen. De net afgetreden rijksbouwmeester Liesbeth van der Pol heeft een vurig pleidooi gehouden voor de compacte stad, Compact NL. Dat is gericht op stedelijke verdichting, en dus op meer gebruik van de vrije plekken in de stad voor woningen kantoren even niet, want daar hebben we genoeg van. Volgens Van der Pol zijn we klaar met Vinex-wijken. Daar heeft ze gelijk in. Zo veel behoefte bestaat er niet meer aan de nieuwste uitleg buiten de stadsgrens.
Vandaar Van der Pols pleidooi om de ruimte in de stad zelf te zoeken. Haar collega, architect Mels Crouwel, suggereerde een etage op de naoorlogse wijken te zetten. Geen onzinnig voorstel, want zo hoog zijn de Nederlandse steden niet in vergelijking met andere Westeuropese landen. Misschien gaat het plan van Crouwel wel minder ten koste van de leefbaarheid dan dat van Van der Pol, omdat er op deze manier plantsoenen, parken en andere groengebieden gespaard blijven.
*Eind augustus verwelkomde de gemeente Den Haag trots zijn 500 duizendste inwoner. Die was er dertig jaar lang niet geweest. Wethouder Marnix Norder wist ook hoe dat kwam. De laatste jaren mocht de gemeente een aantal gebieden annexeren, waaronder Ypenburg, waardoor Den Haag eindelijk weer kon uitbreiden. Daarnaast leent de stad studenten van Leiden die allemaal behoefte aan een woning hebben.*
Een groeiend Den Haag en trouwens een bevolkingsconcentratie in de Randstad, dat is de trend, zo blijkt uit de voorspellingen van het Cultureel en Sociaal Planbureau. Alleen in West-Nederland zal er de komende decennia nog groei voorkomen, terwijl de rest van Nederland met bevolkingskrimp te maken krijgt. Een ander dilemma is dus dat er in de dichtstbevolkte regios bijgebouwd zal moeten worden, terwijl de schreeuw om groen daar juist het luidst klinkt. De Randstad wordt alleen maar heter en voller: het is onontkoombaar. Dat stedelijk milieu wordt ook nog eens in toenemende mate belast door een uithuizige hoog opgeleide bevolking en het toerisme. Het is druk op straat: hoe drukker, hoe warmer. Amsterdam mag dan investeren in daktuinen, postzegelparken en gevelgroen, het lijken druppels op een gloeiende plaat.
Om nog even terug te komen op Den Haag: van de vier grote steden geldt Den Haag als de meest groene. Maar de vraag is waar en hoe dat gemeten wordt. Haagse Bos, Scheveningse Bos, kortom de zandgrond, bieden genoeg compensatie voor het steen. In Transvaal, Schilderswijk of Ypenburg het veen dus is het een ander verhaal. Daar is het groen spaarzaam. Ypenburg geldt als een van de dichtstbevolkte Vinex-locaties in Nederland. Gerenommeerde architectenbureaus hebben zich ingespannen om zoveel mogelijk woningen op een hectare te persen, wat Ypenburg beklemmend aanzien geeft, hoe fraai de architectuur op sommige plekken ook is.
Waar je ook komt in de Randstad, het sleutelwoord is de kwaliteit van de openbare ruimte het kruispunt van het publieke leven, de leefbaarheid en het milieu.
In dat licht bezien is het opmerkelijk dat gemeentelijke diensten die openbare ruimte nog steeds hard benaderen, met asfalt, klinkers, stootbanden en een nieuw soort bestrating, streetprint genoemd, dat vergeleken wordt met laminaat. Streetprint is asfalt dat er uitziet als klinkers, zoals laminaat doet alsof het parket is. Streetprint zou heel geschikt zijn om (gebogen) tramrails in te leggen. Klinkers en tegels laten zich nu eenmaal moeilijk in bochten wringen. Ruwan Aluvihare, ontwerper van de openbare ruimte in Amsterdam, voorspelt in het Parool van 1 september dat de nepheid van streeprint ervoor zorgt dat het geen lange levensduur zal hebben. Bovendien zal het patroon bij het opbreken van de straat uiteindelijk toch een lappendeken van geknipte en geplakte delen worden, voorziet hij. Waarom dan geen gras tussen de trambanen, zoals in Duitsland en België veelvuldig voorkomt? Aluvihare weet dat kennelijk ook, want hij verwijst naar Bordeaux, Freiburg en Nice waar onderhoud en beheer goed geregeld zijn dank zij het gebruik van prachtige materialen. Gras ligt er wel tussen de Amsterdamse trambanen maar uitsluitend in de buitenwijken, zoals IJburg en Slotervaart. Het noodzakelijke groen ontbreekt in de binnenstad. Volgens de Dienst Ruimtelijke Ordening is dat verkeerstechnisch maar ook beheerstechnisch onmogelijk. Het schrikbeeld is dat van burgers die door plassen moet soppen om de tram te bereiken.
*Ook al is gras goedkoper (want dat verzakt niet), is verharding van de openbare ruimte schering en inslag.*
Het bewijs daarvoor wordt geleverd met een paar recente voorbeelden.
In Amsterdam heeft de Dienst Infrastructuur en Vervoer (DIVV) de afgelopen tijd een paar projecten afgerond, die beantwoorden aan de harde benadering. De Wibautstraat, een van de belangrijkste assen in de stad, werd opnieuw ingericht en bestraat. En bij Station Sloterdijk is een grasveld onder het spoorwegtalud volgestort met beton, en zo veranderd in een bus- en tramplatform. Natuurlijk zal de Wibautstraat nooit de mooiste avenue van Nederland worden, gezien de rommelige bebouwing aan weerszijden. Elke inspanning tot verbetering lijkt tot mislukken gedoemd. Het grootste probleem schuilt namelijk in de aansluiting van de bebouwing op de openbare ruimte waardoor de Wibautstraat voor altijd een snelweg zal blijven en nimmer een aangename flaneerboulevard. Geen Champs Elysees, met andere woorden.
Die snelweg ligt er nu, met een groene opgetilde middenberm, een verhoogd dak boven de ondergelegen metro. Voor de rest strekt zich een bestrate, geasfalteerde, betegelde en betonnen strook uit van snelweg tot de plint van de gebouwen. Platanen zullen dit najaar volgen, en wel in driehoeksverband om te voorkomen dat de uitlaatgassen eronder blijven hangen. Gelukkig maar, want anders blijft de Wibautstraat een barbaarse as die zich laat vergelijken met de beste Sovjet-boulevards. Hier kun je nog eens een tank laten paraderen. Die tank zal overigens gehinderd worden door de langste batterij nietjes voor fietsen die ooit in Nederland neergezet moet zijn: op een plek waar geen fietser zal overwegen zijn fiets te stallen.
Station Sloterdijk is vermoedelijk al net zon onmogelijk stedelijk gebied als de Wibautstraat. Fly-overs, voetgangersbruggen, twee stations, een park and ride-voorziening, een doolhof van ingangen, opgangen en uitgangen ik geef het de ontwerpers te doen om van dit ratjetoe een geheel te maken. Dit is Nederland op zijn best of op zijn slechtst, het is maar hoe je het bekijkt. We zijn kennelijk zo knap in het geven van gecompliceerde antwoorden op gecompliceerde vragen dat er uiteindelijk een Rubiks Cube ontstaat. Keep it simple, dat zijn de ontwerpers even vergeten bij Sloterdijk.
Opnieuw is er een harde stedelijke ruimte geschapen, met beton, tegels en ander materiaal uit de stadsdeelwerf. Het wordt onderbroken door het nieuwste speeltje van de ontwerpers: de ellipsvormige bloembak. Wat biels was voor de jaren zeventig is deze bak de modegril van deze tijd: ook te zien op het Nesplein voor de Brakke Grond in Amsterdam. Een natuurstenen band omringt het groen, dat moeite zal hebben zich te verweren tegen blikjes en ander zwerfvuil.
Ironisch genoeg heeft deze nieuwe inrichting bij Sloterdijk een kunstproject verdreven van West8 (het bureau van Adriaan Geuze), dat op subtiele wijze de teloorgang van het groen symboliseerde. West8 plaatste boomstronken onder het spoortalud als een herinnering aan de bomen die er stonden of hadden kunnen staan. Afgezaagde bomen, ze staan model voor een vorm van stedelijke archeologie, voor de wetenschap dat onder het asfalt het moeras of het strand ligt alleen onbereikbaar voor de puffende stedeling.