•  
    • Een volle zaal in Selexyz Almere
    • Het kwartet gepresenteerd

    Wie Almere zegt, zegt Teun Koolhaas. Wie Koolhaas zegt, zegt Almere. Zo verbonden zijn de architect en de nieuwste stad van Nederland met elkaar. Zoals U weet is Koolhaas vorige week overleden, zijn schepping verweesd achterlatend. Tot op het laatst heeft hij zich nog ingezet voor Almere, in dit geval in de nieuwste uitbreiding van de stad, Almere Pampus en de ligging van Almere aan het IJmeer. Daarmee zou Almere weer een kleine buiging richting de donorstad Amsterdam maken, en zou er misschien in de toekomst een gedroomde metropool rondom het IJmeer kunnen ontstaan met blauwe en groene componenten. Een nat hart, een nat Central Park als het ware tussen allerlei woonwijken in. Teun zal het niet meer meemaken, de vraag is of wij het allen hier zullen beleven, omdat dit het grote plan voor deze eeuw is en een proces van lange adem.
    Ik wil Koolhaas bij de presentatie van dit nieuwe kwartet even speciaal belichten, omdat hij een rode draad heeft geweven in de geschiedenis van Almere. Hij heeft het als architect aangedurfd aan de stad te gaan bouwen toen velen nog meesmuilend deden over de slaapstad in de polder. Hij was begin jaren zeventig al verantwoordelijk voor de inrichting van wat toen nog Zuidelijk Flevoland heette toen hij verbonden was aan de Rijksdienst voor de Ijsselmeerpolders. Hij stond daarmee aan de wieg van de nieuwe nederzettingen, en je zou zelfs kunnen zeggen dat hij de sterke strategische positie van Almere heeft bevorderd. Afgedwongen. Want begin jaren zeventig gingen planologen er nog vanuit dat juist Lelystad de hoofdkern zou worden van het latere Flevoland. De geschiedenis is anders verlopen. Almere bleek, zo toonde Koolhaas met zijn ontwerpen aan, zo’n schatkamer van mogelijkheden dat hier de nieuwste vormen van stedenbouw en architectuur tot bloei moesten komen. En natuurlijk ook: een stad waarin vooral gezinnen op een aangename manier konden wonen. Ruim, groen, afwisselend en centraal gelegen, bijna in het hart van Nederland.
    In 1985 vestigde Koolhaas zijn bureau hier, ook al bijzonder omdat niet zoveel architecten dat deden. Ze werden ingevlogen of kwamen aangereden over de Hollandse Brug – niemand settelde er zich. Vreemd want er was en is van meet af aan hier veel werk te doen. Dit is niet alleen de schatkamer maar ook het werkveld voor architecten en planologen. Koolhaas bouwde en ontwierp. Woningen in de Wessel Ilckenstraat in de Muziekwijk, onderdeel van de eerste Bouwrai van 1990, en niet te vergeten zijn prachtige woonhuis Polderblik in het architectonisch laboratorium de Realiteit, Polderblik. Ik heb er vorig jaar tijdens het juryberaad voor de architectuurprijs van Almere weer eens voor gestaan en kunnen vaststellen dat het na twintig jaar nog steeds een sterk idee en ontwerp is. Een huis dat zich letterlijk boven het maaiveld verheft en zo prachtig kan uitkijken over de Noorderplassen en het weidse landschap. Hiermee heeft Koolhaas een Dutch Mountain geschapen.
    Tegenover die andere Dutch Mountain, de Citadel van zijn neef Rem Koolhaas, stond hij daarentegen ambivalent. Dat verhoogde centrum met zijn oplopende straten betekende naar zijn smaak een breuk met de structuur van Almere, het was een te grote stap vooruit.
    Je zou kunnen zeggen dat geen kwartet in Almere denkbaar is zonder Teun Koolhaas, of misschien moet je zelfs zeggen dat de uitgave van een kwartet alleen mogelijk is dank zij hem. In het nieuwste kwartet mag zijn naam niet ontbreken en dat is dus gelukkig ook niet het geval. Als we het spel gaan spelen en vragen ‘Mag Ik van jou van de woonexperimenten de meerfasewoning’, dan krijg je als het goed is een echte Koolhaas aangereikt, dat blok woningen uit 1990 in de Muziekwijk, waar een trappenhuis aan de buitenkant is bevestigd, zodat de pubers ongezien naar boven kunnen ontsnappen, en, later, als het gezin uit elkaar valt, de woning in twee segmenten kan worden onderverdeeld. Opvallend is de aluminium beplating die aan de gevel is geschroefd, na 17 jaar nog steeds niet verouderd.
    Bestaat er ook een recentere Koolhaas? Ja. Het Leerlinghof uit het hoofdstuk Wonen in het Centrum dat in 1999 is opgeleverd. Marjon Mors van TKA ontwierp het blok dat als een rustige enclave in het centrum ligt, met sympathieke balkons en tuintjes, precies zoals je het hier zou verwachten. Eigenlijk is dit een pikante kaart in het kwartet. Want de woningen aan de Leerlinghof kwamen in de plaats van de Schipperkade en de Brouwersstraat die ten behoeve van het nieuwe centrum werden aangebroken. Twee Koolhazen hebben dus het centrum op hun eigen manier ingevuld, waarbij Teun ook nog eens zijn eigen geschiedenis met Almere overnieuw heeft gedaan.

    Kwartetten met Almere. Toen ik gevraagd werd om hierbij stil te staan, moest ik denken aan mijn eerste kwartet dat ik als jongetje kocht. Dat was nota bene al een soort architectuurkwartet was, lang voordat ik me bewust op de discipline concentreerde. Het was een landen en stedenkwartet, met de meest bijzondere iconen van een land. In Spanje bijvoorbeeld het Alhambra van Granada, El Escorial in Sevilla, het koninklijk paleis bij Madrid en een burcht in Avila. Het mooie aan dat kwartet was dat het tot de verbeelding sprak omdat het bekende bouwwerken combineerde met onbekende, in een tijd dat het nog helemaal niet gebruikelijk was door heel Europa te reizen. Zo bleef je al spelend dromen van Cambridge en Neurenberg en van Chartres en Orebro
    Eigenlijk beantwoordt dit tweede kwartet van Almere ook aan dat doel. Je reist mee door de stad, geholpen door een kaart die eraan is toegevoegd, zonder dat je alle gebouwen en woningen kent. Een paar zijn bekend omdat er al veel over is gepubliceerd, zoals de Rode Donders van Liesbeth van de Pol, maar veel is nieuw en verrassend. Zo wordt als het ware een puzzel van Almere gelegd waarin alle aspecten van de stad in beeld komen, de bewonersinitiatieven, de woonzorgcomplexen maar ook de hoogbouw. Net als mijn oude steden/ en landenkwartet heeft een Almeers kwartet iconen nodig. Dat zijn die Rode Donders omdat ze als graansilo´s in het polderland staan, maar dat geldt ook voor de woontorens van Frits van Dongen aan het Weerwater onder het hoofdstuk Hoogbouw. Die torens zijn inderdaad bepalend geworden voor de skyline, ze geven aan waar het centrum is, dat bijna dertig jaar een verborgen geheim was.
    Veelzijdig is het woord dat opkomt, een teken dat Almere volwassen is geworden. En welke stad in Nederland kan het nu maken een kwartet over zijn architectonische rijkdom samen te stellen? Dat kan alleen hier, omdat er zoveel en zo veel verschillend wordt gebouwd.

    Zoals gezegd is dit het tweede kwartet dat wordt uitgebracht. Het eerste spitste zich meer toe op de bijzondere buurten van Almere zoals de Regenboogbuurt en de Filmwijk. Het nieuwe kwartet gaat in op allerlei woonvormen en draagt als titel Buitengewoon Almere van Bivak tot Buitenplaats. Opvallend is dat in dat kader ook plaats is voor persoonlijke, niet/architectonische initiatieven, zoals een woonschip, een volkstuinhuisje of een opvallende gevelversiering. Het kwartet laat daarmee zien dat Almere eigenlijk niet zozeer buitengewoon is, als wel heel gewoon, te vergelijken met een Schilderswijk in Den Haag of de Jordaan in Amsterdam. Want waar je wel eens voor vreest, zelfs als architectuurcriticus, is dat de stad dreigde uit te groeien tot een esthetisch bedevaartsoord, lekkerbekkend bezocht door architectuurstudenten maar minder in trek bij ´de gewone Nederlander´, zal ik maar zeggen. Dat zou ook slecht passen bij de slogan van de gemeente die vindt dat er alles moet kunnen.
    ´Van bivak tot buitenplaats´ beschrijft de geschiedenis van Almere en die is ouder dan menigeen denkt. Zo komen we te weten, hoe hier in de midden/steentijd al een kampement werd opgeslagen, zoals archeologen hebben vastgesteld. Ze lieten op de plaats van het Homeruskwartier visnetten achter, resten van houtvuren en andere bewijzen van bewoning uit 8000 jaar voor Chr. Leuk om dat te weten bij de gedachte dat wethouder Duyvesteijn op deze plaats wild stedelijk wonen wil ontwikkelen. Daar ontstaat dus een nieuw kampement. Bij bivak horen natuurlijk ook de eerste acht houten woningen in Haven, die op 1 december 1975 werden neergezet op een barre zanderige vlakte. Zo streken de pioniers neer in de polder. Niemand hoeft meer een poging te doen dat terug te vinden want als een deel van de polynucleaire stad is overwoekerd door groen, is het wel Haven.
    Toch moet ik ook een kritische kanttekening plaatsen bij het kwartet. Wonen, denk je, dat is een beetje het cliché van Almere. Iets anders wordt er niet gedaan. Is en blijft het dan toch vooral een slaapstad of de bezadigde plek waar kinderen het best kunnen opgroeien, omdat het zo´n onbezorgde omgeving biedt:? Wordt er niet gewerkt, uitgegaan of gesport? Je zou bij zo´n kwartet toch ook graag de nieuwe schouwburg terugvinden, de bioscoop van OMA of de Kemphaan waar je goed en in een beeldschone omgeving kunt eten, of het natuureducatiecentrum daar vlakbij, allemaal schitterende architectonische voorbeelden. Het nieuwe stadion van Omniworld of het bedrijvencomplex van Present, het had allemaal niet misstaan in het nieuwe kwartet.Iets meer gekkigheid was misschien ook op zijn plaats geweest, een apart hoofdstuk mislukkingen bijvoorbeeld, met daarin Het Kasteel van Almere.
    En als het dan toch over wonen moet gaan, dan miste ik ook de villa´s van Jan des Bouvrie voor Era, de schitterende veranda/woningen van Onix in Buiten of voor mijn part het dubbele huis van burgemeester Jorritsma met haar eigen waterpompinstallatie in Overgooi. Iets meer van die individuele overdaad was best een eigen lemma waard geweest, omdat het laat zien dat Almere al lang niet meer synoniem is met sociale woningbouw, met de overloop van Amsterdam… het is een stad met een eigen karakter en al een eigen geschiedenis. Waar in 32 jaar tijd al een generatie is opgegroeid die niets meer met Amsterdam te maken heeft.
    Het vorige kwartet is al weer een kleine tien jaar oud, Almere is nu dus 32 jaar oud. Wat voor conclusie kun je daaruit trekken. Talloze malen heb ik de stad de afgelopen jaren bezocht en telkens kom je tot de vreemde gewaarwording dat Almere niet bestaat. Het is wel veelzijdig maar niet eenduidig, het heeft vele gezichten maar niet een gezicht, het is overzichtelijk en tegelijk helemaal niet. En dat is in de loop van de tijd alleen maar sterker geworden. Ik kan me voorstellen dat iemand die woont in De Fantasie totaal geen beeld heeft van hoe het eruit ziet in Tussen de Vaarten en omgekeerd dat iemand uit Buiten nog niet bekend is met het restaurant Bakboord in Haven.
    Als je reist door Almere stuit je steeds op verrassingen - vaak is dat een nieuwe woonwijk waardoor je moet omrijden, maar soms zijn het ook onbekende oevers, mysterieuze landjes, een stukje strand, een moderne villa in het groen of een binnentuin bovenop de Citadel waar je gewoonlijk niet komt als je geen sleutel hebt. Of op die Citadel een kamer in een woontoren met een weergaloos uitzicht over het Weerwater en het nieuwe centrum. Ik heb ook al eens op een steiger aan de Noorderplassen gestaan waarbij ik de indruk kreeg dat ik in Vinkeveen was, zo volgroeid en herkenbaar is de stad inmiddels geworden. De tegenstelling nieuw en oud land lijkt bijna te zijn opgelost met de verdwijning van de koolzaadvelden in wat nu Almere Poort gaat worden.
    Het kwartet is een fraai middel als reisgids, als assistent bij het dagdromen en bedoeld om een brug te slaan tussen al die uiteenlopende stadsdelen / zoals dat ooit is bedacht door onder meer Brans Stassen, stedenbouwkundige, hier vandaag aanwezig. Zoals mijn oude landenkwartet me hielp een beeld te vormen van Europa / en de veelzijdigheid daarvan / zo is dit kwartet waarschijnlijk het beste spel dat Almeerders onder en met elkaar moeten spelen om de stad te kunnen snappen. In die zin kan het bijdragen aan een soort integratie en synergie in de stad want nu weet je dat er niet alleen in Almere Hout iets moois heeft kunnen ontstaan maar ook in de Faunabuurt van Almere Buiten. Ik stel voor dat er ook nog eens een kwartet komt van alle newtowns van Nederland, behalve Almere, Zoetermeer, Nieuwegein, Heerhugowaard en Amersfoort-Vathorst. Dan kan ik de vraag stellen, mag ik van Almere van de vier hoogtepunten…..ah en dan wilt U nu weten welke dat zijn…..