• Vier types balkons

    Het recht op buitenruimte is verankerd in de Nederlandse woning

    08-04-2008 / documenten

  •  
    • Gaudi in Barcelona, over balkons gesproken....
    • Casa Mila, voorbeeld van weelderig gedecoreerde balkons en loggia's.

    Frans Balkon

    Het uitstekende balkon is in Parijs een zeldzaamheid – en begrijpelijk want wat zou een mens buiten doen in de stank van de autogassen? Als er al uitstekende balkons voorkomen, zijn ze langwerpig en zo smal dat er hooguit plaats is voor wat potplanten. Het echte Franse balkon, dat in Nederland overigens niet erg geliefd is, bestaat uit twee naar binnen draaiende deuren met een balustrade ervoor. Dat hekwerk wil in Parijs geornamenteerd zijn, maar bestaat in Nederland gewoonlijk uit sobere spijlen. Matglas of helder glas komt ook voor. Het voordeel van een Frans balkon voor een architect/aannemer is dat hij geen verstevigde constructie buiten de gevel hoeft te tekenen. Bovendien blijft hiermee een gesloten gevelwand intact. Het voordeel voor een bewoner kan zijn dat de kamer royaler oogt door ramen die tot de grond toe reiken. Hij kan zijn stoel in de luwte plaatsen. Daarmee houden de voordelen ook wel op, want extra buitenruimte verschaft een Frans balkon niet. Voorbeelden van Franse balkons in Amsterdam: Gibraltar van Claus en Kaan aan de Piet Heinkade en verschillende woningblokken aan de Hoogte Kadijk.

    Loggia/serre/veranda

    De naam is ontleend aan een inpandige ruimte die in Italiaanse (volks)woningen veelvuldig is toegepast. De ruimte dient daar gewoonlijk als open woonkamer in de zomer – er wordt op gespeeld, geluierd en gegeten. Italianen dekken de loggia graag af met (zeil)doek om het binnenvallend zonlicht te weren. In de laatste decennia zijn architecten in Nederland verzot geraakt op de loggia, omdat het een ruimtelijke toevoeging aan de woning is, zonder dat er constructieve ingrepen voor hoeven te worden toegepast. Er ontstaat als het ware een extra kamer. Bovendien is het mogelijk de loggia met een schuifpui af te sluiten waardoor er een winddichte wintertuin ontstaat waar men in het vroege voorjaar al van de zon kan genieten. Mooie voorbeelden hiervan zijn Piraeus van Kollhoff/Rapp en Gerenstein van Heren5 Architecten. Zodra de loggia kan worden afgesloten, is er sprake van een serre – hoewel het karakteristieke van een serre is dat het om een volkomen glazen uitstulping buiten de gevel is.
    Variant op de loggia is veranda die is te beschouwen als een (deels) inpandige ruimte op de begane grond. Om afstand tot de straat te bewaren ligt de veranda soms een halve meter boven het maaiveld – te zien bij verschillende woonblokken op Ijburg.

    Uitstekend balkon

    De meest voorkomende buitenruimte in Nederland is een uitstulping buiten de gevel, geschraagd door schoren – al dan niet geornamenteerd. Een van de mooiste is een balkon aan de Oudezijds Voorburgwal dat rust op Karyatiden (vrouwenbeelden). Zo’n klassiek balkon is ook te vinden op de Weesperzijde. Maar het merendeel van de uitstekende balkons is simpel gezegd een smalle betonnen loopplank omzoomd door hekwerk, een langwerpige betonnen strook of – aanwezig in de stadsvernieuwing van de Nieuwmarkt bijvoorbeeld – een ronde uitloop vanuit de woonkamer. Variatie op het klassieke balkon is een reep over de hele gevel bij galerijflats uit de jaren zestig en zeventig, waar houten of matglazen schotten de privacy van de bewoners waarborgt. Was het uitstekende balkon in de naoorlogse sociale woningbouw nog een schamele ruimte van een vierkante meter, dankzij de stijging van de welvaart groeide het buitenvertrek navenant. Een spannend balkon steekt uit uit een van de urban villa’s op het Oranje Nassauterrein, waar het het karakter heeft aangenomen van een springplank in een zwembad. Dat er ook nog hoop bestaat voor de balkonnetjes uit de jaren zestig blijkt uit recente bouwmethodes waardoor uitkragingen van microbeton (beton met een hoge dichtheid) aan de gevel werden bevestigd. Een oud balkon maar dan in een nieuw en ruimer jasje – daarmee kan een woongebouw weer vooruit.

    Nieuwe producten

    Begin jaren negentig bedacht ontwerper Pieter van Gendt de oplossing voor bewoners die het moesten stellen zonder buitenruimte: het tea for two-balkon. Het stalen product kon op een betrekkelijk eenvoudige manier aan de gevel geschroefd worden en was met name een uitkomst voor 19e eeuwse huizen in de Pijp waar de aannemer indertijd op balkons had bezuinigd. Integraal aan het ontwerp waren twee zitbanken en een tafeltje in het midden. Jammer voor Van Gendt dacht de welstandscommissie er een paar jaar later anders over en was het verkrijgen van een vergunning voor het product vrijwel onmogelijk. Toch zijn de uitvinders niet stil blijven zitten. Iets later introduceerde Velux een variant op zijn tuimelraam: door een ingenieus klapmechanisme was het mogelijk van een raam een inpandig balkon te maken. Het dakterrasvenster was geboren: niet groot weliswaar maar gemakkelijk toepasbaar in een schuin dak.
    Han Michel, destijds directeur van woningbouwvereniging De Principaal, stelde voor een raam te monteren als een garagedeur die openklapt en wegschuift over het plafond. Dat idee is enigszins aangepast in het schaarraam in het complex De Albatros van Hvdn Architecten in Amsterdam-Noord. Het raam scharniert halverwege, klapt zo samen tot een pakket en kan zo naar boven worden geschoven. Daardoor ontstaat een inpandige buitenruimte die niet ten koste gaat van het woonoppervlak wat wel gebeurt met openslaande deuren. Het zal ongetwijfeld niet de laatste uitvinding zijn om een woning ‘lucht te geven’.