Spaanse historie is een kans, geen last
Hoe Spaanse architecten fabrieken en fabrieksterreinen transformeren
11-12-2008 / artikelen
11-12-2008 / artikelen
Oud maakt plaats voor nieuw, of oud gaat een verbinding aan met nieuw: overal in de wereld zijn deze metamorfoses waarneembaar. Hergebruik en herbestemming zijn in Nederland zelfs uitgeroepen tot een van de pijlers in het architectuurbeleid. Ook in Spanje bezinnen bestuurders zich op nieuwe functies voor afgedankte fabrieken en hallen. De Barcelonese wijk Lesseps had een bedenkelijke reputatie. De kleine vervallen woningen waren de afgelopen jaren bevolkt door illegale, veelal buitenlandse bewoners. Ze vormen een schril contrast met de welgestelde, aanpalende buurten. De wijk wordt ook nog eens doorsneden door een drukke verkeersader, een parkway die niet was berekend op het toenemende autoverkeer tussen noord en zuid. De gemeente Barcelona lanceerde een stoutmoedig plan: breek een strook huizen af, waardoor ruimte voor het verkeer geschapen kon worden en herbouw 53 appartementen voor de gedupeerde bewoners.
Het was een bijna onmogelijke opdracht, zegt architect Miguel Roldan, van het architectenbureau R+B (Roldan en Merengue). Bouwen op een steile helling is al een ingewikkelde opgave, maar ook nog eens bouwen tegen een geologisch beschermde bergrug en bovenop een metrostation maakten het extra gecompliceerd. Het was een kwestie van eindeloos puzzelen, oneindig veel berekeningen en schetsen maken om tot een goed ontwerp te komen. R+B heeft zijn bureau in de luxueuze wijk Exeimple, in een fraai gedecoreerd herenhuis uit de 19e eeuw. Het schoonmetselwerk uit het fin de siècle steekt af bij de weelderige plafondornamenten. Na het gesprek toont Roldan een verrassend vertrek achter zijn kantoor: een royale woonkamer met Le Corbusier-fauteuils die uitloopt op zijn privé-terras in een binnentuin. Het is een letterlijke versmelting van oud en nieuw, deze strakke binnenhof tussen de verzameling art deco-huizen.
Het bureau R+B bestaat sinds 2000 en heeft een beperkt aantal mensen in dienst, die uit alle windstreken van Europa komen. De economische crisis heeft ons nog niet bereikt, fluistert Roldan en hij klopt dit goede nieuws af op zijn bureaublad. De orderportefeuille, met vooral (lokale) overheden is nog goed gevuld. Maar uit Madrid heb ik al gehoord dat de gemeente opdrachten heeft stilgelegd of teruggetrokken. Met twee paviljoenachtige villas voor bevriende archeologen won R+B onlangs een architectuurprijs, omdat de architecten met een bescheiden budget een knap staaltje architectuur hadden afgeleverd: twee huizen die zich van de helling verheffen op een open betonnen skelet en die met respect voor de bomen op het perceel zijn neergezet. Uiteraard zijn ze in een zachtrode steen uitgevoerd.
Bij het woningbouwcomplex in Lesseps was opnieuw de gemeente de opdrachtgever. Aan R+B werd de vraag gesteld naast 53 woningen een bibliotheek te ontwerpen en de openbare ruimte in te richten. Boven tegen de helling aan loopt een rustige straat, halverwege de helling ligt de uitgang van het metrostation en weer wat lager stroomt het drukke Barcelonese verkeer langs. Roldan: Het gebouw moest voorkomen dat de boven gelegen straat naar beneden stortte. Oud moest plaatsmaken voor nieuw, en wel in de vorm van appartementen van 65 tot 80 vierkante meter. Zij moeten het stellen zonder een buitenruimte omdat dat niet verplicht is in Spanje. Er was trouwens geen euro extra voor iets extras, we moesten daarom vindingrijk zijn. Terwijl de gemeente had gedacht aan een monolitisch blok, een muur als het ware die de doorgaande weg van het hoger gelegen park afscheidde, kwam R+B met een afwijkend ontwerp. Het bureau verdeelde het complex in drie langwerpige blokken. Roldan vergelijkt het met een stoel die tegen de heuvel aanhangt.
Cruciaal was de kleur van de baksteen en de voeg. Roldan wilde een bijna zwarte en een donkerbruine steen, voor Spanje tamelijk ongebruikelijke kleuren. Hoe hoger op de helling, hoe donkerder het blok, waarbij een wit gepleisterde zijwand als contrast is gekozen. De architect moest hemel en aarde bewegen voor een zo donker mogelijke voeg, omdat hij niet helemaal tevreden was over de uiteindelijke bruinzwarte steen. Met de voeg wilde hij dat beeld corrigeren. We springen van materiaal naar materiaal tijdens het ontwerpproces. Steen of de kleur daarvan staan niet altijd vast, het is voor ons een cooking proces. Zo denken we nu om een typisch Nederlands product toe te passen op een gebouw van tien verdiepingen. Trespa. De fabrikant geeft ons een levenslange garantie. Maar Roldan lijkt nog niet zeker van zijn zaak. Het ziet er mij te plastic uit.
Vergeleken daarmee is baksteen veiliger en vertrouwd. Het is voor het Barcelonese bureau een voor de hand liggend materiaal, omdat het de warmte weert in Spanje. R+B maakt, net zoals Nederlandse bureaus, proefpanelen om het effect te bestuderen, maar er klinkt een zekere jaloezie door in de stem van Roldan als hij het rijke Nederlandse assortiment aan stenen bekijkt. Zoveel keus is er in Spanje nu ook weer niet. En je moet vechten voor een voegloze gevel, omdat dat altijd kostbaar is.
Voor een school in Tarragona bedacht hij een interessant alternatief, stenen waarin gaten zijn voorgeboord waar gegalvaniseerde kabels doorheen worden getrokken. Dat heeft een onverwacht effect. Als je tegen de gevel duwt, gaat hij lichtjes bewegen.
2008 is het jaar van Herzog & De Meuron, dankzij het Vogelnest dat als een trofee aan de toeschouwers van de Olympische Spelen in Peking werd gepresenteerd. In februari van dit jaar ging een andere mijlpaal open, Caixa Forum in Madrid, dat het zoveelste bewijs lijkt te leveren voor de ongekende creativiteit van de Zwitsers. Zij hebben zich ontpopt tot de meesters van de gebeeldhouwde façade, gesluierd, vermomd of bewerkt. Caixa, dat een respectabele particuliere collectie bezit, kocht in 2001 de afgedankte elektriciteitscentrale aan, die pal tegenover het Prada-museum ligt. Het is een van de zeldzame industriële complexen in het centrum van Madrid, opgetrokken in een warm rode baksteen.
Herzog & De Meuron mishandelden de niet bijster interessante centrale op een manier dat hij er vermoedelijk beter uit te voorschijn is gekomen dan hij er aanvankelijk uitzag. Ze sneden de begane grond weg en vervingen die door een lage schaduwrijke plaza, met een wervelende toegang als dragende kolom. Ze voegden er twee etages aan toe, in dezelfde roestbruine kleur als de baksteen eronder, maar dan van cortensstaal. Het geheel ziet eruit als een cadavre exquis, een versmelting van ongelijke en conflicterende elementen, van vroeg industrieel tot eigentijds constructief. Het resultaat zou je daardoor een disharmonieuze eenheid kunnen noemen.
Steen alleen zegt vaak onvoldoende, maar steen in combinatie met aluminium (het trappenhuis), met cortensstaal (de opbouw) of met een verticale groene muur van de Franse ontwerper Patrick Blanc, krijgt een extra accent. Lijkt boven zichzelf uit te stijgen van een gewoon naar buitengewoon materiaal. Caixa Forum is een ode geworden aan de industriële architectuur van de 19e eeuw, niet door haar te liefkozen maar te martelen. Wonden slaan in muren en vensterbogen, in deuren en daken het is een nieuwe synthese tussen monument en eigentijdse bouw die Herzog & De Meuron hebben uitgevonden.
Er staan meer van dat soort erfstukken in Barcelona en Madrid, herinneringen aan een verdwenen industrie. De lage langgerekte hallen met boogramen en steunberen zien er bijna allemaal hetzelfde uit. Maar hergebruik en buurt verschillen. In Glories, een buitenwijk in Barcelona, wordt de voormalige textielindustrie opgeslokt door superblokken, zoals een tamponvormige toren van Jean Nouvel. Enkele straten verder is zon fabriek omringd door woningbouw en zelf getransformeerd tot arbeidsbureau annex open universiteit. Doordat de voorgevel helemaal is opengewerkt, straalt de ooit gesloten fabriekshal openheid uit naar de omgeving. De schoorsteen op het binnenterrein is het enige relikwie uit het industriële verleden.
De Madrileense architect Jose Ignazio Linasazoro moest een transformatie bedenken voor een ander erfstuk, een kerkruïne. De steunbogen en muren, restanten van een bombardement uit de Spaanse burgeroorlog, liggen in de volkswijk Lavapies in Madrid het is een wijk waar Noordafrikaanse immigranten winkeltjes drijven en rondhangen in portieken. De wijk is in opkomst, misschien wel dankzij de verbouwing van de bouwval tot bibliotheek en open universiteit. Linasazoro kreeg er de prijs van Wienerberger voor. Ik houd van een artisanale architectuur die in harmonie is met de omgeving, zegt de architect in zijn kantoor aan huis in een deftige Madrileense straat.
Het metselwerk en de houtverbindingen moeten voor Linasazoro al net zo artisanaal zijn het complex oogt daardoor tijdloos en bescheiden. Alsof de bibliotheek er altijd heeft gestaan.
Voor de openbare ruimte rondom het educatieve centrum tekende Linasazoro ook. Opnieuw treft de eenvoud van zijn ingrepen: er is in het dichtbevolkte Lavapies ruimte geschapen, niet alleen buiten de oude kerk maar ook binnen, waardoor je letterlijk even naar adem kunt happen. Of tot rust kunt komen, wat bezoekers van het studiecentrum doen. Ze zitten geconcentreerd te lezen tussen muren van schoonmetselwerk en onder indrukwekkende houten dakspanten.
Van Lavapies is het tien minuten lopen naar het verbouwde station Attocha, het centrale station van Madrid. Ook hier heeft de historische architectuur een sampling ondergaan en opnieuw is de oranjerode steen de onderlegger. Raffael Monneo, de Spaanse grootmeester van strenge, bijna minimale gebouwen, heeft een ronde hal toegevoegd aan het stationscomplex dat opzettelijk afwijkt van de industrieel ogende stationshal op het maaiveld eronder. Die hal zelf heeft hij omgevormd tot een tropische kas. De (hogesnelheids)treinen vertrekken sinds enkele jaren van een naar voren geschoven kopstation. Als ergens de verstrengeling van de oude en nieuwe tijd samenkomt is het in Attocha, omdat de romantiek van het treinreizen, belichaamd door hoge glazen kappen en robuuste gemetselde muren, wordt bewierookt met nieuwe injecties, zoals de palmentuin, de detectiepoortjes, de schuine loopbanden en en het ronde entreegebouw. Dat Spanje op de drempel staat van aankomen en vertrekken, van verleden en heden, is nergens zo duidelijk als op Attocha.