• Piramides in Amsterdam?

    Hoe Sjoerd Soeters een identiteit probeert te geven aan een anoniem stuk stad.

    06-04-2008 / documenten

  •  
    • De Piramides aan de Jan van Galenstraat zijn in feite stenen kerstbomen
    • Eerst was er het Marcanti College - ook van Soeters


    Piramides zijn het zeker niet aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam, en de architect ervan, Sjoerd Soeters, is ook de eerste om dat te erkennen. Kerstbomen zijn het, verwijzend naar de markt voor dennen die op deze plaats nog recent werd gehouden in de donkere dagen van december. Maar dan wel kerstbomen waarin je kunt wonen. Hoewel Soeters niet eens weet hoeveel appartementen er uiteindelijk zijn gerealiseerd, zo vaak is er aan het plan gesleuteld en gewijzigd door wisselende opdrachtgevers. Al zijn nadeel heb’ zijn voordeel: het bewijst de flexibiliteit van het complex als het om de indeling gaat. Uiteindelijk heeft een projectarchitect De Piramides uitgewerkt, terwijl Soeters op de achtergrond toekeek.
    Toch zijn het ook niet helemaal twee in elkaar geschoven kerstbomen, is de volgende bekentenis die Sjoerd Soeters doet. In feite is het een uitvergroting van twee typisch Hollandse trapgevels, met een bescheiden rol voor de onderkant (het huis). Het idee is al een kleine tien jaar oud, toen Soeters samen met Michael Graves gevraagd werd het masterplan voor De Resident te ontwerpen. Soeters suggereerde Graves het ministerie van VWS in Den Haag twee Hollandse kappen te geven. Daardoor zou het ‘motorblok’ (het transitorium) waarin in een grijs verleden het ministerie van Landbouw was gevestigd, een onherkenbare wedergeboorte doormaken. Soeters dacht aan twee dwars geplaatste kappen. ‘Een Amelands kerkje’, voegt hij er als geboren eilander aan toe. Omdat Graves bij dat ministerie het voortouw had, besliste hij anders: pure postmodernist als hij was, zegevierde de symmetrie. Twee stoere Hollandse kappen naast elkaar, zo ging VWS eruitzien – Soeters concentreerde zich op het trapsgewijze voorgebouw Castalia tegenover de inmiddels gesloopte Zwarte Madonna.

    Bezwaar

    Een Amsterdamse variant van VWS dus. In de lange voorbereidingstijd die aan De Piramides zijn voorafgegaan, tekende het stadsdeel Westerpark op een zeker moment bezwaar aan tegen de hoogte van 75 meter die Soeters voorstelde waardoor er eigenlijk alleen een uitdijende kerstboom mogelijk was. Omdat die zo uit proportie raakte en onwaarschijnlijk oogde en bovendien nooit aan het geëiste programma zou beantwoorden, bedacht Soeters in een oogwenk de twee met elkaar verstrengelde bomen: 50 meter hoog inclusief de verwerkte installaties.
    In de reeks bekentenissen van de architect volgt er nog een: hij heeft zich niet direct bekommerd om de stedenbouwkundige vista’s. Dus hoe het bouwwerk er vanaf de RingA10 (het westen) zou uitzien of vanuit de Jordaan. Niettemin vormen De Piramides vanuit het oosten een volumineuze begrenzing, zoals dat zo treffend heet, van de Jan van Galenstraat vormt die op dat punt een bocht maakt. Soeters mag zich dan van de stedenbouwkundige zichtlijnen niet veel aangetrokken hebben, hij had zich bij zijn referenties wel degelijk verdiept in de betekenis van de – schaarse – hoogtepunten in Amsterdam buiten de singelgracht. Daar hoort uiteraard de Wolkenkrabber van Staal bij aan het Victorieplein in Amsterdam-Zuid maar ook het torentje van Berlage zelf op het Mercatorplein. Verleg je vandaar het kompas een kilometer noordwaarts, dan zou een landmark tegenover de Centrale Markthallen niet misstaan. De Piramides is daarmee de verborgen missing link in de contouren van de gordel ‘20-‘40.
    Aldus de gedachtevorming rondom De Piramides. Zo beredeneerd en zo rechtlijnig is het proces trouwens niet gelopen. Soeters toont de schets van het eerste uur. Hij is niet zo van de computer. Daarop staan een paar nederige – bestaande – woonblokjes en een hoge schijf, de rudimentaire aanzet voor de latere Piramides daarachter: dat was zijn bescheiden bijdrage aan een competitie van stadsdeel Westerpark waaraan hij voor de eeuwwisseling verzocht werd mee te doen. Zevenduizend euro kreeg hij er al met al voor, terwijl zijn concurrenten met maquettes kwamen aanzeulen die het viervoudige hadden gekost.

    Landtong

    Om te begrijpen waarom zo’n aandacht vragend gebouw uitgerekend op die plek in Amsterdam-West belandde, is kennis van de locatie een vereiste. De architect Sier van Rijn ontwierp op een soort landtong niet onverdienstelijke sociale woningbouw in de jaren tachtig. Aan de kant van de Jan van Galenstraat stond een sporthal met noodschool. Ten noorden van de straat liggen de Grote Markthallen, in feite een enclave in de stad waar iedereen die niets met groente of vlees te maken heeft, niet komt. Twee waterwegen, waarvan de meest oostelijke de Kostverlorenvaart, nemen de ‘Amsterdamse Hallen’ in de tang. Dat handelaren niet zo gewillig zijn deze strategische positie op te geven, komt door de makkelijke verbinding over water tussen het bevoorradingscentrum bij Aalsmeer en de markthallen in Amsterdam. De toekomst zal het leren of dit Foodplaza ooit zal uitgroeien tot een stadswijk, als de markthallen buiten de ring worden verplaatst, bijvoorbeeld vanwege stof en geluidsoverlast. In dat geval zullen nu gestremde wegen Amsterdam-Centrum met de westkant verbinden. Soeters legde dit plan tien jaar geleden al voor aan de gemeente, maar het werd nog niet opgepakt. Als dat gebeurt, dan zullen sommige gebouwen op Foodplaza bakens van een nieuwe woonwijk kunnen worden. De Piramides lijken een voorschot te nemen op de toekomstige stedenbouwkundige ontwikkelingen.

    Niet dat de buurt overliep van enthousiasme. Soeters maakte inspraakvergaderingen mee waarin bewoners aan de overzijde van de vaart hun bezorgdheid ventileerden over de schaduw die hoogbouw rondom zeven uur ’s avonds op sommige balkons zou werpen. Het was een van de factoren die vertraging in de hand heeft gewerkt. En dat terwijl een hoog gebouw op de kop van een woonwijkje op dat curieuze eiland zou kunnen werken als het spreekwoordelijke toefje op de taart.

    Voordat Soeters betrokken raakte bij De Piramides, werd hij gevraagd een nieuwe scholengemeenschap te ontwerpen voor een hoofdzakelijk niet-Nederlandse populatie. Aanvankelijk mokte de buurt, bevreesd voor lawaaierige hangjongeren, nu is men er tevreden mee. Het komt onder meer door werd het opmerkelijk concept en uitvoering van het Marcanti-college: het exterieur bestaat uit een geribde haakvormige aluminium gevel, de binnenkant is in de woorden van Soeters een vriendelijk soort gevangenis. Via detectiepoorten betreden de scholieren een atrium dat vanuit een centrale post door een conciërge ‘bewaakt’ kan worden. Grimmig uitgangspunt misschien, maar effectief: het concept lijkt volgens Soeters voor herhaling vatbaar.

    Marcanticollege

    De Piramides kunnen niet worden losgezien van het Marcanticollege. Om te beginnen is het plein voor De Piramides de hang-out voor de scholieren, bevorderd door luie trappen aan de zuidkant van het plein, daarnaast hellingbanen waarop de jongeren vrijuit kunnen skaten en een trampoline waarop tijdens de middagpauze naar hartelust gesprongen wordt. Het plein voor De Piramides is zoals pubers dat zich vermoedelijk wensen, een toneel van kijken en bekeken worden, versieren en versierd worden, rust en reuring, dynamiek en verveling. Een hormonaal plein, met andere woorden. Dat wordt gecompleteerd door gemetselde schoorsteenpijpen die de ontluchting van de onder gelegen parkeergarage camoufleren en die het plein omkaderen. Hoewel die pijpen een industrieel verleden suggereren, zijn ze illusoir. Ook zij passen net als de uitvergrote trapgevels in de referentie naar het verleden die Soeters graag maakt: hij neemt je als het ware mee op reis door de greatest hits van de Nederlandse bouwgeschiedenis.
    In dat opzicht sluiten De Piramides aan bij Soeters’ queeste naar hergebruik van architectonische archetypes: het groene Zaanse huisje laat hij uitvergroten in het nieuwe centrum van Zaanstad (een megahuis moet de toekomstige trouwzaal worden), zoals hiervoor het kasteel zijn inspiratiebron was voor Haverley bij ’s-Hertogenbosch. Waarom iets nieuws uitvinden, als er al een zo’n rijke schat bestaat waaruit je kunt putten, lijkt zijn devies.

    Nog steeds houdt hij een adagium aan van zijn Amerikaanse voorbeeld, Morris Lapidus, die de consument ter wille wilde zijn door hem drie ijshoorntjes te bieden in plaats van een. Give them three cones in stead of one. Niet minder is meer, maar meer is meer.

    Zo is het ook met De Piramides. Uitvergroot, too much, oversized staan ze, geheel conform Soeters’ gedachtegoed in een betrekkelijk anoniem overgangsgebied tussen het centrum en de periferie. Dat is ongetwijfeld een van de sterkste aspecten van de architectuur van Soeters: dat hij non-descripte gebieden een accent geeft. Laat hem zijn gang gaan in het saaiste dorp van Nederland, Nootdorp, en er rolt een winkelcentrum als een kermisattractie uit voort. Geef hem de twee mislukte centra van Zaandam en Nijmegen en zie daar: de burgers wentelen zich in vreugde over zoveel herkenbare invullingen, over een straat die een straat mag zijn, over een herontdekt plein. Als hij zijn pda opent, rollen de liefdeloos behandelde plekken van Nederland over het scherm: Hoogeveen, Amsterdam-Noord, Heerenveen (maar ook een oud havengebied in Kopenhagen), zij allen wensen door het figuratieve toverstafje tot leven te worden gewekt.

    Privacy

    Natuurlijk kun je over De Piramides zuinig zijn, over het gebrek aan privacy op sommige plekken, maar in een gesloten bouwblok heb je ook last van inkijk in Amsterdam, riposteert Soeters? Of neem de Franse balkons aan de zuidgevel met hun witte ijzeren balustrades, die goedkoop aandoen. Maar glas wilde de architect niet, omdat dat het gebouw vanaf de zijkant gezien tot een monoliet zou maken. De witte kleur voor de kozijnen en balustrades is trouwens ook een bewuste keuze: die draagt bij aan het contrast met de gemetselde gevel. Een zwart kozijn, legt Soeters uit, maakt een raam ’s avonds blind, letterlijk een zwart gat. En de Franse en uitstekende balkons zijn bedoeld voor appartementen die niet zoals die aan de zijkant over een loggia kunnen beschikken. Er is nu eenmaal verschil in zo’n bont complex.
    Maar Soeters als een Moeder Teresa voor onbeholpen regio’s en stadswijken? Ja, die eer komt hem toe.