•  

    Een van de grootste ergernissen van de stadsbouwmeester van Almere is dat de busbaan langs allerlei achterkanten voert. De schaduwzijde van de stad dus – nee dat is niet het prettigste uitzicht voor een busreiziger. Een paar geleden stapte ik uit in zo’n niemandsland, op zoek naar een specialist in geëmailleerde nummerbordjes. Ooit was dat een florerende onderneming, beroemd geworden door grote reclameborden op gevels, nu was het bedrijf teruggebracht tot en in een veredelde garagebox. Het moet voor de nieuwe eigenaar even slikken zijn geweest, want niet alleen had zijn nering veel glans verloren, de omgeving was die al veel eerder kwijtgeraakt. De producent van geëmailleerde bordjes was omringd door inzamelaars van oud papier, een koelkast-recyclingbedrijf, een archiefvernietiging en enkele opslagloodsen.
    We mogen ons vanaf de snelweg blind staren op stralende zichtlocaties, het gros van bedrijfsterreinen ziet er volgens mij uit zoals dat terrein in Almere, de Steiger. Hoe een nieuwe stad zo ongegeneerd kan afbladderen.
    Ik stel me voor hoe de werknemers in De Steiger hun (lunch)pauzes doorbrengen. Niet in een nabijgelegen kroeg, snackbar of restaurant, want die zijn er niet, dus met het boterhamtrommeltje op een formicatafel. Thermoskan. Uitzicht op rolluikdeuren, muren van kalkzandsteen en schaamgroen. Het kan niet anders of het personeelsverloop moet groot zijn, want hoe houd je het er langer dan een jaar uit in zo’n troosteloze omgeving?
    Een kilometer verderop is de vooruitgang waarneembaar in het bedrijvenpark de Gooise Kant waar robuuste gebouwen baden in plantsoenen, met hier en daar een vijver, omzoomd door bamboe en ruisend riet. Hier hebben zich bedrijven gevestigd waar het management een cursus image branding heeft gevolgd. Het kantoor straalt uit wie je bent of wilt zijn. Dat begint al met de entree en de receptie, het visitekaartje van de onderneming. Daarachter mag zich een slaapverwekkend cellenkantoor bevinden, de hal geeft daarvan niets prijs. Wat doet het personeel in de pauze? Ook zij hoeven zich niet buiten te begeven want ook hier ontbreekt de horeca – geen nood, elk bedrijf heeft zijn eigen restaurant. Zo kom je wel in contact met je eigen collega’s maar zit je even zo goed opgesloten in je eigen gedesignede kantoorgebouw.
    Steiger of Gooise Kant – het maakt niet uit – zijn symbolen van een nieuwe tweedeling in Nederland, tussen vuile en schone, arme en rijke, blauwe boorden- en witte boorden-bedrijven. Een distributeur die zich wilde vestigen op het paradepaardje van de Nederlandse bedrijvenparken, Papendorp in Utrecht, kreeg te horen dat hij daarvoor op een ander terrein moest zijn. Tussen soortgelijken a.u.b. Het chique ICT-terrein heeft trouwens ook een keerzijde: omdat bezoekers hun auto’s nergens in het park kunnen parkeren, zoeken ze de berm of de stoeprand maar op en moeten vervolgens zonder behoorlijk trottoir naar de luisterrijke hoofdingang lopen. Vergeleken daarmee hebben de werknemers op de Steiger het misschien zo slecht nog niet – de busbaan stopt bij de voordeur, pardon de achterdeur.