Mijn nachten in de Bijlmer (2)
Hoe Zuidoost een beetje braaf begint te worden
05-10-2007 / artikelen
05-10-2007 / artikelen
Mijn nachten in de Bijlmer
Ben ik op weg naar mijn eerste Nigeriaanse dansavond in Nederland, ligt er ter hoogte van Florijn een kermende man op het fietspad. Vier kinderen uit een slaapkamerraam roepen me toe dat hij hulp nodig heeft, als slachtoffer van een vechtpartij. Geen gsm bij me, geen mens op straat te bekennen. Het gekreun houdt aan. Gelukkig schuift er een ander slaapkamerraam open dat een hindoestaanse familie in beeld brengt. Terwijl ik de veel te kleine mountainbike wegtrek van de voet van het slachtoffer, belt de vrouw kordaat 112. Als ik het blikje bier naast de man en zijn besmeurde kleding zie, weet ik zeker dat ik kan doorfietsen. Dit is werk voor professionals. De gevloerde man is overigens de enige desperado die ik een kleine week tegenkom in een stadsdeel dat schoon en veilig overkomt.
Heeft Zuidoost een uitgaansleven en zo ja waar is het dan? Vanuit een woning in de flat Gravenstein klinkt op vrijdagavond aanstekelijke swing die over de hele G-buurt schalt. Zo is er meer vertier, maar vooral binnenshuis. Het Nigeriaanse dansfeest blijkt te concurreren met een salsa-avond op de eerste verdieping van Het Vervolg. Wil ik Latijns-Amerikaans of Afrikaans? Het laatste natuurlijk, want daarvoor ben je in Zuidoost. Via een detectiepoortje betreed ik de ruimte. Jammer dat U geen vrouw bent, zegt het meisje bij de entree, dan had U gratis mogen binnenkomen. Nu kost het U tien euro. Ik wil wel een paar borsten ombinden, antwoord ik. Schaterende reactie. Binnen blijkt de reden van die voorkeursbehandeling. Het tekort aan vrouwen is levensgroot, wat echter meer stoort, is de duistere atmosfeer. Beetje lullig om te zeggen, maar met een zwart publiek lijken schijnwerpers onontbeerlijk. Nu valt er geen gezicht laat staan gelaatsuitdrukking waar te nemen.
Waar is een kroeg in een stadsdeel van 80 duizend inwoners, waar een coffeeshop en waar kun je voortreffelijk roti eten? Kruidige geuren waaien over het grasveld bij Kikkenstein, de marktkramen liggen vol getast met cassave en kip, dus de verwachtingen zijn hooggespannen, maar als ik een Surinaamse jongeman vraag naar de beste roti in town, verwijst hij me naar de Eerste van Swindenstraat. Dat is toch geen Bijlmer? Een ander beveelt een eetcafé aan in een uithoek van Kraaiennest, waar de sloop nog moet beginnen. Als we ervoor staan en door twijfel bevangen worden, vermoedelijk door het aftandse interieur, geeft het commentaar van een passant de doorslag. Niet vers genoeg. Alternatief is de prima Surinamer in de Amsterdamse Poort, maar die sluit om 9 uur. De restaurantjes, hoor ik later, zitten verborgen in afbraakflats. Zijn waarschijnlijk al weer gesloten of verkast. Verder eten de Surinamers en Ghanezen bij elkaar het bewijs wordt geleverd als een kooklucht me op een ochtend wekt.
Het is doodsstil in Zuidoost, s nachts. Glazen liften langs het gerenoveerde Kikkenstein voeren geluidloos bewoners af en aan, straten en plantsoenen zijn uitgestorven. Maar ook overdag is Zuidoost een slaapstad. Komt door de ploegendiensten, verklaart een vriendin, die ooit een Ghanese vriend had.Men werkt of men slaapt. Nergens zoveel gesloten gordijnen of plakplastic voor de ramen gezien als hier. Die betrekkelijke saaiheid wordt in de hand gewerkt doordat het amusement aan de westkant ligt, waar geen mens woont. Wie een week lang in Zuidoost verblijft, verbaast zich eens te meer over de planologische missers. Dat uitgaansgebied kwam te laat en op de verkeerde, decentrale plek. De nieuwe rijtjeswoningen schijnen weliswaar een sociale aanwinst, maar zijn aan de brave kant. Huisje, tuintje, gamma-schutting, geen graffiti, nauwelijks troep. Het opzienbarendst is een blok woningen met een aluminium gevel waarin ronde lijnen zijn gekrast. Eigenlijk ga je de robuuste honingraatflats nu extra waarderen, zo typerend waren en zijn ze voor de Bijlmermeer.
Nieuw Gerenstein waarin ik overnacht, is een merkwaardige mengvorm van galerijflat, binnenstraten met vides en rijtjeshuizen. Mijn maisonette kijkt uit op die lage sociale huurwoningen die door een hekwerk is gescheiden van een strak vormgegeven binnentuin. Die tuin loopt ook nog eens dood op een blinde witte muur. Hier moet groen dringend uitkomst bieden.
In Klein Kempering werkt mijnheer Singh aan zijn nieuwe woning. De aannemer was zo onverstandig een keukenblokje halverwege de woonkamer te plaatsen. Wie de hele dag door kookt, wenst een gesloten keuken. Singh, een Almeerse spijtoptant en gelukkig dat hij terugkon naar zijn Bijlmer, gaat een stap verder. Het wordt, heel eigentijds, een kookeiland, symbool van een gevarieerde Bijlmer wellicht.
Op het Nigeriaanse dansfeest stromen de vrouwen nu binnen, op gouden hakken of plateauzolen. Maar de duisternis belemmert contacten. Ik stap op. Waren de dames niet mooi genoeg, informeert de portier? Blijf nog tot half vijf. Toch maar niet. Tien meter verderop klampt een jongeman me aan voor 20 eurocent. Of heeft U een euro? Als ik in mijn broekzak graai, stijgt de prijs. Nee, doe maar twee euro. Mag het ook vijf zijn? Hij weet kennelijk dat alleen vrouwen gratis naar binnen mogen.