•  
    • Front van De Eekenhof, een multifunctioneel woongebouw met zorgvoorzieningen
    • De voormalige fabriek van Rozendaal is door SeArch verbouwd tot appartementen en het cultureel centrum Twentse Welle.
    • De Eekenhof in Roombeek

    Toen Felix Claus voor het eerst de bouwplek in Roombeek betrad, waren de sporen van de vuurwerkramp nog zichtbaar. Zwarte vlekken op de stoep, kraters op het terrein. ‘Alsof er een meteoriet was ingeslagen.’ Een foto van de rots van Gibraltar, dat was de eerste stap die het bureau Claus en Kaan zette op weg naar De Ekenhof, het markante middelpunt van de Enschede wijk. Daarna volgden losse schetsen van een trapsgewijs oplopend gebouw waarvan de lage vleugels aansloten bij de lage middenstandshuizen aan de Roomweg. Aangemoedigd door supervisor Pi de Bruyn groeide het complex uit tot een driehoekige bult met rondom balkons en aan de achterzijde trapsgewijze terrassen.
    De verrassing bevindt zich binnen: daar klimt een ellipsvormig trappenhuis op naar een lichtkoepel. De holte van een berg. Het is de ruimte die als vanzelf overbleef na de indeling van het complex in koop- en huurappartementen (52 in totaal), zeggen de geestelijke vaders Dirk van Wageningen en Felix Claus. Dwingend voor het ontwerp was de eik die de vuurwerkramp had overleefd en nu trots prijkt op het binnenterrein. Zelfs de parkeergarage onder het complex is om de wortels heengekruld.

    Vreemde punt

    De opdrachtgever, de woongroep Twente, wilde iets bijzonders op die vreemde punt in de wijk, die als bestemming een zorgcluster had gekregen. Op de begane grond zijn een huisarstsenpraktijk, apotheek en fysiotherapie geconcentreerd, de losse laagbouw erachter is het huis van een groep minder validen. De woongroep had geld voor over voor De Ekenhof. Wandelend op weg naar het bureau van Felix Claus passeerde de directeur van de woongroep het voor hem onbekende Scheepvaarthuis in Amsterdam. Zoiets graag. Claus liet hem een boek van de Amsterdamse School zien, met onder meer beelden van de gebouwen van Michiel de Klerk en Piet Kramer. Die kant moest het op. Maar, voegde Claus eraan toe, dat moet je je wel kunnen veroorloven.
    Gewoonlijk ontwerpen Claus en Kaan niet van die sculpturale gebouwen, omdat de bouwbudgetten daarvoor tekort schieten, zeker in de Randstad. No money no details, is het adagium van Rem Koolhaas dat Felix Claus van harte ondersteunt. Hoe oostelijker in Nederland, hoe vrijer ze kunnen ontwerpen en hoe meer ze kunnen vertrouwen op goed metselende ambachtslieden. Aan hen kun je de detaillering wel overlaten.

    Mies van der Rohe

    Voor De Eekenhof zochten ze een gele steen als hoofdtoon met een rood gemetselde plint als contrast. Dat zoiets sterkt leunt op de architectuur van De Klerk vindt Claus geen bezwaar. Hun eerste gebouw voor het stadsdeelkantoor in Buitenveldert was ook ontleend aan het Barcelona-paviljoen van Mies van der Rohe, dus waarom nu niet de Amsterdamse School geciteerd? Dat paste heel goed in Enschede op die plek. ‘Het moest een gebouw worden waarmee je je kunt identificeren, niet iets voor jan en alleman.’
    De gele steen is een moeilijke. Die pakt net als een witte kalkzandsteen armoedig uit bij regen, vindt Claus. ‘Het slaat een gebouw dood. Dat soort steen is vaak gebruikt in de woningen van de jaren zestig en zeventig, niet de mooiste voorbeelden van baksteenarchitectuur.’ Uiteindelijk vonden ze een grove handvormsteen met zwart gesinterde vlekken erin; de rode steen voor de plint is veel gladder, doorspekt met een paarse zweem en ook nog eens verticaal gemetseld. Een letterlijke verwijzing naar de Spaarndammerbuurt, erkent Claus. Om de compositie af te maken, vond Van Wageningen een gele strook keramiek die de scheiding van de etages markeert.

    Voegen

    Elke twee weken togen ze naar Enschede om zich te van vergewissen dat de aannemer het werk goed zou uitvoeren. Dat gaan we toch niet doen?, was de vraag die ze keer op keer werd voorgelegd, ‘dat kan toch niet?’ Ze wisten gedaan te krijgen dat ronde glazen erkers op sommige hoeken toch mooier waren dan ramen met stukken glas van 45 graden ten opzichte van elkaar. En ze zagen hoe de welvingen in het metselwerk tot stand kwamen. Van te voren hadden ze uitgezocht hoe je de ronding bereikt, hoe je een overgang maakt tussen het staande verband van de koppen van de steen naar een gestrekt verband. ‘Dat moet je precies uittekenen.’
    Niemand die het meer heeft over plagiaat of kopie. De Amsterdamse School was domweg een bron van inspiratie, zonder dat het uitmondde in letterlijke retro, want daar heeft Felix Claus een hekel aan.