Het taboe rond ons hoofd
Waarom BN' ers niets kwijt willen over hun kapsel
15-04-2011 / boeken
De vrouwenbladen, vroeger damesbladen geheten, zien geen been in het onderwerp, kaalheid, meldde mijn uitgever. Vreemd eigenlijk, want na de menopauze gaat 40 procent van de vrouwen tobben met dunner haar, en als het henzelf niet betreft, is er nog een mannelijke partner bij wie de aanval veel harder aankomt. Op 70 jarige leeftijd is grofweg 70 procent van de mannen kaal of kalend. Geen vrouwenonderwerp dus.
Misschien ook geen mannenonderwerp. Op de redactie van een krant besloot het team geen aandacht aan mijn boek te besteden omdat ze het probleem niet ernstig genoeg vonden. Inderdaad, een kernramp is bedreigender. Maar de heren waren dan ook allen gezegend met een gezonde kuif. Vooralsnog, zeg ik er bij. En dan was een inkoper van een boekhandel die het boek zuinigjes besloot weg te stoppen op de medische afdeling. De cover was klaarblijkelijk te provocerend. Op die oorspronkelijke voorplaat stond dan ook een heel erg blote schedel, die je evengoed zou kunnen aanzien voor een zwangere buik. Te confronterend, oordeelde de inkoper. Maar ja, hij had zelf nauwelijks meer haar op zijn hoofd.
Wat ik niet of pas bij de promotie van het boek laat ontdekte was dat er aan het menselijk kapsel een taboe kleeft. Niemand mag weten dat er onder de pruik een kaal hoofd verscholen is, zelfs de pruik of de hairextension is al een taboe op zich. De actrices van Sex in the City hebben allemaal geen haar van dr eigen, leuk om te weten, toch? In het verlengde daarvan is het not done dat je ongevraagd aan andermans haar voelt. Je zou immers kunnen ontdekken dat het vals is, of je brengt andermans coupe zo in de war dat ie niet verder over straat durft. Niet aanraken dus, ook al zal het slachtoffer niet durven toe te geven. Ons hoofd draagt of we het nu willen of niet een geheim met zich mee. Symbolisch daarvoor was de langdurige maskerade van acteur Marc-Marie Huybregts, die pas na grote aarzeling zijn cavia, zoals hij het zelf noemde, van zijn schedel durfde te rukken. Nu we eenmaal zijn gewend aan zijn kale knikker, moeten we weer wennen aan zijn besluit om enkele stekeltjes te laten opkomen. Televisiepersoonlijkheden, iets wat Huybregts ook is, hebben niet zo veel keus als het gaat om haardracht.
Ik kwam er bij het onderzoek en de interviews voor het haarboek achter dat een kapsel vastligt om de kijker niet in verwarring te brengen. Die hecht, conservatief als hij is, aan een vertrouwd beeld. Ik vroeg me daarom af of de coupes van Mies Bouwman en Liesbeth List nog echt waren. Zoals het Geheim van Huis ten Bosch een gegeven is, zo bestaat er ook een Geheim van het Gooi.
Het is met twee voorbeelden te illustreren. Voor de fillm Terug naar de Kust zette Linda de Mol een zwarte pruik op. Omdat we haar kennen als de vleesgeworden Hollandse blondine, gaf dat een ontregelend effect. Het eerste half uur bleef je maar tegen De Mol aankijken: alsof er onechtheid op onechtheid was gestapeld.
Een ander voorbeeld dat ik ken, was een actrice op leeftijd die (clou was dat ze voor of na sluitingstijd kwam om niet gezien te worden) zich voor dag en dauw op de vensterbank van de kapsalon bij mij om de hoek nestelde. Ze was in afwachting van haar kapper die haar dunnende haar die dag zou gaan upgraden. Zo treurig als ze er om half negen s ochtends bijzat, zo stralend zou ze die avond zijn, onherkenbaar. En dat allemaal dank zij het geheim dat zij deelt met haar kapper.
Haar en haardracht zijn, zo werd me duidelijk bij het onderzoek voor het boek, een kwetsbaar lichamelijk instrument. Het is het sieraad voor de vrouw, het belichaamt de kracht van de man. Hoewel mannen zich stoer voordoen, vinden ze het stiekem een aanslag op hun mannelijkheid als ze geen keus meer hebben en de tondeuse moeten inschakelen. Ook al zeggen vrouwen dat ze een kale partner sexy vinden, je moet er maar het hoofd voor hebben en al helemaal het achterhoofd. Dat mag er rond je 35e nog strak uitzien, dertig jaar later is dat beslist niet meer geval.
Voor vrouwen is haarverlies nog indringender, omdat ze een deel van hun verleiding inleveren. Het boek van Sophie van der Stap, Het meisje met de zeven pruiken, is alleen al daarom baanbrekend geweest. Ze laat zien dat een jonge vrouw je telkens kan verrassen en toen moest de carriëre van Lady Gaga nog beginnen.
Dat haar en vooral haarverlies een taboe zou zijn, vergelijkbaar met je salaris of inkomsten, had ik niet gedacht. Er is maar iemand, bemerkte ik, die afgezien van de luizenmoeder elk detail van je (achter)hoofd, en dat is je kapper. Die kan je vertellen dat de aftakeling is begonnen, dat er verraderlijk rode plekken achter je kruin zitten, die de eerste grijze haren wegknipt. Aftakeling is niet erg want dat is de mens eigen. Een maskerade lijkt me in het dagelijks verkeer zowel handig als ingewikkeld. Wie weet heb ik zoeven wel de koningin in de Kalverstraat zien lopen, zonder dat ik het wist. Omdat ze een hoofddoekje op had, zoals ze als prinses heeft gedaan toen ze onbespied met majoor Bosschardt over de Wallen wandelde. Er bestaat een vage grens tussen echtheid en een rol spelen, als het om (nep)haar gaat.
Vrouwenbladen zien er geen onderwerp in. Het is met alle taboes, die ik heb aangeraakt, waarschijnlijk de verbazingwekkendste constatering.