• Van een pakje Caballero naar een creatief centrum

    De Caballerofabriek in Den Haag is waarschijnlijk het meest geslaagde voorbeeld van herbestemming

    25-10-2009 / artikelen

  •  

    Nee, een onprettige lucht was het niet, de geur van tabak, als je de hal binnenkwam waar de tabaksbladeren werden gekerfd en zorgvuldig werden ontrafeld om te voorkomen dat de tabak in poeder zou uiteenvallen. Fase 2 heet dit gedeelte nu, de laatste toevoeging van de Caballero Fabriek-nieuwe stijl, waar vijftien jaar geleden nog de balen en vaten tabaksbladeren werden binnengebracht en gekerfd. De tabaksgeur is minder doordringend dan cacao, maar natuurlijk wel prominent aanwezig, licht prikkelend in de neusgaten, een beetje zwaar. Droog.
    Die geur kon in feite iedereen opsnuiven, zowel de directeur als de inpakster want bijzonder aan de fabriek van Laurens was dat administratie, directie en de werknemers aan de machine onder een dak zaten. Dat was bij andere sigarettenfabrieken wel anders, trouwens in meer historische industriecomplexen. Het gebruik was dat de directie huisde in een aparte vleugel, los van de werkvloer, het kantoorpersoneel dikwijls ook. In de Caballero Fabriek zat het kantoorpersoneel aan weerszijden van de trap bij de hoofdentree, op de eerste verdieping, en zetelde de directie aan de oostgevel met een flauwe, ronde erker aan de buitenkant – het is de plek waar nu een starterscluster is ingericht. Eigenlijk zat alleen de commerciële afdeling in een aparte vleugel, gebouwd in 1969 en door de werknemers gedoopt tot Het Praathuis omdat er eindeloos werd overlegd en gedelibereerd over campagnes en strategieën.
    In 1953 werd de fabriek geopend maar Laurens, zoals het bedrijf heette, was al vanaf 1921 aanwezig in Den Haag, aan de Rijswijkseweg. De eerste sigaretten die daar van de band rolden waren Laurens Rouge, Laurens Verte en Laurens Bleu. Laurens, een Fransman die in 1887 zijn eerste fabriek stichtte in het Egyptische Alexandrië, was niet de eerste die sigaretten produceerde: Niemeyer en Turmac gingen hem honderd jaar geleden voor. De sigaret probeerde een einde te maken aan de losse kerftabak, die men pruimde of rolde, wat niet helemaal zou lukken. Shag zou altijd populair blijven onder de Nederlandse rokers, meer dan in andere Europese landen.
    Laurens betrok zijn personeel uit de omliggende Haagse wijken, zoals het Laakhavenkwartier, de Spoorwijk en Transvaal. Daar moeten tussen pakweg 1930 en 1990 vele gezinnen van de sigarettenfabriek hebben geleefd: op het hoogtepunt in 1975 werkten er 650 mensen. Onder hen vrouwen en jonge meisjes omdat die bedreven waren bij het fijne werk van het inpakken. Ze gingen op de brommer naar de afgelegen fabriek op de Binckhorst of ze namen de HTM-bus die vanaf 1952 naar het industriegebied reed. Een alternatief was een pontje dat over de vaarten daar naartoe voer.
    De beroemdste sigaret verliet voor het eerst de fabriek in 1947 in een 20-stuks verpakking: de Caballero. Daarvoor had Laurens ook Golden Fiction geproduceerd, daarna zouden merken als Tivoli (een lichte sigaret voor dames) en Chesterfield volgen. En er waren merken die een roemloze, korte periode op het schap van de tabakswinkel doorbrachten, zoals Prince de Monaco (weg geconcurreerd door Pall Mall), Le Khedive, Bell Boy of Kansas. De laatste bestond uit dezelfde melange als de Caballero-sigaret, maar werd in een andere verpakking en met een andere reclamecampagne aan de man gebracht. Kansas sloeg matig aan; roken heeft kennelijk iets te maken met uitstraling, met een imago waar de consument zeer gevoelig voor is. Caballero was daarin van meet af aan succesvol. Een stoere verpakking met een zweem van een oranjebruine rookwalm en een ruiter/cowboy in miniatuur, een pakje dat zich achteloos liet verfrommelen als het leger werd en dus minder sjiek oogde dan de harde doosjes van de concurrent. Typisch een rokertje voor een bouwvakker, of voor bohemienachtige kunstenaars, zoals in advertenties werd gepredikt. ‘Ik rook Caballero, U ook?’ In 1968 beleefde Laurens zijn topjaar: Caballero had een marktaandeel van 38,8 procent in Nederland weten te verwerven. Kort daarna moest Caballero toch overstag, omdat de plain cigarette tot ongezond rookwaar werd bestempeld. Hoewel een filter niet paste bij een stoere sigaret als Caballero, ontkwam Laurens er niet aan een mondstuk te leveren. De Caballero-filter deed in 1971 zijn intrede.
    Het was en is een enorm complex in de Binckhorst waarvan sommige hallen zijn gesloopt. Na de opening in 1953 kocht het bedrijf in 1964 er een stuk aan de westkant aan, dat het moeras heette – en het was beslist sompige veengrond daar – waar een dependance werd gesticht: Nijverdal. Nu zit er het bedrijfsverzamelgebouw De Besturing in. De ruwe tabak werd per schip aangevoerd en gekerfd in Fase 2. In deze kerverij zorgden stoomketels ervoor dat de tabaksnerven kneedbaar en behandelbaar bleven. Als de tabak voor productie gereed was, werd ze in het middengedeelte – waarvan een deel is gesloopt – in de machinezaal in vloeitjes gerold. Op de plaats waar nu de kantine is, werden de sigaretten verpakt, eerst in pakjes van 20, maar in 1961 in pakjes van 25, hetgeen een geduchte klap gaf aan de concurrentie. Caballero was iets goedkoper dan een concurrent als Peter Stuyvesant en bood meer. Toen Nijverdal gereed was, liet de directie een transportband over de weg aanleggen die de pakjes sigaretten vervoerde naar de expeditie vanwaar ze hun reis over het land begonnen. Hier werden de orders in ontvangst genomen en de sloffen sigaretten opgeslagen in het magazijn.
    Het was een levendig bedrijf, herinneren personeelsleden zich, met veel feestjes, excursies, recepties en partijen. Op zaterdag kregen de werknemers een rantsoen van vijf à zes pakjes mee: of je nu wilde of niet je moest wel aan de sigaret. Beroemde Turmac zich in zijn Peter Stuyvesant-vestiging in Zevenaar op een fameuze beeldende kunstcollectie die boven de machines hing en zo de personeelsleden vermaakte, Laurens hield zich daar niet mee bezig: een jazzcafé was zo ongeveer de enige kunstuiting. Bij de introductie van de filtersigaret in 1971, tegelijk het vijftigjarig bestaan, gaf de bedrijfsleiding een groot feest op de kade en een lunch in de kantine. Het jaar daarna verdween de naam Laurens om plaats te maken voor Rothmans – het zou het eerste teken zijn van fusies en veranderingen in de Nederlandse sigarettenbranche.
    Na 1982 werd het menens. De overheid verplichtte de industrie waarschuwingen op de pakjes te plakken. Roken schaadt de gezondheid. Terwijl het roken nog niet lang daarvoor in films en op foto’s als een sexy gedrag werd gepropageerd, ging er in de jaren tachtig een andere wind waaien: de gevaren van nicotineverslaving werden breed uitgemeten. Het zou nooit meer zo worden als het was. De eerste ontslagen vielen, vanaf 1982, toch al een kleine crisistijd in de Nederlandse economie, en de eerste VUT-maatregelen werden afgekondigd. Het personeelsblad Laurens Melange stopte in 1985. Donkere wolken pakten zich steeds meer samen boven deze hoek van de Binckhorst. Chesterfield verdween als merk in 1987 en Caballero probeerde het met milde en zware shag om dat deel van de markt te bemachtigen. En er werd nog een chique sigaret, de Paco Rabanne, gelanceerd, alleen verkrijgbaar in exclusieve tabakswinkels. Maar de antirookcampagnes werden scherper van toon, de Kamer stemde in met een strengere Tabakswet, de reclamecode werd van toepassing en dat zou de sigarettenverkoop hoe dan ook treffen. De omzet van Laurens – en niet alleen van Laurens daalde, ook al waren Tivoli-trendshows en bepaalde Caballerocampagnes succesvol.
    In 1992 zou de rook uit de schoorsteenpijpen verdwijnen in Den Haag nadat in het jaar daarvoor de fusie met Turmac was bezegeld. Ooit waren ze grote concurrenten, nu was samenwerking onontkoombaar. Het marktaandeel was te zeer onder druk komen te staan. Laurens/Rothmans verhuisde de productie naar de fabriek in Zevenaar, terwijl het hoofdkantoor in Amsterdam bleef. Het ideaal van alle bedrijfsonderdelen onder een dak was door de nieuwe tijd afgebladderd. In de hallen op de Binckhorst stonden nog enkele machines, totdat een andere huurder zich meldde, Marktkauf met zijn assortiment aan tuinartikelen in Fase 2, een meubelhal in Fase 1 – geleidelijk waaide de tabaksgeur weg uit de fabriek. Het zou een kleine 15 jaar duren voordat er een nieuwe wind door de hallen ging waaien.