De binnenstad als shopping mall
We vervelen ons te pletter in de buitenwijken en vluchten dus naar de oude stad
03-05-2007 / artikelen
03-05-2007 / artikelen
Leisure, het verzamelbegrip voor vrijetijdsontspanning, is in rap tempo bezig een belangrijke economische factor te worden in Nederland. Op het platteland heeft recreatie de agrarische industrie al verdrongen als belangrijkste bron van inkomsten tegenover het aantal boerderijen dat dagelijks ophoudt te boeren staan boerderijen die dienst doen als kinderdagverblijf, als bed and breakfast, als beautyfarm en zelfs als hospice (een aangename en waardige plek om dood te gaan). Bij het ministerie van Landbouw hebben deskundigen de agrarische sector al voorgespiegeld dat ze het boerenland en de hoeven meer moeten openstellen om de rustzoekende stedelingen te kunnen ontvangen, willen ze verzekerd zijn van hun voortbestaan. Want nog te vaak wordt het platteland geassocieerd met gesloten varkenshouderijen en silos, terwijl het aantal koeien in het weiland gestaag afneemt, omdat het weiden te kostbaar is.
Het boerderijgenot is een uitbreiding van het toch al grote containerbegrip leisure. Dat omvat verder vooral stedelijk vermaak, uitgaan naar een theater of concertzaal, shoppen, sporten of gewoon rondhangen op een terras. Gij zult genieten, is het gebod aan de hedendaagse consument, alle dagen van de week en dus ook op zondag. Hoezeer Nederland in korte tijd een calvinistisch juk van zich heeft afgeschud, bewijzen de culinaire recensies in dag- en maandbladen en het binnenhalen van Michelinsterren door restaurants. Eten, ooit een sluitpost in de Nederlandse cultuur, is uitgegroeid tot een kernactiviteit, ook al is dat misschien meestal nog weggelegd voor een elite.
Veel steden hebben bovendien ingezien dat ze dankzij hun historische kern bezoekers kunnen binnenhalen die vervolgens ook geld uitgeven om die reden zijn bestaande kernwinkelgebieden in binnensteden de afgelopen jaren vernieuwd en uitgebreid, van de inmiddels beroemde en veel bekroonde Marikenstraat in Nijmegen tot de Barones in Breda, van Entre Deux in Maastricht tot de Haagse Bluf in Den Haag.
Nederland is een buitenbeentje als het gaat om shoppen, constateert Hans van Tellingen van het onderzoeksbureau Strabo dat het winkelgedrag van de consument onder de loep heeft genomen. In tegenstelling tot het voltallige buitenland komt de shopping mall buiten de stadscentra niet voor, doodeenvoudig omdat bestemmingsplannen dat verhinderen. Men wil geen concurrentie met de oude binnenstad, is een belangrijk argument en men wil het buitengebied ongerept houden. Een hele dag winkelen in combinatie met een pretpark, cinema, sportvoorzieningen, restaurants en lunchrooms, zoals dat gebruikelijk is in Frankrijk en Engeland, is dan ook een onbekend fenomeen. Voor fun zoekt de Nederlander de binnenstad op.
De Nederlandse consument beschrijft Van Tellingen als een grijze mus, als behoudend, zeker in vergelijking tot de Middellandse Zee-bevolking die veel meer prijs stelt op kwaliteit, kleur en afwisseling. Terwijl experts klagen over de dominantie van ketens in de winkelgebieden, vindt de doorsnee consument dat aanbod helemaal niet bezwaarlijk. Die haalt een zucht van verlichting als hij in een vreemde plaats een Blokker, Hema of Kruidvat tegenkomt. Dit verklaart waarom prestigieuze winkelstraten met haute couture of gespecialiseerde ondernemingen op de vingers van een hand zijn te tellen. Familie Doorsnee winkelt met als belangrijkste voorwaarde dat men de auto goed kan parkeren. Parkeren, parkeren en nog eens parkeren, dat garandeert een succes voor het winkelcentrum (dat wil zeggen voor een planmatig opgezet winkelcentrum, waar je snel even boodschappen gaat doen; ten aanzien van de binnensteden geldt dat men dat echt als een dagje uit ziet, waardoor men wel parkeerproblemen voor lief neemt). Meegenomen is dat een winkelgebied naar buiten is gekeerd, omdat dat de attentiewaarde vergroot. Dat wil niet zeggen dat de passage passé is het zou een mooie kop boven een artikel zijn, maar realiteit is dat niet, vindt Van Tellingen. Toch is er wel een tendens om half open winkelgebieden in te richten waarvan de Beurspassage (oftewel: de Koopgoot) in Rotterdam en de Marikenstraat in Nijmegen goede voorbeelden zijn. Anderzijds laten de Klanderij in Enschede en de Kalvertoren in Amsterdam zien, dat de moderne passage niet hoeft te somberen, mits ze ruim, hoog en licht zijn ingericht. In beide gevallen zijn trouwens winkels gecombineerd met woningen de laatste op een tweede laag rondom een met sedum bedekt binnendek.
Zijn architectuur, stedenbouw en omgeving van belang voor de consument? Opnieuw is de uitslag van het Strabo-onderzoek lichtelijk teleurstellend. Doorslaggevend is de omgeving niet. Kennelijk dwaalt men met oogkleppen op langs winkelpuien vol aanbiedingen zonder op de gevels zelf te letten.
Tot het beste nieuwe winkelcentrum van 2006 is door de Nederlandse Raad van Winkelcentra het centrumgebied van Etten-Leur in Noord-Brabant (en dus ook Statenplein, zie hieronder) uitgeroepen. Daarbij is een geslaagde architectuur een van de critera. Eerder vielen Carnisse Veste in Barendrecht en Villa Arena in Amsterdam-Zuidoost in de prijzen.
Speelt baksteen een rol in het funshoppen? Afgaande op de winnende centra is dat zeker het geval. Het Statenplein in Dordrecht is een in klassieke inkt gedoopt ensemble, met de handtekening van Charles Vandenhove. De felrode steen is een breuk met de betonarchitectuur uit de jaren zestig die daar eerder op de plek de Dordtse binnenstad lang heeft getekend. Etten-Leur, ontwikkeld door Johan Matser, is ontworpen door het Britse bureau Chapman Taylor en Partners: een ambitieuze onderneming voor een betrekkelijk kleine plaats als Etten-Leur, want er werd een doorgaande weg voor omgelegd (nee, nee, volgorde was anders: eerst werd d eweg omgelegd, toen kwam er een nieuwe winkelcentrum). De gemêleerde steen past bij de vriendelijke wat dorpse Brabantse sfeer van het centrum.
Dat de baksteen architectuur voor de hand liggend is in de binnenstad, komt natuurlijk door die binnenstad zelf. Daar regeert nu eenmaal het metselwerk. Villa Arena en de Citadel van Almere kunnen dan ook in afwijkende materialen en architectuur zijn opgebouwd omdat ze als meteorieten in nieuwe omgevingen zijn neergelaten. Elders is baksteen het geëigende materiaal om de consument hetzelfde vertrouwde gevoel te bezorgen zoals de alomtegenwoordige Hema. Voor het nieuwe centrum van Nijverdal/Hellendoorn (ontwerp Saanen en Knoups uit Budel) gebruikt ontwikkelaar Johan Matser de term een warme uitstraling die aansluit bij de oude kern en het industriële verleden van Nijverdal. Hoewel het Henri Dunantplein nog gebouwd moet worden, laten de artists impressions verspringende gevels zien in verschillende kleuren steen, galerijen en inspringende balkons met een omsloten binnentuin in het midden. Het is een inmiddels beproefd concept in de nieuwe winkelgebieden, de openbare straat gescheiden van het beschermde wonen bovenin. Saanen en Knoups lijken zich in de tussentijd te ontwikkelen tot echte shopping-designers: ze tekenden eerder voor De Pit in Helden-Panningen (Limburg), ook al zon centrum dat teert op oude waarden en nostalgische gevoelens, maar dan in een modern jasje.
Zoals de jaren dertig-woning door consumenten zeer begeerd is, zijn klaarblijkelijk ook de centra in historiserende stijl een must. Ze zijn een reactie op de nogal brute jaren zestig- en zeventig-blokken die als wezensvreemde elementen in oude steden zijn geland. Arnhem liet onlangs zon mastodont slopen, inpakken en vervangen toen de gemeente het succes van de concurrerende Marikenstraat in Nijmegen had gezien en zo is het Musiskwartier een harmonieus onderdeel van de promenade geworden. Het beton verliest het links en rechts van baksteen. Het recept dat Sjoerd Soeters (verantwoordelijk voor de Marikenstraat, de Parade in Nootdorp en de Dam van Zaandam) uitschreef berust dan ook op dwalen en dolen, waardoor shopping niet langer synoniem is met langs de puien schuiven. Er moet wat te beleven zijn. Wat er in de Vinex niet is, is in de binnenstad dringend gewenst: afleiding, ontspanning en dus fun. Je even in een andere, en toch vertrouwde wereld wanen. Daarom zijn pleintjes, arcades en terrassen noodzakelijke ingrediënten voor een geslaagd uitje in de binnenstad. In Breda werd een binnenplein opengeboord in het dichte middeleeuwse stratennetwerk, het Sas, dat grenst aan het populaire uitgaansplein de Havermarkt. Het metselwerk is wit geschilderd, de kozijnen en deurlijsten zijn van een grijze natuursteen, en het plaveisel bestaat uit grijze onregelmatig gelegde klinkers, zodat je het gevoel hebt niet in Breda maar in Maastricht te zijn. Rondom zijn exclusieve winkels gegroepeerd hier is kortom een oase geschapen voor de consument die zijn bekomst heeft van de franchiseketens. Volgens Van Tellingen van Strabo is dat echter een kleine, maar wel groeiende groep onder de shoppers. Het Bredase Sas is dus gedoemd een uitzondering te blijven.
Dat geldt ook voor een ambitieus plan om bij Geldermalsen in het hart van Nederland een nationaal leisure centrum te stichten, waar alles erop was gericht de verveling te verdrijven. En opnieuw luidde een van de tegenargumenten dat de bestaande stadscentra geen concurrentie mag worden aangedaan. Daarmee wijkt Nederland inderdaad af van een land als Frankrijk waar de oude stad te lijden heeft van shopping malls en outletcentra in het weiland, soms in combinatie met pretparken. De ironie wil dat de beste winkelcentra in Europa ontwikkeld worden door Nederlandse concerns, zoals ING, Multi Vastgoed en Bouwfonds. Daar krijgt het nieuwe uitgaan zijn kans, in Nederland houden we vast aan de regels van het Monopolyspel.