• Met neus op de gevel van het Paleis op de Dam

    Restauratie buitenkant is werk voor specialisten en detaillisten

    27-10-2010 / artikelen

  •  
    • In de Oberkirchener groeve worden de blokken natuursteen gekeurd.

    Natuursteen adviseur Ed de Vaal streelt het stuk steen dat pal onder de dakrand van het Koninklijk Paleis op de Dam ligt. Obernkirchener stelt hij gedecideerd vast, geen Bentheimer. Hij had het zelfs blind kunnen aangeven. Dat zijn de twee soorten zandsteen waaruit de gevel van het paleis voornamelijk is opgetrokken. Het verschil? ‘Obernkirchener heeft een fijnere korrel dan de Bentheimersteen en kent daarom een minder grote porositeit.’ Dat wil zeggen dat luchtvervuiling iets minder vat heeft op de Obernkirchener dan op de wat grovere Bentheimer.
    Beide steensoorten zijn voorzien van een fijne frijnslag, omdat ze in de 17e eeuw met de hand op maat zijn gehakt. Hoewel de techniek inmiddels is gemoderniseerd en de blokken ook machinaal afgewerkt kunnen worden, verlaten de nieuwe exemplaren het steenhouwersatelier ook met handmatig aangebrachte frijnslag – anders zou het gevelbeeld afwijkingen vertonen. Zo blijft het gevelbeeld harmonieus.
    Het blok dat De Vaal aanraakt, is nieuw. Uit dezelfde Duitse groeve als in 1648 komen nu 250 nieuwe blokken zandsteen die de slechte exemplaren in de gevel moeten vervangen. Tot dusver, zegt technisch manager Jan Zoet, is het slechts een keer voorgekomen dat een blok niet past. Dat is te danken aan de nauwkeurige tekening op ware grootte die van elk te vervangen blok gemaakt wordt.
    Elk blok heeft een eigen nummer gekregen en alle bewerkingen aan dat blok worden gedocumenteerd.– het werk van restaurateur Geert van den Brul.
    Op grote vellen in de vergaderzaal zijn de vier gevels van het Paleis uitgestald. Gele stippen geven aan welke blokken lichter moeten worden, rode welke donkerder en groene welke vervangen moeten worden. Die laatste bevinden zich grotendeels pal onder de daklijst, waar het regenwater in combinatie met duivenmest de afgelopen eeuwen de gevel heeft aangetast.
    Voor het verwijderen van de blokken onder de dakrand moet eerst de bestaande koperen goot met loden afdekking worden gedemonteerd door de restauratieaannemer.
    Pas op de steiger rondom het paleis word je de omvang van de operatie gewaar. Maar liefst 25 duizend zandsteen blokken, waarmee het Paleis in 1648 is gebouwd, worden minutieus onderzocht. Vervolgens valt per blok het besluit, niets doen (omdat het niet nodig is), droog microstralen en krijten om de kleur waar nodig te corrigeren, repareren of in het uiterste geval vervangen.
    Geert van den Brul: Naar schatting wordt 1% vervangen, 6 a 7% gemicrostraald en 700 exemplaren worden bijgekleurd met mineraale krijt. Alle voegen worden vervangen, waarna die voegen ook met krijt op kleur van de omliggende blokken worden gebracht.

    Festoenen

    Op de steiger is een dertigtal Duitse restauratoren bezig om de blokken te krijten, de mortelreparaties en voegen aan te brengen of stukken uit te slijpen of te beitelen. geheel of gedeeltelijk te vervangen. Het is minutieus werk dat ook de restauratie van de ornamenten omvat, de festoenen (guirlandes) op de gevel, de kapitelen met hun acanthusbladeren en de consoles die zich pal onder de daklijst bevinden
    Wat is de zin van een dergelijke precisie? Je kunt deze details immers van de straat niet zien? De Vaal: ‘ Dit is nodig om dit waardevolle monument voor de komende 25 jaar veilig te stellen en voor een eenduidiger beeld van de gevel.’ Zoet: ‘Kijk naar de schoorstenen aan weerszijden van de Atlasfiguur aan de kant van de Nieuwezijds, , links is nog niet behandeld, rechts wel. Je ziet het resultaat. We voorspellen, nee weten zeker dat de gevel na de restauratie ook een rustiger beeld zal geven.’
    Want dat was de aanleiding voor de restauratie van de buitenkant: in eerste instantie was het de slechte technische staat van de gevel. ‘Omdat wij moesten herstellen kon gelijk ook het beeld van de gevel worden meegenomen.’ Dit beeld was in de loop der tijd zo vlekkerig geworden dat de architectuur van Jacob van Campen niet meer goed leesbaar was. Blond wordt het paleis zeker niet, wel meer egaal als het aan de restaurateurs en architect Krijn van den Ende ligt.
    De aanslag op de gevel kent verschillende oorzaken, geven De Vaal en Van den Brul aan. Het stoken van turf en kolen in de vorige eeuw was een belangrijke boosdoener, het feit dat de zon sommige delen van het gebouw slecht kan bereiken en de zuidwestenwind die in Nederland nu eenmaal op de gevel beukt.
    Bij de Arcade aan de Damzijde zijn er andere aantastingen, het effect van strooizout bijvoorbeeld of urine. Urine bijvoorbeeld. Zoet: ‘Wildplassers ontzien ook het paleis niet. Als dat weer schoongespoten wordt dringt het water in de natuursteen. Bij opdrogen van dit water verplaatst zout uit de gemetselde kernen heel langzaam maar zeker zich naar het oppervlakte, waardoor er onder druk stukjes afspringen. ’ Halverwege de gevel zijn de ijzeren ankers die bij roest schade veroorzaken. De Vaal: ‘Roestend ijzer zet uit en dan kunnen er stukken natuursteen van van soms 7 centimeter dik loskomen’ Ook dit wordt hersteld.

    Kozijnen

    Sinds de bouw in 1648 zijn regelmatig zandsteen blokken vervangen aan de gevel. Zeer veel blokken zijn echter nog origineel, waaronder de kapitelen en festoenen.
    Ook andere onderdelen , zoals de kozijnen, het daklood en de goten zijn in de loop der eeuwen vervangen.Van de kozijnen zijn enkele originele delen bewaard gebleven, het merendeel is vlak voor en na de Tweede Wereldoorlog vernieuwd.
    Achter een te vervangen kapiteel is een betonnen kolom gevonden die vermoedelijk uit de jaren dertig dateerde en schade aan de Obernkirchener heeft veroorzaakt. Dat alles wordt nu tot in de puntjes hersteld.
    De blokken werden, zo vertellen Van den Brul en De Vaal, in de 17e eeuw koud op elkaar gestapeld, dat wil zeggen met zo min mogelijke voeg. Om deze zware blokken precies op maat te kunnen stellen, schoven de bouwvakkers stukjes leisteen tussen de stenen, maar tegelrestjes, dakpannen en baksteen hebben de restauratoren van nu ook gevonden. Opmerkelijk is de stabiliteit van het paleis. Scheurvorming komt spaarzaam voor, verzakkingen niet. Halverwege de gevelletten piepkleine reflectoren op de effecten van de Noordzuidlijn – de eerste boring heeft geen sporen nagelaten.

    Minerale mortel

    De bouwvakkers in de jaren dertig van de vorige eeuw hebben de minimale voegen verbreed tot ruim 10 mm en die vervolgens gevuld met mortel.
    Om nu het gevelbeeld terug te brengen naar de minimale voeg van 1648 schrapen de Duitse restauratoren op de steiger de voegen tussen de stenen schoon en brengen daarin vervolgens een minerale mortel, een zandkleurige substantie.
    Na droging wordt die voeg voorzien van een dunne streep in het midden en krijgt dezelfde afwerking als de omliggende blokken.Hierdoor ontstaat een verfijnder gevelbeeld waardoor het lijkt alsof de blokken opnieuw strak op elkaar aansluiten.
    Toen het in juli te heet was, was het voegwerk lastig door versnelde uitdroging, als de temperatuur in de winter onder de 5 graden daalt, is dat karwei helemaal onmogelijk. Zoet en zijn team zijn er op voorbereid. Dan verplaatst het werk zich naar het uithakken van de blokken steen. De Vaal wijst op een deel van de gevel aan de westkant dat in dat geval wordt behandeld.

    Beeldhouwwerk
    Niet alleen de zandsteen gevelblokken worden geretoucheerd en zo nodig vervangen, ook het beeldhouwwerk van de timpanen wordt geïnspecteerd. Met name de figuren in het timpaan aan de westkant hebben te lijden gehad van regen en wind. Voor die timpanen gebruikte men in de 17e eeuw wit Italiaans marmer.

    TNO staat de RGD terzijde met deskundig advies, de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed en Bureau Monumenten & Archeologie van de gemeente Amsterdam volgen het proces nauwlettend. De Rijksbouwmeester heeft met aan van de adviseurs het werk voorbereid en begeleidt de restauratiewerkzaamheden ook nu nog. Intussen werken de specialisten door, volgens een ritme van tien dagen op, vier dagen af. Het is, voor wie boven op de steiger staat, een in alle opzichten indrukwekkende restauratie. Pas op de hoogte zie je de omvang van de blokken. De Vaal: ‘De zwaarste weegt 1,5 ton en meet 1 meter 70.’ Tegenwoordig wordt die met een kraan naar boven getakeld en op zijn plek geschoven – een karwei dat meestal in de vroege ochtend gebeurt. Hoe deden ze dat in 1648? De Vaal droogjes: ‘Met een takel en met paardenkracht werd het gevaarte naar boven gebracht.’ Met enige valse bescheidenheid kun je met de wetenschap van nu zeggen dat er op de Dam een variant op een kleine piramide is gebouwd.