• Hoe Emmen de jaren zeventig herziet

    Voorbeeldwijken van vroeger vielen ten prooi aan verpaupering

    03-05-2007 / documenten

  •  

    Intro:
    In het begin van de jaren zeventig van de 20e eeuw waren de wijken Emmerhout en Angelslo ware bedevaartsoorden voor buitenlandse stedenbouwkundigen. Tot uit Japan stroomden geïnteresseerden toe om de rationele opzet van de nieuwbouwwijken te observeren. Die was geïnspireerd op de Finse mode in stedenbouw, waar het bosrijke landschap leading was voor de woningbouw. Angelslo, Emmerhout en het latere Bargeres waren de eerste wijken in Nederland met gescheiden verkeersstromen (fietsers apart van auto’s), met woningen badend in het groen en een riant winkelcentrum in het hart. Wijken, kortom, die ouders de kansen gaf in alle rust hun kinderen op te voeden, waarbij ze geholpen werden door de betaalbaarheid van de huizen. Tussen de wijken bestonden subtiele verschillen in milieu. Emmerhout was de wijk waar het middenkader (ambtenaren, onderwijzers) zich vestigde, terwijl de arbeiders en studenten terecht kwamen in Angelslo. Ademden Emmerhout en Angelslo met hun duidelijke structuur echt de geest van de jaren zestig, Bargeres is op en top jaren zeventig: ‘een bloemkoolwijk met veel biels als afscheiding’.
    De compositie van eengezinshuizen met platte daken, afgewisseld met middelhoogbouw en hoogbouw rondom het winkelcentrum Emmerhout, bleek echter twintig jaar later al aan te lopen tegen de houdbaarheidsdatum. Van de zorgvuldige ingerichte openbare ruimte was niet veel meer waar te nemen, jongeren begonnen weg te trekken uit de wijken en zo konden leegstand en verpaupering hun slag slaan. De Apolloflats in Emmerhout werden duiventillen voor starters en tijdelijke huurders – van sociale samenhang was steeds minder sprake. De maakbare samenleving begon scheurtjes op te lopen. Die scheuren openbaarden zich bijvoorbeeld in het winkelcentrum dat – kenmerkend voor de jaren zeventig – lager dan het maaiveld ligt. Hier, tussen het grintbeton en onder de passerelles, begonnen zich vervelende jongeren samen te klitten en ontstond een vervelende sfeer, vertelt Remco van Suchtelen de Hare, manager vastgoed bij de woningcorporatie Wooncom. Wilde Emmerhout een tweede leven beginnen, dan diende het hart weer gezond te zijn. Om die reden besloot Wooncom, die niet eens eigenaar is van het winkelcentrum, bij te dragen aan de verbetering van het complex door het voetgangersgebied op het maaiveld te leggen en de panden op te knappen. ‘Want een goed winkelcentrum straalt af op ons vastgoed.’
    In 1997 sloegen de partijen de handen ineen, toen duidelijk was geworden dat de leegstand zorgwekkend begon te worden maar ook dat de sociale structuur gaten ging vertonen. Emmen, toch al geplaagd door sluitende fabrieken (Danlon, Enka), zag de werkloosheid oplopen, sociaal zwakke groepen toestromen en het opleidingsniveau dalen. Wie had er nog iets te zoeken in de op een na grootste stad van het Noorden?
    1997 was ook het jaar dat de gemeente aankondigde nieuwe wijken te zullen gaan bouwen, zoals Parc Sandur en de Delftlanden aan de zuidkant van de stad. Als jullie dat gaan doen, waarschuwden de gezamenlijke woningcorporaties, weet je zeker dat de bestaande wijken eronder zullen lijden. De sterke groepen trekken weg, de leegstand laat zich niet langer bestrijden. Zo ontstond Emmen Revisited, een samenwerkingsverband van corporaties, Rabo Vastgoed, de gemeente en specialisten van het Nederlands Architectuur Instituut, dat een voor Nederland nieuwe koers uitstippelde: preventieve herstructurering. Emmen Revisited, de naam zegt het al, de parels van Emmen moesten opnieuw worden opgepoetst. Niet zozeer sloop als wel een ‘heroverweging’ van Emmerhout en Angelslo was het doel. Er werd een convenant getekend tussen de investerende partijen en met de wijkverenigingen. Het NAi adviseerde het concept van de wijken aan te houden, dat wil zeggen een stedenbouwkundig plan met een strak grid, laagbouw met platte daken in het groen en een concentratie van hoogbouw in het centrum. Alya Assen, sinds 2006 werkzaam bij Emmen Revisited, zetelt tussen de twee wijken in en beschrijft de – achterhaalde – situatie. ‘Vijf basisscholen kende de wijk; die gaan we nu bij elkaar groeperen aan de rand van het winkelcentrum in een brede school. Het winkelcentrum Emmerhout was ruim opgezet, te royaal, omdat de gemeente nog een uitbreiding aan de andere kant van de ringweg had gepland. Omdat die er nooit is gekomen, kunnen we met veel minder vierkante meter toe. Een compacter centrum dus. De leegstand werd in de jaren negentig echt een probleem; acht procent van de woningen stond leeg, een kwart van de bewoners verhuisde naar elders. Het aantal verschillende culturen dat naast elkaar woonde, groeide. Vijfendertig procent van de bewoners leefde bovendien van de bijstand.’ Van Suchtelen valt Assen bij door te zeggen: ‘Het ging bij Emmen Revisited niet alleen om stenen stapelen maar om een sociaal proces. Hoe haal je mensen uit de neerwaartse spiraal?’ En de bewoners waren ook toe aan een verandering, merkten ze. Ze namen waar hoe de wijk van kleur veranderde en verpauperde. Ooit waren Angelslo en Emmerhout stedenbouwkundige en sociale idealen. Assen: ‘Bewoners beschikten over waslijnen in het openbaar gebied. Het is ondenkbaar dat je daar nu nog je was op gaat hangen.’ Toch is de problematiek van Emmerhout oneindig minder complex dan in het Westen, meent Van Suchtelen. ‘Ik zou niet graag in de schoenen staan van de projectleiders in de tuinsteden. De conditie van de huizen, de omvang van de ingrepen, de samenstelling van de bevolking, dat is niet te vergelijken met Emmerhout.’

    Met Wil Rolink, projectontwikkelaar van Rabo Vastgoed, wandelen we over straten die nog niet zo lang geleden omzoomd werden met flats. Vijfhonderdtwintig portiekflats zijn er in Emmerhout gesloopt, het terrein rondom het winkelcentrum is maagdelijk. De flats maken plaats voor pergola- en verandawoningen die Rolink trots op een brochure laat zien. Geen wereldschokkende architectuur, maar dat wil de Drentenaar ook niet, weet Rolink, die zelf uit de streek afkomstig is. ‘Ze kijken de kat uit de boom, willen eerst zien wat er gebouwd wordt. Van tierelantijnen houdt men niet.’ Rabo Vastgoed streeft naar goede, comfortabele woningen die, anders dan vroeger in Emmen, met het gezicht naar het park zijn gekeerd en in diverse woonerven zijn gegroepeerd wat een meer intieme en vooral veilige uitstraling tot gevolg. Een van de kritiekpunten op de oude opzet waren de straten achter de woningen. Ze waren moeilijk te beheren en betrekkelijk onveilig.
    Onder de rook van het winkelcentrum kocht Rabo Vastgoed grond op voor 93 koopwoningen, waarvan de duurste de 200 duizend euro niet overschrijden. Gebleken is namelijk dat dure koopwoningen hier op weinig belangstelling kunnen rekenen. Toch zijn koopwoningen in een wijk met overwegend huurwoningen noodzakelijk om bewoners de kans te geven zich te ontwikkelen. Rolink: ‘Anders trekt men weg. We richten ons in eerste instantie op de bewoners uit Emmerhout zelf.’ Daarbij besteden we in deze buurt extra veel aandacht aan de inrichting van de openbare ruimte en vooral de groenvoorziening in de wijk. De interesse van bewoners uit omringende buurten is dan slechts een kwestie van tijd.
    De filosofie van Rabo Vastgoed is de koppeling van een fysieke investering aan een sociale injectie. Rolink: ‘Het gaat ons in eerste instantie niet om het allerhoogste rendement, maar om de sociaal maatschappelijke bijdrage aan een leefomgeving. Niet uit liefdadigheid, maar omdat maatschappelijke betrokkenheid een voorwaarde is voor ontwikkelaars om succesvol te blijven Gewilde wijken zijn wijken waar mensen graag komen. Waar ze prettig wonen en waar zij zich veilig voelen. In een gewilde wijk zijn woningen snel verhuurd of verkocht, wordt de hypotheek makkelijker betaald en gedijt de middenstand. Die filosofie past van oudsher bij Rabo. We gaan uit van de bestaande situatie.’ Een stedelijk patroon of een stadse sfeer past volgens Rolink niet bij het gebied. De huidige, maar ook toekomstige bewoners kiezen voor Emmen vanwege het overdadige groen en de landelijke uitstraling.

    Het is een stad van dorpen, zo typeert Alya Assen Emmen. Het grondoppervlak is bijna zo groot als het Groene Hart. Waar het in de Randstad aan ontbreekt, heeft Emmen het in overvloed: ruimte. Rijdend over lanen en parkways valt de ruimte wel op, maar de omvang van de stad niet. De wijken zijn betrekkelijk in zichzelf gekeerd, de woningen liggen verscholen in het groen en de fietsers bewegen zich op gescheiden fietspaden door het bos van wijk naar centrum. We zouden dat nu sociaal onveilig noemen.
    Omdat de grond het probleem niet was, werden de woningen groter gebouwd dan in het Westen. Daar richt de herstructurering zich dan ook niet op, zeggen Van Suchtelen en Assen. Wel beoogt Emmen Revisited een grotere diversiteit: er zijn naar verhouding veel dezelfde categorie eengezinswoningen. Wat er voor terug moet keren, is een grotere variatie in woningtypen én in huur- en koopprijzen. Naast eengezinswoningen daarom ook iets meer appartementen voor met name de ouderen die een tuin niet langer op prijs stellen. Want dat heeft Emmerhout gemeen met andere jaren zestig-wijken – jongeren trokken weg, de ouderen zijn gebleven. Voor hen zijn er nu zorgcentra nodig. Daarnaast is er in de omgeving van het winkelcentrum een blok ‘begeleid wonen’ opgenomen in het plan, passend binnen de huidige filosofie om verstandelijk gehandicapten letterlijk en figuurlijk in de buurt te houden.

    De fysieke herstructurering concentreert zich in en rond het winkelcentrum. De eerste blokken met huurwoningen zijn al opgeleverd, gebouwd rondom een binnenhof en vier etages hoog. Nuchtere, eerlijke architectuur. Daarnaast, tussen de bestaande bosschages en bomen, zal Rabo Vastgoed laagbouw realiseren. Het winkelcentrum zelf strekt zich uit onder de Houtweg: het is een klein doolhof van hellingbanen, trappen en niveauverschillen. Dat kenmerk van de jaren zeventig-architectuur wordt ongedaan gemaakt. Een overzichtelijk en kleiner centrum op een niveau komt er voor in de plaats.

    Toch is een van de belangrijkste peilers van de herstructurering niet sloop en herbouw maar duurzame vastgoedontwikkeling met een focus op de (sociale) begeleiding van de huidige en toekomstige bewoners. Van Suchtelen: ‘Toen de eerste sloopplannen op tafel kwamen, hebben we met de aannemers besproken over de mogelijkheid om werkloze bewoners in het gebied in dienst te kunnen nemen. En dat is gelukt. Velen van hen hebben zo blijvend werk gevonden.’ Grote protesten tegen de intensieve bouwactiviteiten waren er niet dankzij goed werkende klankbordgroepen die van meet af aan bij het proces waren betrokken. Ook werd er voortdurend overlegd met bewonersverenigingen. Bewoners die hun huizen vanwege de sloop moesten verlaten, kregen vijfduizend euro voor hun verhuizing – en de leegstand in de wijk had ineens ook een voordeel. Er waren onmiddellijk wisselwoningen beschikbaar.

    Het gaat misschien om kleine, ogenschijnlijk weinig spectaculaire stappen, zoals de terugkeer van een bibliotheek in de wijk, de aanwezigheid van een politiepost en de sociale dienst in de wijk, maar de impact van dergelijke besluiten is groot, verzekeren Rolink en Assen. ‘Het gaat veelal ook niet om grote gebaren, als wel om proactief gedrag van de betrokkenen. Rolink: ‘Als wij kansen signaleren om de leefomgeving te verbeteren, moeten we ook het lef hebben om daadwerkelijk iets te doen.

    ‘Dat de corporaties partijen als de politie en de sociale dienst bij elkaar brengen, is op zich al bijzonder’, zegt Alya Assen. ‘Er is veel energie gestoken in de sociale verhoudingen. Bewoners zijn nu eenmaal emotioneel betrokken bij hun wijk en woning. Je moet hen de kans geven mee te laten groeien.’ En Rolink vult aan: ‘Het convenant-model is overgenomen door andere noordelijke gemeenten. Je zou kunnen zeggen dat Emmen een soort laboratorium is. Als het hier lukt, lukt het ergens anders ook.’
    De samenwerking tussen de maatschappelijke organisaties en Rabo Vastgoed heeft ertoe geleid dat het proces op sommige momenten een versnelling heeft gekregen. Omdat te lang braakliggende grond een verkeerd signaal naar de bewoners zou afgeven, heeft Rabo Vastgoed de helft van de 93 woningen verkocht aan een beleggingsinstelling. Op die manier kon sneller worden gestart met de bouw. Het besluit sloot daarbij ook naadloos aan bij de grote vraag naar huurwoningen met huurprijzen net boven de huursubsidiegrens , zoals uit eerder doelgroeponderzoek reeds was gebleken.

    Drie verschillende projectleiders, een sociaal-maatschappelijke en een ruimtelijk-economische specialist en een wooncoördinator hebben de bewoners begeleid. Assen: ‘In de beginfase werken overleg en monitoring, en is de interesse groot. Nu we verder zijn, wordt het spannend. Blijft iedereen betrokken en enthousiast?’

    Is de herstructurering van Angelslo grotendeels klaar, Emmerhout is nog niet op de helft. Op de kaart duidt Alya Assen aan waar het speerpunt ligt, het gebied aan weerszijden van de centrale as, de Houtweg, de aangewezen plek voor alle voorzieningen. Elders in de wijk, op de terreinen van de voormalige basisscholen, is woningbouw gepland. Wanneer beschouwt Emmen Revisited de herstructurering als voltooid? Nooit, verwacht Assen. ‘We zijn hier nooit klaar. Over dertig jaar kun je voorspellen dat de volgende ronde begint.’