• Winy Maas: ‘Het liefst wil ik utopieën bouwen’

    Maas van MVRDV over pig city, Rem Koolhaas en de leegloop van Nederland.

    05-04-2008 / artikelen

  •  
    • Het Parkrandgebouw van MVRDV in Geuzenveld


    Experimenteel is haast een vies woord geworden

    Ineens stond het weer op de agenda, eind 2007. Pig City. Ook wel de varkensflat genoemd, als middel om megastallen te concentreren op het platteland. Het idee werd omhelsd door de rijksadviseur voor het landschap. Heeft het je verbaasd dat het plan weer op tafel is gekomen? ‘Pig City is een van mijn favoriete onderwerpen, omdat het de relatie zo goed laat zien tussen politiek en architectuur. Het nou eens niet om de esthetiek, maar om een maatschappelijk aspect, in dit geval voeding. Pig City belicht dit op meerdere manieren. Het zorgt dat voedselproductie niet het grondgebied domineert, het geeft dus ruimte aan anderen. Maar tevens maakt het zichtbaar en laat het trots het belang zien. En door de reorganisatie wordt een meer verantwoorde voedselproductie mogelijk.
    Het is ook niet meteen een gebouw, maar meer een proces. Ok, we mochten het niet onderbrengen in het Nederlands Paviljoen in 2000. De minister was bang dat de Duitsers geen Nederlands varkensvlees meer zouden kopen. En in de verkiezingsstrijd van 2002 heeft het nog een aardige plaats gehad maar toen is niet door de gekozen coalitie uitgewerkt, gezien het kwetsbare karakter in het publieke debat.
    Maar in de laatste jaren heeft het onderwerp zich mede onder invloed van die zelfde publieke opinie geëvolueerd. Er zijn tv-programma’s en films gemaakt. Ook voor kinderen. Die geloven er wellicht eerder in de toekomstdan volwassenen.
    Er is een welfare stal op basis van de beelden van Pig City gebouwd in de polders (zoals gepubliceerd een half jaar geleden): een ecologische varkensgemeenschap welfaredie is uitgerust met woondomeinen, douches, cafés en sexzones voor de varkens. Er is een stal in Brabant gebouwd, waar drie verdiepingen onzichtbaar zijn ondergebracht onder een dak. Er zijn kolchose achtige samenzweringen in Limburg en Brabant in voorbereiding voor gespecialiseerde bedrijfterreinen, hygiënische clusters die de voedselproductie centraliseren. ’ En nu zijn er ook nog ideen voor een cluster in de haven van Amsterdam bijvoorbeeld waarbij een symbiotische cyclus van zalm, kippen en varkensproduktie gebouwd kan worden.’
    Had je gedacht dat het idee zo zou aanslaan? ‘Nee, zoiets kun je niet voorspellen. Ik kwam een artikel tegen in een Zwitserse krant over ons woongebouw in Valencia dat er identiek uitziet als de varkensflats van ons met die grote balkons. In het artikel stond: leven mensen net als varkens of leven varkens net als mensen? Dat vind ik een heel goede, erg poëtisch. Het is zoals de boer die vroeger dichtbij zijn vee leefde en daarmee dus ook dicht op het voedsel zat. Heel harmonieus.’
    {{Waarom zijn varkens zo’n favoriet onderwerp voor je? ‘Het toont mooi aan dat architectuur een rol kan spelen in de ruimtelijke ordening en processen, en meer is dan alleen esthetisch genot en afleiding. Je probeert een actieve plaats in de samenleving in te nemen, een appèl te doen op de discussie en op het collectief gedachtengoed. Dat is waanzinnig belangrijk in een individualiserende maatschappij.’}}
    Is het nu aan de politiek om verder te gaan met je voorstellen? ‘Niet alleen het nationale bestuur. Ook de boerenorganisaties en de gemeentelijke en provinciale besturen.. Maar het mag nu wel een stap verder gaan, te meer omdat boeren uitwijken naar Polen omdat ze hier geen kant opkunnen. Willen we dat?
    Wat moet Nederland in de toekomst zijn? We moeten oppassen dat Nederland niet leeg loopt, letterlijk met zijn bedrijven en met hoog opgeleiden ( en de varkensindustrie is een hoogwaardige industrie) die in het buitenland gaan werken. Dat is niet meer onwerkelijk, of het nu voetballers zijn of architecten. Willen we eindigen met slechts callcenters, zoals in het Ruhrgebied?
    Op de een of andere manier gaat het minder in Nederland. We hebben weinig gezicht meer in het buitenland. Ik denk dat we ons moeten bezinnen over wat we te bieden hebben. En waar gaan we dan investeren? We kunnen wel van alles investeren in Brabant en Amersfoort, maar heeft dat internationaal gezien wel attractiviteit? Als er iets attractiefs is, is het de curieuze stedenverzameling aan de kust van de Noordzee. Op termijn haal je meer uit het concept van een kuststad dan dat van een netwerkstad, wat ik een camouflage vind om bestaande processen te verbloemen.’

    Half onmogelijk

    Jullie hebben zelf een belangrijk visitekaartje afgegeven van innovatie in Nederland met het paviljoen voor de wereldtentoonstelling van Hannover in 2000. Welke boodschap geef je jouw opvolger John Körmeling voor China mee in 2010? ‘Zijn happy street is een gewaagde, half onmogelijke maar prachtige onderneming. Het is onmogelijk omdat je al zoveel happy streets hebt in China. Ik ben benieuwd of het voldoende opvalt en of hij komt bovendrijven. En ik ben benieuwd hoe het positief ironische aspect overgenomen wordt’
    Vind je het geen vervolg op jullie concept? ‘Körmeling heeft letterlijk gezegd: hoe kun je nou een paviljoen maken na dat van 2000 in Hannover? Andere architecten vroegen zich dat tijdens hun presentaties ook af. NL Architects kwam met een nihilistisch antwoord, NeutelingsRiedijk en Marcel Wanders kozen een letterlijke vluchtweg van een boot als paviljoen... John gaf er een eigen draai aan.
    Jullie concept is enorm aangeslagen, terwijl het er eigenlijk niet meer staat. ‘Het staat er nog wel, als ruïne, en dat in het land van Goethe, de romantiek, Duitsland. Bevolkt door vogels en hippies. In een omringend “Nagasaki’ van een ongebruikt bedrijventerrein. Een ruïne in een verkommerend midden Duits gebied.. Eigenlijk kan het bijna niet monumentaler..Ik wist van te voren niet dat het paviljoen zo’n hit zou worden. Je kunt een hit niet ontwerpen. Daar is de maatschappij te weerbarstig voor. Kwalitatieve hits hebben iets authentieks.. Als je een analyse maakt waarom het zo is aangeslagen, berust dat op het feit dat in het jaar 2000, een decennium na de Wende, bij aanvang van het Milennium, dat er een verlangen was naar ‘perspectief’.’
    ‘We voelden aan dat er allemaal keurige paviljoens zouden komen, mooie, keurige bedrijfsdozen, goed gemaakt met een vleugje ecologie.
    Hiertussen zou iets polemisch niet misstaan. Eigenlijk gedijde het in die context. Zonder lelijkheid geen schoonheid.
    Is die waardering belangrijk? ‘Ja, de beste projecten zijn die waar mensen van houden en haten. Waar de polemiek het grootst is. Dat was bij de Villa VPRO ook.’

    Jong monument

    Is het voor jullie bureau niet ingewikkeld om nu ontwerper te zijn? De rand van de steden wordt gevuld met retro, architectuur zoekt naar een herkenbare identiteit. ‘Eigenlijk was het een tijdje geleden hinderlijker dan nu. Ik geloof in het ‘vivre avec’, een manier waarop de geschiedenis een huwelijk aangaat met het heden of het moderne met het retroactieve. Dat eerste is gelukt met het Blauwe Huis in Rotterdam dat negen maanden geleden werd opgeleverd. Vervolgens werd dat gebied op de Unesco-monumentenlijst geplaatst. Dat levert de curieuze situatie op dat ons Blauwe Huis ook beschermd is. Het lijkt bijna op Troje: je maakt lagen op elkaar. Dat is volgens mij ook de opgave van dit moment, dat je de geschiedenis nieuwe perspectieven geeft. in Rotterdam kan dat, gelukkig maar. Want is Rotterdam nu door de politiek in het nationale verdomhoekje geplaatst. Dat steekt af bij de potentieel dodelijke euforie van Amsterdam.’
    Had je dan radicale oplossingen in gedachten voor de grachtengordel? ‘In het centrum van Amsterdam is de zaak stilgelegd. Het is een fait accompli waar je niet meer onderuit komt, een museum dat goed verkoopt maar niet erg levendig is. Ik put hoop uit het plan om onder de grachten wegen of garages aan te leggen en gelukkig zie je dat er in de periferie van alles kan ontstaan, bloedzuigers die het centrum kunnen wakker schudden. Voor het Westerdokseiland hadden we een stedenbouwkundig plan gemaakt als een dichte barcode van krankzinnig verschillende identiteiten. Wat in de binnenstad iets kon, zou daar kunnen. Een escape zone. Helaas kwam de crisis in 2002 en werd het plan als te duur en te weinig marktconform gedacht. We mochten toen ter compensatie een klein deel ontwerpen in het door de ontwikkelaar gemaakte nieuwe plan en besloten zijn volume te bouwen maar dan louter met twee materialen: beton en glas. Je probeert dan de schoonheid te laten zien van een gebouw voordat de gevel eromheen zit. Misschien is het weleen stil protest?’

    Toch beluister ik een zekere teleurstelling dat je als architect in een keurslijf zit. Hoge grondprijzen, belangen...’ Of doordat de ruimtelijke envelop te klein is. Je moet de periferie in dat opzicht vrij laten, geen ruimtelijke envelops meer toepassen. Dat het in Rotterdam gebeurt, is een redding voor de stad. Ik denk dat architectuur een combinatie is van utopie en realiteit. Ik wil dingen gebouwd hebben en het liefst utopieën bouwen.’
    _Wanneer sluit je naar jouw idee een compromis? ‘We zijn altijd al geinterresseerd geweest in het proces, en zien wat er uit komt. De datascapes waren en zijn een methode om de status quo van dat proces te laten zien. Dat kan leiden tot teleurstellingen, tot momenten dat het niet zo ver komt als je hoopt.
    Een interessante casus was een toren in Almere bij het station. In die tijd zat OMA aan tafel voor het nieuwe winkelcentrum. We kwamen met een licht idealistisch ontwerp voor allerlei vastgoedondernemingen, maakten een lege toren van bruut beton waarin we alle infrastructuur aan de buitenkant hadden geplaatst, de wc’s, de hellingbanen, trappen, kitchenettes, liften en secretariaten. Het werd een soort darmstelsel dat eromheen ging hangen. Dat plan werd vervolgens voorgelegd aan het Q-team met Rem Koolhaas als voorzitter die er op dat moment niet was. Halverwege de presentatie kwam hij toch binnen. Iedereen kijkt hoopvol of wanhopig wat hij gaat zeggen. En als een orakel van Delphi komt hij met deze uitspraak: ‘hier komen zoveel mensen op af, toeristen, die alleen maar hier naar gaan kijken.’ Hij weer weg naar een vervolgafspraak. Lijkt me een heldere enthousiaste uitspraak. Toch zaten de voltallige commissie opgescheept met een orakeluitspraak die ze niet goed leken te kunnen interpreteren. Met als uitslag dat de commissie het plan niet enthousiast genoeg ondersteunde en dat dus de cliënt die die buizen maar duur vond, ze kon laten vallen. Dus hebben we de gaten maar laten zitten op de plaatsen waar de buizen hadden moeten komen. Als de kogelgaten in het fort van Den Briel.’ _
    Vreesde Koolhaas, , concurrentie met ‘zijn’ winkelcentrum? ‘Ik heb me er nooit in kunnen verdiepen. Als ik orakelpriester was geweest, had ik staan juichen als er toeristen waren gekomen. Het winkelcentrum dat er nu is gekomen, is en blijft ondanks alle goede bedoelingen en mooie onderdelen een verdwaasd gesitueerd en door zijn ‘normale programmering’ een moedeloos makend Nederlands centrum. Ik hoop dat het Weerwater samen met dat winkelcentrum op een grotere schaal kan worden gebracht en dat kan door rechtstreeks vanaf de A6 een weg langs het water naar het centrum aan te leggen. Een Lakeshore Drive. Want nu moet je het centrum op een wanstaltige manier, langs 24 rotondes, bereiken.’

    Aanbesteding

    De architectuurmode schrijft retro voor, de bouwpraktijk zit vast aan de regels van Europese aanbesteding. Hoe kijk je daar als architect tegenaan? ‘Ik ben niet de grootste deskundige hierin maar constateer wel dat bouwprocessen door die Europese aanbesteding heel ingewikkeld zijn geworden. Het leidt tot vertragingen en kost de maatschappij veel geld. Hoewel er allerlei constructies verzonnen worden om er van af te wijken, met bouwteams en zo, pakken die constructies vaak duur uit. Het riskante van geintegreerde aanbestedingsvormen, design, finance, maintainance en allerlei varianten, is dat het leidt tot een ongelofelijk gemene deler. We hebben daardoor wel enkele opdrachten verloren. Of er zijn opdrachten afgelast, omdat partners zich terugtrokken of omdat de constellatie niet klopte. En er is ook moeite met bouwteams. En als de prijzen stijgen, moet het project weer aan de gemeenteraad worden voorgelegd.’
    Doodt het de creativiteit? ‘Nou, het doodt in ieder geval een aantal gebouwen. Misschien worden we in dat soort constructies ook minder gevraagd en gaat men naar makkelijke, meer corporate architecten. Dat die bureaus groeien, is voor een deel daaraan te wijten. Experimenteel is bijna een vies woord geworden.’
    Is dat tegelijk de reden dat jullie zo weinig terug zijn te vinden in overheidsprojecten? ‘Misschien wel. Een entreegebouwtje voor Park de Hoge Veluwe, dat was het tot dusver. We hebben opdrachten van de lokale overheid, de bibliotheek in Spijkenisse, en in Rotterdam, de mogelijke nieuwe uitbreidingen voor het Schielandhuis en museum Boymans. Dat zijn projecten waar ik naar uitkijk, net zoals een shopping mall dat we ontwerpen in Tirana, Albanië, en het nationale plein dat we herinrichten. De energie die we daar meemaken, daar kunnen we nog wat van leren.’
    Bij Paleis ’t Loo heb je de Rijksbouwmeester meegemaakt. Hoe kijk je op vier jaar Crouwel terug? ‘een buitengewoon prettig deskundig opererende man, Strak. Regisserend. Die je betrok in discussies. Tijdens de architectuurnota, Europort, de windmolenparken, het nieuwe Nederlandse paviljoen in Shanghai. En ja een kleine opdracht. Ha. Een prijsvraag met vijf andere grote bureaus voor het kleinst object van Nederland: het entreegebouwtje!. Maar het was een erg leuke prijsvraag. Ik ben trots op het resultaat, niet gewonnen (was te gewaagd), maar ik wil het graag ergens anders wil bouwen. Hij betrok iedereen en deed dat veel beter dan ik ooit zou kunnen doen. Hij kon dat ook goed regelen naast zijn eigen werk, vermengde dat niet.’ Tenslotte een blik in de toekomst. Vergrijzing wordt een issue in de samenleving. Op kaarten wordt al aangegeven waar de bevolking krimpt, met name aan de grens. Wat voor antwoord heeft een architect daarop? ‘We zijn er al mee bezig. In Bourgogne in Midden-Frankrijk is de tweede fase aangebroken van de bebossingsstrategie die we hebben voorgesteld. Daar wordt een gebied waar vroeger mijnbouw werd gepleegd, beplant met reusachtige bossen. Ook op en over de bestaande ongebruikte gebouwen. Bomen op het dak, zoals we met het Expopaviljoen hebben gedaan, kan een middel zijn om de ruimte in het dichtbevolkte Europa opnieuw vorm te geven. Nieuwe Borobodurs krijg je dan, waarbij de gebouwen een soort clean machines worden. Dat soort opruimacties kost wel geld, en ik ben benieuwd hoe Europa dit overal gaat financieren. Europa is in die zin bijzonder omdat het in de bebouwde ‘korst’ om de aarde, een grote specialisatie kent met veel oude gebouwen die verhalen over de geschiedenis. er kleeft overal een Geert Mak-gevoel aan. Het biedt een unieke kans om er op een radicale manier mee om te gaan, en dat kan ook als er door de vergrijzing gaten gaan vallen.’
    *‘ Voor Berlijn zou een bouwstop afgekondigd moeten worden, en een radicale collectie van nieuwe interpretaties van de ontwikkelde gebouwen. Dat is de boodschap die we met The Why Factory, ons nieuwe onderzoeksprogramma aan de TU Delft, voor een tentoonstelling in Berlijn meegeven. En de verschrikkelijke Potsdamerplatz zou eigenlijk weer moeten worden afgebroken. Eigenlijk is zo’n Rijksdag van Norman Foster een mooie manier waarop je je verhoudt met het verleden. Zoiets zou veel vaker moeten gebeuren. Oude spullen optillen, open breken, door midden zagen en verluchtigen, dat wordt het visitekaartje van Europa naar de wereld toe.’ *